Jeroen en de ‘verdwenen’ bom in De Fledders

huis ter heide jeroen kloosterman bom 1

E.O.D. gaat erg ‘voortvarend’ te werk in Huis ter Heide

HUIS TER HEIDE – Jeroen Kloosterman uit Roden is metaal detectorist. Metaaldetectie is dus zijn hobby. Het urenlang lopen op akkers, bossen en zelfs in het water leverde hem ondertussen al een vitrine of vijf vol vooral kogels en zeer bijzondere munten op. Vorige week vond hij op een stuk aardappelland aan De Fledders op de grens van Zuidvelde en Huis ter Heide iets bijzonders: een Flak. Een bom/granaat dus. FLugAbwehrKanone, zoals de Duitsers hun luchtafweergeschut gemakshalve afkortten tijdens de Tweede Wereldoorlog. Jeroen belde meteen de politie en afgelopen woensdag zou de Explosieven Opruimingsdienst Defensie de bom laten exploderen. Maar dat liep allemaal toch net even anders…
Woensdag, 13.00 uur. De Fledders dus. Terwijl het in de regio heel aardig weer is, stormt het in Huis ter Heide, zo’n beetje achter één van de Veenhuizer gevangenissen. De wind zorgt voor een gevoelstemperatuur van onder het vriespunt. De storm is ook te zien in de ogen van detectorist Kloosterman. Hij kijkt naar het immense aardappelland waar hij een paar dagen eerder stuitte op een Flak. De bom is al weg, wat rest zijn sporen van de werkzaamheden van ijverige medewerkers van de E.O.D. ‘Over een half uurtje zouden ze de bom laten ontploffen’, zegt Jeroen. ‘Maar ik kreeg net een telefoontje dat ze dit vanochtend al gedaan hebben. Jammer dat ze me niet even ingelicht hebben. Ik had er toch graag even bij willen zijn. Maar kennelijk hadden ze haast.’ Kloosterman is teleurgesteld, en dat is best begrijpelijk. Hij stuitte op de Flak en deed wat een goede detectorist moet doen: iedereen inlichten. De politie, die op haar beurt de E.O.D. weer inschakelde, en de eigenaar van het land. Er kwam een afspraak – vandaag dus om 13.30 uur- en Kloosterman was al lang voor dat tijdstip ter plaatse. Toen bleek dat de bom al weg was. Weg inderdaad, want na bestudering door deskundigen, werd de bom meegenomen. Bestemming onbekend. En dus kan Jeroen zijn vangst niet laten zien. En dat vind hij jammer. Het leven van een detectorist gaat niet altijd over rozen.
Kloosterman pakt de draad echter snel weer op en blijkt een detectorist in hart en nieren. Urenlang kan hij er over vertellen, enthousiast als hij is. ‘Ik had al eerder plannen om op dit stuk grond te gaan zoeken. Het was echter veel te nat. Toen het wel kon, stuitte ik eigenlijk meteen op de Flak. Je kon hem bijna gewoon met het blote oog zien. Alsof ie naar boven geduwd was. Ik zag meteen dat het een explosief was. Die geleideband hè. Dat is ervaring. Ik heb ‘m eerst gelaten voor wat het was en ben verder gaan zoeken. Vervolgens ben ik naar de eigenaar van dit land gegaan en heb verteld over de vondst én dat ik toch even de politie ging bellen. Na dat telefoontje hebben we twee uur gewacht op de politie. Die kwamen met een koffertje. Leek allemaal heel interessant, maar meer dan een laptop, camera en spiegel zat er volgens mij niet in. Ze maakten foto’s en stuurden die door naar de E.O.D. om daarna met ze te bellen. Ze onderkenden het eventuele gevaar van de het explosief en zouden vandaag dus om 13.30 uur komen. Bleek dat ze al om 11.00 uur waren geweest. Ik kan je dus verder niets vertellen. Of de bom bijvoorbeeld nog gevaar had kunnen opleveren, durf ik niets te zeggen.’
Daar zegt Kloosterman wat. Stel dat dit wel zo was, dan heeft Kloosterman feitelijk een heldendaad verricht. Want wat als de boer er met zijn aardappeltjes aan de slag was gegaan? ‘Ik ben blij dat ik zo gehandeld heb en zo handel ik altijd. Je kunt ‘m ook laten liggen of in een sloot gooien. Je moet er niet aan denken wat er kan gebeuren als blijkt dat ie na al die jaren nog op scherp staat. We hebben het zekere voor het onzekere genomen, zoals ik me als detectorist altijd aan de regels houd. Niet alle detectoristen doen dat, waardoor mensen wel eens wat minder positief over ons en onze hobby praten. Ik stap bijvoorbeeld nooit zomaar een stuk land op. Ik vraag altijd eerst aan de eigenaar of ik op zijn land mijn hobby uit mag oefenen. Mag dat niet, dan ga ik verder. Zo simpel is het.’
De teleurstelling over de E.O.D is ondertussen weg. Kloosterman demonstreert zijn detector. ‘Deze kan ook onder water’, zegt hij. Kloosterman legt heel wat meters af, op zoek naar die ene schat. ‘Ik zoek noot zomaar ergens. Ik verdiep me in bepaalde landerijen, in de geschiedenis vooral, raadpleeg Google Maps en pas dan besluit ik of ik ergens ga zoeken. Er zijn prachtige, historische verhalen dat mensen vroeger goud, zilver of geld in de grond verstopten. Ik onderzoek met m’n detector graag of die verhalen kloppen’, lacht Kloosterman. Jeroen vond al unieke stukken. Een zilveren penning uit 1921. Meer dan dertig ringen. Een Russische munt, inclusief beeltenis van hamer en sikkel. Een munt uit 1636 ter ere van een jubileum van de Rijksuniversiteit in Utrecht. Op de 1e en 2e Laan in Norg vond hij in een mum van tijd dertig munten. Een Duitse Mark uit 1901. Zilveren guldens. Een officierskruis, simpelweg teveel om op te noemen. ‘Als ik iets vind, dan krijgt dat een plek in een van de vitrines. Niet echter voordat ik op internet gezocht heb naar de herkomst. Ja, je steekt zo best veel op over de geschiedenis. Overigens hoeft de Flak die ik hier vond, hier niet per se gebruikt te zijn. Volgens mij ligt hier gestorte grond uit Den Haag. Misschien is het meegenomen deze kant op.’

Nog steeds worde er in Nederland zo’n 2500 explosieven aangetroffen. ’Geld en munitie. Dat tref ik vaak aan. Ik vind eigenlijk altijd wel iets. Soms ga ik alleen op pad, soms met een groepje andere fanatiekelingen. We zijn zelfs al in het buitenland geweest. Uiteraard heb ik nog wel een aantal plekken in m’n hoofd waar ik graag eens zou willen lopen. Op dit moment ben ik iets bijzonders op het spoor. Ik heb het verhaal redelijk uit eerste hand en mocht het kloppen, dan zal dat heel wat stof doen opwaaien.’
Kloosterman is een detectorist- of amateurarcheoloog- van het fijnste soort. Je zou hem in de goede zin van het woord best bezeten kunnen noemen. Detectoristen als Kloosterman lopen niemand in de weg, doen niemand kwaad. Vlak voor hij zijn auto instapt om nog even snel een plek in Norg te bezoeken, vertelt hij nog over het fenomeen winstdeling. ‘ Het is niet zo dat je alles wat je vindt mag houden. Je moet het delen met de eigenaar van de grond. Soms snap ik grondeigenaren dan ook niet dat ze ons weigeren, haha. Misschien ligt er wel een pot goud op hun aardappelland.’