Kaalkopje, Hazenpootje en Tonderzwam

Puur natuur

Tijdens mijn wekelijkse radio natuurrubriek, vroeg de presentator hoe het kan dat er plotseling zoveel paddenstoelen staan. Het is toch geen herfst? Het is inderdaad nazomer, maar het is een misverstand om te denken dat paddenstoelen alleen in de herfst groeien. Paddenstoelen zijn de vruchtlichamen van schimmels onder de grond. Deze enorme netwerken van schimmeldraden liggen er het hele jaar.

De reden dat we onlangs ineens zoveel paddenstoelen zagen, waren de gunstige groei omstandigheden. Begin juli heeft het een periode flink geregend gevolgd door warme periode. Een ideale combinatie voor paddenstoelen, die letterlijk als paddenstoelen uit de grond schoten. Zeker op vochtige plekken als bossen en op rottend hout. Omdat het vervolgens een lange periode droog was, verdwenen de paddenstoelen ook weer snel.

Bij ‘zomer’ paddo’s denk ik vaak terug aan een intensieve natuurcursus die ik volgde in de tachtiger jaren. Daarmee kon ik mijn natuurkennis vergroten. Dat is gelukt. Het was een bont en bijzonder gezelschap waarin ik terecht kwam. Zo bijzonder, dat ik me in eerste instantie afvroeg of ik wel bij de juiste cursus zat. Maar wat heb ik veel met deze mensen gelachen en veel geleerd.

Een van hen had steevast een geknoopte zakdoek op zijn hoofd. In zijn studentenkamer, in het oude Rooms Katholiek Ziekenhuis in Groningen, kweekte hij planten waarvan je er niet teveel in huis mag hebben. Zo tegen het eind van de zomer oogstte hij ‘Kaalkopjes’ in het veld. Ik had er nog nooit van gehoord. Het bleken kleine paddo’s die goed groeien op rottend gras en paardenmest. Hij maakte er ‘psychedelische reizen’ mee vertelde hij. Ik heb me er niet aan gewaagd maar zijn reisverhalen waren erg boeiend. Bij een aantal boeren had hij toestemming gekregen om op hun weiland te oogsten. Ja, je steekt wat op tijdens natuurcursussen.

Veel huistuinders herkennen de plotselinge paddenstoelengroei op het houtsnipper pad. Zo heb je niets en even later heb je een prachtig paddenstoelendorp vol Langsteelfranjehoeden (zie foto). Op houtsnippers groeien overigens meer mooie paddenstoelen. Rondom mijn kantoor is de omgeving van houtsnippers voorzien. Daarop groeiden, na een zomerse bui, onder andere het ragfijne Hazenpootje en de Dooiergele mestzwam (foto).

En dan hebben we ook nog elfenbankjes en Tonderzwammen. Deze zie je het hele jaar aan de bomen hangen. Tonderzwammen worden al sinds de prehistorie door de mens gebruikt. Van het vruchtvlees werd onder andere het licht ontvlambare tondel gemaakt. Ik las dat men In de Schotse Hooglanden vrijwel ondoordringbare schijven gedroogd vruchtlichaam gebruikte als vervanging voor leer. Onder andere voor het bekleden van gevechtsschilden.

Een andere bekende ‘zomerpaddenstoel’ is de ‘witte voetbal’. De reuzenbovist. Als kind heb ik er een, met een fantastische ‘Robben’ uithaal, aan gruzelementen getrapt. Ik dacht werkelijk dat er een voetbal in het gras lag. Vorige week vond ik een 30 cm groot exemplaar aan de Noordkant van het Leekstermeer. Die heb ik laten liggen. Ze kunnen groter dan 80cm in doorsnee worden. Een jonge Reuzenbovist is goed eetbaar hoorde ik van een kok. Voor de liefhebbers. Eerst schillen, in plakken van 1 cm snijden, bestrooien met kerriepoeder en Provençaalse kruiden, door een ei halen en in roomboter zacht opbakken. Lekker met aardappelen.

Maar… weet wat je eet als je aan paddenstoelen begint. Paddenstoelen eten is niet ongevaarlijk. Sommige soorten lijken sterk op elkaar. De ene is eetbaar is en de andere is giftig. En voor je het weet vlieg je met een ‘psychedelische trip’ naar hele bijzondere oorden.