Jan Ketelaar ‘Dit is een dorpsmuseum’

EEN – Aan de Hoofdweg, midden in het dorpje Een, ligt achter de baanderdeuren van de boerderij een paradijsje met oudheden verscholen. Een dorpsmuseum, zo noemt eigenaar Jan Ketelaar dit plekje vol met curiosa, eigenaardigheden uit vervlogen tijden, met veel spul – zoals hij het zegt – ‘van voor de oorlog, van tijdens de oorlog en van na de oorlog’.  Er is een benedenruimte en voor wie het aandurft een trappetje naar boven uitkomend op een zolder die vol staat allerlei spullen uit het verleden.

‘Dit was vroeger een boerderij met veestallen, een woongedeelte en een hooizolder. De gebinten zijn 200 jaar oud. Er zijn enige aanpassingen aangebracht in de loop der tijd, maar het merendeel bevindt zich nog in oude luister. Op de vloer liggen nog de ouderwetse tegels. Ik heb de ruimte en weggooien, nee, dat kan ik moeilijk. Wat ik verzamel heb ik van onszelf of krijg ik aangeboden. Alles krijgt een plekje. Er ligt hier van alles. Kijk daar een oud kerkbankje uit de kerk van Een waar grootvader Jan Brink nog op heeft gezeten. Tegen de muur staat een meidenkast zoals boerendochters die vroeger op hun slaapkamer hadden staan en er is natuurlijk veel oud landbouwgereedschap uit de boerentijd. Dat komt zo van het land, de zweetdruppels hangen er nog aan.’

Wie het genoegen heeft rond te kijken krijgt van Jan Ketelaar alle tijd en uitleg. Elk voorwerp kent een verhaal. ‘Vroeger hadden we in het dorp nog een boerencamping. Met gasten ging ik dan eens per week een ronde maken over de Es, het bosje bij de Tip en hier in deze ruimte vertelde ik dan van alles over ons dorp. Dan dronken we er een kop koffie bij en ja, dat was gezellig. Dat werd altijd gewaardeerd. Weet je, Een was altijd een goed dorp om in te wonen. Nu ook nog wel, maar vroeger was het anders. Er was veel middenstand in die tijd. Die bedrijvigheid is nu verdwenen.’

Van dorpsgenoten krijgt hij soms oude spulletjes aangeboden. Dat wordt verzameld en er komt een labeltje aan te hangen. Wat mooi is of bijzonder komt in een vitrinekast terecht. ‘Ik zie het zo,’ zegt Jan Ketelaar. ‘Ik geef het een laatste rustplaatsje. Mooi vind ik het als er een verhaaltje bij komt. Dat geeft binding met de spulletjes die ik bewaar. Bij de trap ligt een gastenboek. Ik zie het als een dorpsmuseum. Als de baanderdeuren open staan mag iedereen een kijkje nemen.’