Jonge culturele ondernemer kan maar geen eigen locatie vinden

‘Mijn droom is een cultureel centrum op te zetten’

LEEK – Kristel Schoonbeek zingt al haar hele leven. Ze is 26 jaar en heeft inmiddels een succesvol bedrijf. Maar met haar honderd leerlingen, de mailbox nog vol met meer aanmeldingen en leraren die voor haar willen werken, lukt het haar maar niet een eigen locatie te vinden. De lockdowns, de verhitte onroerend goed markt en het feit dat ze culturele ondernemer is, blijkt een onmogelijk combinatie om verder te groeien. ‘We bouwen een soort community’, vertelt ze bevlogen. ‘Waar mensen zich op hun gemak voelen, zelfverzekerd worden en ontspannen. Mijn droom is om een cultureel centrum op te bouwen.’ Maar of dat uitkomt?

Muzikaliteit zit Kristel in het bloed. Ze weet niet beter of ze liep altijd te zingen. ‘Ik was zo’n irritant kind’, lacht ze. Al heel jong begon ze met zanglessen bij Titia van der Molen. ‘Zij was operazangeres en het was voor haar wel eens zoeken wat ze met mij moest. Ik begeleidde mezelf toen al op de piano. Maar bij Titia moest ik dan opeens staan en zingen. En ik dacht dan: laat me nu lekker achter die piano zitten.’ Om ook noten te leren, moest ze op pianoles. ‘Maar daar had ik echt geen zin in’, blikt Kristel terug. ‘Dan liet ik mijn opa voor de les aan voorspelen wat ik moest oefenen en op gehoor speelde ik dat zo na.’ Ook haar opa – Jan Haaijer – is één en al muzikaliteit. Hij trad tot een aantal jaren geleden nog regelmatig op met Duo Wijsheid en ging voor de lockdowns ook met Kristel samen langs bejaardenhuizen.

Doorgaan in de muziek; dat heeft Kristel altijd voor ogen gehad. ‘In groep acht al, wist ik zeker dat ik naar de Hogeschool voor de Kunsten wilde.’ Dat werd de Academie voor de Popcultuur in Leeuwaren, een onderdeel van Minerva. Ze startte daar al met het lesgeven naast haar studie.  ‘Toen ik net klaar was, vroeg Titia mij om wat van haar leerlingen over te nemen. Zij wilde met pensioen. Ik dacht echt: ik kom net van de Academie gehuppeld, wat wil je nou met mij? Maar ik ging solliciteren en werd het’, aldus Kristel. En zo rolde ze in maart van 2019 serieus het vak in.

Al in september van dat jaar is het duidelijk: Kristel wil groeien. Ze geeft tot dan toe les in Dorpshuis De Til in Leek, de locatie die ze van Titia over kon nemen. Maar de ruimte is beperkt en niet heel representatief. Haar zoektocht start, maar blijkt moeizaam. ‘Corona kwam en inmiddels ben ik door al mijn spaargeld heen.’ Daarnaast blijken maar weinig met een culturele ondernemer in zee te willen gaan. ‘Ik loop er tegen aan dat ik als jonge culturele ondernemer niet serieus wordt genomen’, vertelt ze terneergeslagen. ‘Ik word soms niet eens teruggebeld. Of ik hoor: ‘wat voor school? Een zangschool? Oh, dus jij geeft wat lesjes ’s avonds? Op een gegeven moment liet ik twee mannelijke stagiaires bellen en die werden dan wél teruggebeld.’ Een paar keer was ze dichtbij een stap richting haar droom. ‘Toen bleek de bestemming uiteindelijk niet maatschappelijk en was de gemeente heel duidelijk dat ik me daar niet kon vestigen.’ De zoektocht duurt dus al bijna drie jaar en belemmert Kristel in haar groei. ‘Ik heb nu honderd leerlingen en een mailbox vol met wachtenden.’ Ze werkt met twee personeelsleden: eentje voor de communicatie en nog een zanglerares. Daarnaast leidt ze jaarlijks vier tot zes stagiaires op. Maar door het gebrek aan ruimte kan Kristel niet tegelijk met haar les geven. Ze plant deze dame vooral in Leek in en zelf zwerft ze van plek naar plek. ‘Op maandag en vrijdag geef ik les in Leeuwarden in mijn eigen huis, op, woensdag- en donderdagochtend benut ik het huis van mijn moeder in Nieuw Roden en dinsdag, woensdag en donderdag ben ik ’s middags en ’s avonds in Leek. Het is helemaal idioot.’

En ontzettend jammer. Wat inmiddels komt Kristel op een punt dat ze haar droom wil loslaten. ‘Ik droom van een cultureel centrum’, vertelt ze. ‘Een plek met ruimte voor echt een groot koor van 70 à 80 man en meerdere losse ruimtes voor privélessen en kantoor. Ik heb piano-, gitaar- en theaterleraren al klaar staan, ken jong talent wat maar wat graag aan de slag wil gaan. Ik droom ervan al die mensen bij elkaar te zetten en te zeggen: ga maar muziek maken samen en probeer maar eens wat neer te zetten.’ Muziek is onontbeerlijk, volgens Kristel. ‘Wij bouwen eigenlijk een community. Mensen moeten zich op hun gemak voelen om te zingen. Er zit een heel groot stuk maatschappelijk werk bij. Of het ontspannend is? Onwijs. Dat is zelfs wetenschappelijk bewezen.’

Waar zingen een jaar of twintig geleden niet per se de eerste keus was bij kinderen, heeft de vraag nu een vlucht genomen. ‘Dat komt ongetwijfeld door alle tv-programma’s. Toen ik nog op school zat, was het niet zo cool om te zingen’, barst Kristel in lachen uit. ‘Maar ik denk dat iedereen kán zingen. Het is ontzettend belangrijk dat kinderen zich zelfverzekerd genoeg voelen. En dat bouwen ze echt op met zangles.’

Waar Kristel drie jaren geleden vol enthousiasme startte met de zoektocht naar een plek om haar droom te verwezenlijken, noemt ze de situatie nu uitzichtloos. ‘Het kan toch niet zo zijn dat wij als jong cultureel bedrijf, waar naar mijn idee juist veel behoefte aan is, bijna geforceerd worden te stoppen? Door dit alles begin ik te overwegen me volledig te richten op mijn eigen muziek. Ik heb ook nog een eigen band en ben nu bezig in de studio een album op te nemen. Maar hoe vet zou het niet zijn om te zeggen: ik heb een cultureel centrum, alles onder één dak, een plek voor mezelf en vanuit daar doe ik alles als het om muziek gaat?’