‘Jullie luisteren ook naar mij! Dat is het mooiste compliment wat je kunt krijgen’

Roden Netty Veenstra

Interview Nettie Feenstra, directeur SBO ’t Hoge Holt

RODEN – Bijna 20 jaar staat ze aan het roer van SBO ’t Hoge Holt in Roden, de basisschool voor kinderen die, om welke reden dan ook, iets meer moeite hebben met leren. Nog steeds gaat Nettie Feenstra iedere dag met heel veel plezier naar ‘haar’ school. Want ze houdt van haar werk. “Wij kunnen hier het verschil maken. Voor het kind én de ouders.” De school stelt zich ten doel om met deze kinderen zoveel mogelijk te bereiken. Met veel liefde, aandacht en geduld.

“Ieder kind heeft een andere benadering nodig om het uiterste eruit te kunnen halen, en dan maakt het uit hoé je dat doet”, weet de directrice. Kinderen komen om heel veel verschillende redenen op ’t Hoge Holt terecht. En dat hoeft lang niet altijd een cognitieve achterstand te zijn, leert het verhaal van Nettie. Voor jongens of meisjes met psychiatrische problematiek of met een vorm van autisme is er plaats, en dat geldt ook voor kinderen met sociaal-emotionele problemen, bijvoorbeeld door heftige situaties die ze hebben meegemaakt. Maar ook kinderen met diabetes die lastig te reguleren is of epilepsie is er plek. Voor al deze kinderen is er meer tijd én persoonlijke aandacht. Op dit moment telt de school 109 leerlingen, verdeeld over 9 groepen. “Er is ruimte voor 10 groepen, dus we kunnen er nog meer gebruiken”, lacht Nettie die met haar school een belangrijke functie voor de regio vervult. “Statistisch gezien komt 2 procent van de gewone basisschoolleerlingen terecht op onze school. Onze leerlingen komen uit Noordenveld, maar ook uit Leek, Marum, Zuidhorn, Eelde, Zevenhuizen en Jonkersvaart.”

Om nog maar meteen een misverstand de wereld uit te helpen: de lesstof is hetzelfde als op een gewone basisschool. Dus niet van een lager niveau, zoals veel mensen denken. Het verschil zit hem in hoe het wordt aangeboden. “Hier zijn de klassen kleiner en staan er meerdere begeleiders voor de groep, waardoor er meer individuele aandacht is voor het kind”, legt Nettie uit. “Als driekwartier rekenen per dag de basisnorm is, gebeurt dat hier ook. We doen alles hetzelfde als op een gewone basisschool. Maar de effectieve leertijd ligt bij ons met 30 procent hoger. Hier zitten maximaal 15 leerlingen in de klas, op een normale basisschool zijn dat er vaak rond de 30. We bieden hetzelfde aan, maar in aangepaste vorm. Dat betekent meer tijd en extra hulp waar nodig.”

Dat kinderen van ‘t Hoge Holt alleen uitstromen naar het praktijkonderwijs, is ook zo’n hardnekkig misverstand. Dat gebeurt natuurlijk ook, maar een behoorlijk aantal gaat naar het VMBO KB of BB, het vroegere Mavo 2 en 3. En zelfs zijn er leerlingen bij die uitstromen uit naar de Havo. Kinderen die wel naar het praktijkonderwijs gaan, hoeven iets minder geleerd te hebben dan een kind dat bijvoorbeeld naar het VMBO gaat. “Voor deze kinderen is er een minimumnorm waaraan ze moeten voldoen”, vertelt de directrice die altijd aan een warme overdracht doet voor haar leerlingen. Dat betekent dat ze met de begeleiders van de volgende school het kind van tevoren uitvoerig bespreekt. “Om een goede start te maken, kunnen we ervoor kiezen dat ze eerst in het leerwegondersteunend onderwijs terecht komen. Dat is een kleinere groep, waar er meer aandacht is. Niet speciaal voor leerlingen van onze school, ook kinderen van andere basisscholen kunnen daar inzitten. Vrijwel iedere voorgezet onderwijs-school heeft zo’n groep.” Nettie Feenstra kijkt niet enkel naar de Cito-scores bij het schooladvies. “Néé. Zeker niet. We kijken juist ook naar de sociaal-emotionele kanten van de leerling. Het gaat erom dat een kind op een school terecht komt die goed bij hem of haar past. In ruim 80 procent van de gevallen zitten we altijd goed met onze adviezen, blijkt uit latere rapportages.”

“We besteden hier veel aandacht aan voorbereiding op de ‘grote school’ en op de maatschappij die na deze school komt”, gaat Nettie verder. “Een voorbeeld: alle boeken zijn hier op dezelfde manier genummerd als in de bibliotheek. Vroeger was dat anders, hadden de natuurboeken een groene sticker, en techniekboeken een blauwe. Het gevolg daarvan was dat kinderen in de bieb ook op zoek gingen naar gekleurde stickers. We willen zelfredzaamheid bevorderen, dat moeten ze straks ook.” Om kinderen zoveel mogelijk zelfstandigheid bij te brengen, biedt de school zoveel mogelijk duidelijkheid en structuur. “Eerst rekenen, daarna schrijven. Alles volgens een vast programma. En binnen die kaders geven we vrijheid, zodat ze wel leren zelf verantwoordelijk te zijn. Waar we ook veel waarde aan hechten is positiviteit. Met een positieve benadering bereik je zoveel meer”, weet de directrice die al haar leerlingen bij naam kent en van iedereen weet wanneer ze jarig zijn. “We zijn open, iedereen kan ons aanspreken. Als de poes dood is, weten we dat ook. Mocht die leerling iets doen op het schoolplein wat niet helemaal door de beugel kan, kan dat de oorzaak zijn. Dus ook hier geldt: aandacht voor de situatie van het kind. Elk kind heeft een verschillende benadering nodig. Dat maakt het ook zo interessant. Want we willen met deze kinderen zoveel mogelijk bereiken, en dan maakt het uit hoé je dat doet. Weet je wat we vaak horen? ‘Jullie luisteren ook naar mij!’ Nou, dat is het mooiste compliment wat je kan krijgen toch?”