‘Je moet met je tijd mee, nieuwe ideeën omarmen’

Dertigste Koningsdag in Roden

RODEN – De dertigste Koningsdag in Roden staat op de rol. Waar in 1989 Stichting Koninginnedag Roden werd opgericht, gaat deze nu door het leven als de Oranje Stichting Roden. De stichting bestaat volledig uit vrijwilligers. Zij werken maandenlang toe naar die ene dag in het jaar, dat heel Roden oranje kleurt. Namens de stichting vertellen voorzitter Bernard Klaver en Woudy ten Cate over Koningsdag in Roden. Ook dit jaar (of moeten we zeggen: juist dit jaar) moet dat een groot feest worden!

We gaan terug in de tijd. 1988 om precies te zijn. Een legendarisch voetbaljaar en het eerste jaar dat Roden Koninginnedag vierde. Althans: dat ze het officieel vierden. Een stichting was er nog niet. Deze werd pas in de eerste maanden van 1989 opgericht. Een traditie was geboren. Sinds 1988 vierde Roden ieder jaar Koningsdag. En ieder jaar was het gezellig.

De oorsprong van het feest kent Woudy. Zij is nogal Koningsgezind (‘maar ik dweep er niet mee hoor’) en begint desgevraagd aan een geschiedenislesje. ‘Het begon eigenlijk als een Prinsessendag. Koningin Emma wilde, om meer steun voor het Koningshuis te krijgen, het land in ter gelegenheid van de verjaardag van Wilhelmina. Het werd een soort ‘promotietour’  door het land, om landgenoten meer binding te laten voelen bij het Koningshuis. Dat was dus feitelijk de eerste Prinsessendag en later werd dit Koninginnedag.’

Bernard en Woudy zijn nog niet eens zo heel lang actief bij de Oranje Stichting. Voor Bernard is het pas zijn tweede Koningsdag als voorzitter en Woudy schat in dat ze zo’n vijf jaar actief is. Met zo’n 38 vrijwilligers, moet 27 april wederom een dag worden om nooit te vergeten. ‘Onze uitvalsbasis is – zoals ieder jaar – Onder de Linden’, vertelt Bernard. ‘Vanaf daar coördineren wij alles.’ In datzelfde Onder de Linden wordt de 50plusmiddag georganiseerd. Daar verheugt Woudy zich al op. ‘Door de jaren heen hebben we geëxperimenteerd met het programma. Het ene jaar was geslaagder dan het andere jaar, maar we weten nu wat bevalt en wat niet. Dit jaar wordt ongetwijfeld een succes. Met een muzikale quiz en een goed programma, komt dat allemaal wel goed.’

Ook de jaarlijkse Kindervrijmarkt staat als een huis. ‘En dat is het belangrijkst’, meent Bernard. ‘We doen het voornamelijk voor de kinderen. Als je hen ziet genieten, dan is onze dag goed.’ Bernard zelf is dus al twee jaar voorzitter van de stichting. Zelf heeft hij niet per se iets met het Koningshuis. Wel leverde zijn functie hem al een paar mooie anekdotes op. ‘Ik was eens bij een bijeenkomst van de Koninklijke Bond van Oranje Stichtingen. De voorzitter, tevens voorzitter van de gemeente Oudewater, raakte daar toen bijna slaags met een ander lid. Aanleiding hiervoor was een discussie over het werkelijke jaartal van de slag bij Heiligerlee’, lacht Bernard. ‘Overigens zijn dat wel hele nuttige bijeenkomsten. Je kan er van elkaar leren. Dan kom je er achter dat je het wiel niet opnieuw hoeft uit te vinden.’

Toch is vernieuwing noodzakelijk binnen de Oranje Stichting. Neem nu de vlogwedstrijd die zij uitschreven. ‘Je moet met je tijd mee. Nieuwe ideeën omarmen. Als je dat niet doet, bloed je als stichting dood’, zegt Bernard. ‘Daarom zou het ook mooi zijn dat we wat jong bloed binnen het bestuur krijgen.’ Het vinden van vrijwilligers is echter een probleem. ‘We hebben een permanente oproep voor vrijwilligers staan. Het gebrek aan respons hierop is soms frustrerend. Het probleem is dat mensen geen tijd hebben. Dat begrijp ik overigens best. Men heeft het gewoon heel druk tegenwoordig. Maar als het zo doorgaat, ben ik bang dat het een “ouwe-lullen-club” wordt. Wat men zich misschien te weinig realiseert, is dat er veel komt kijken bij de organisatie. Men vindt de Kindervrijmarkt heel belangrijk, willen graag dat het doorgaat. Maar daarvoor zijn nu eenmaal handjes nodig’, aldus Bernard.
‘Misschien is het te vanzelfsprekend geworden’, redeneert Woudy. ‘We zijn natuurlijk ook geen hele zichtbare stichting. Slechts één dag in het jaar is het Koningsdag.’ Bernard: ‘Men heeft geen idee wat er achter zit. Men denkt: het komt wel goed. Dat denk ik zelf ook wel eens. Maar als je dan kijkt wat er moet gebeuren, dan zakt je broek ervan af. We beginnen in september met de organisatie en moeten in december het programma rond hebben. Dat wordt echter steeds moeilijker.’

De stichting mag zich dan ook gelukkig prijzen met de vrijwilligers die zich nog wél inzetten voor Koningsdag. ‘We hebben bijvoorbeeld een groep van veertien man, die er ieder jaar staat. Een echt vriendenteam. Ze zijn ’s ochtends de eerste en gaan pas aan het eind van de middag naar huis. We zijn hen heel dankbaar.’

Tot slot hoopt de organisatie natuurlijk op goed weer. ‘Een mooie, zonnige dag. Dat zou ideaal zijn. En we blijven erbij dat vooral de kinderen plezier moeten hebben’, stelt Bernard. ‘Ik weet nog dat er vorig jaar twee kinderen onder een deken lagen. Zij wilden slapend rijk worden. Dat is toch prachtig?’