Kamperen in de regio: waarom zou je ooit nog naar het buitenland?

‘In het buitenland houden Nederlanders zich niet aan de regels’

REGIO – Terwijl de noorderling alweer aan het werk is, geniet de rest van Nederland nog even van een welverdiende vakantie. Dat doen zij dit jaar veelal in het buitenland, iets waar ook de recreatieondernemer in de noordelijke provincies van profiteert. Afgelopen week trok De Krant langs enkele campings in de regio, om te kijken hoe men de laatste weken van de vakantie beleeft. Kamperen in eigen land blijkt goed in de smaak te vallen.

Het Ronostrand is jaarlijks een geliefde plek voor strandaanbidders in de regio. Wie geen zin heeft om op overvolle stranden een plekje te moeten zoeken, kan in Een terecht. Ook de camping doet het goed. Op het voorste veldje, pal tegen de ingang naar het strand aan, is de paarse camper van Oene Marinus en Willy Kroeze. Wanneer de redacteur van dienst er naar vraagt, blijkt hij niet de eerste. Meteen krijgt hij een geplastificeerde kaart in handen geduwd, met daarop informatie over de camper. Het blijkt een Magirus-Deutz, door Oene in 2000 gekocht. Hij geeft les aan het Noorderpoort in Groningen, alwaar hij jonge monteurs helpt sleutelen aan allerlei vehikels. Zelf sleutelde hij langere tijd aan zijn Magirus-Deutz. ‘Ik heb hem coronapaars gemaakt’, lacht Oene. ‘Hiervoor was hij groen, maar ik heb hem in de coronatijd maar een ander kleurtje gegeven.’ Oene en Willy komen uit Bakkeveen. Ze zijn dus geen eind van huis. ‘Meestal rijden we heel Frankrijk door’, zegt Oene. Op de vraag of dat geen ‘pens benzine’ kost, antwoordt Oene dat zijn Deutz één op vijf rijdt. Het is een aardige slurper dus. ‘We hebben ook nog een stacaravan op Ameland, maar daar komen we nu liever niet’, zegt Willy. ‘Vandaar dat we in Drenthe staan. We wilden in de buurt blijven.’

De camper van Oene en Willy trekt in ieder geval veel bekijks. ‘Je wil niet weten hoeveel vragen we er al niet over hebben gekregen’, lacht Oene. ‘Ik vind het een geweldige wagen. In de jaren ’80 zag ik hem voor het eerst op een camping. Zo één moet ik ook hebben, dacht ik. Nu ben ik er dan ook heel blij mee. Van binnen en van buiten hebben wij hem eigen gemaakt. We slapen er ’s avonds heerlijk in.’

In Leek staat op Camping Cnossen de familie Kortbeek. Seb zit er voor zijn tent, hij is samen met zijn partner, twee kinderen en een ‘grote hond’ op vakantie in Leek. Het gezin komt uit Weurt, nabij Nijmegen. Ze hebben het noorden niet per se opgezocht vanwege het lage aantal coronabesmettingen. ‘Dat is niet de reden geweest. Wat wél een reden was hier te komen? Het zoete water’, zegt Seb, doelend op het Leekstermeer. ‘Ik wist eerlijk gezegd niet dat ze dat hier hadden. Ik houd zelf niet van zout water, maar vindt zoet water heerlijk.’ Dan zit hij hier goed. Bij het ontwaken kan hij direct het water in springen, iets wat hij meermaals heeft gedaan deze vakantie. De rust vindt hij hier heerlijk, al zag hij dat het niet overal in het noorden zo is. ‘Van de week zijn we nog naar Schiermonnikoog geweest. Daar was het wel heel druk hoor. Dat viel niet mee.’

Meestal kiest het gezin voor het buitenland. Zo stond er een vakantie naar de Ardennen gepland. Deze kon niet doorgaan, maar gelukkig bevalt Leek uitstekend. ‘We hebben een heerlijke plek. We kunnen zo met bootjes het water in en het meer op. Fantastisch toch?’

Of het gezin ook volgend jaar in het binnenland blijft, is nog de vraag. ‘Meestal gaan we twee keer op vakantie’, zegt Seb. ‘Eén keer trekken we rond, één keer blijven we voor een langere periode op dezelfde camping. Met deze tent is trekken geen goed idee. Het duurt wel effe voor hij staat…’

Op Camping Hoppenhof treffen we Hans Trampe uit Zeist. De rustige camping in Peize bevalt hem prima. ‘De reden dat we naar het noorden zijn getrokken? Een oud-collega van mij woont in Leek. Hij werkte vroeger bij Cordis in Roden en zo kunnen wij hem nog eens opzoeken.’ Samen met zijn vrouw heeft Hans al een zesweekse vakantie in Frankrijk achter de rug. ‘Frankrijk is écht ons land. We gaan dan meestal naar de Rhône. Dit jaar hebben wee aan de Middelandse Zee vertoefd. We hadden telkens ruimte genoeg, dat is voor ons belangrijk. Op de terugweg kozen we vaak kleine, onbekende tussendoorcampings uit. Eén keer stonden we op een camping met veel Nederlanders. Dan weet je: dit is foute boel. Die Nederlanders houden zich in het buitenland niet aan de regels, dus hebben we gauw de boel opgepakt en zijn we verder gegaan.’

Nu kan Hans met zijn vrouw de Peizer omgeving ontdekken. ‘Gisteren zijn we wat verder weg gegaan. Gingen we met de auto naar Lauwersoog. Ook erg mooi.’

De laatste stop is de Norgerberg, al meermaals tot de beste camping van Nederland bekroond. Geen wonder dat het er gezellig druk is. Henk van der Es pakt echter net de boel op. Hij gaat vandaag alweer weg. ‘Wij wonen sinds vier jaar in Brabant’, zegt hij. ‘Maar ik heb hier nog veel familie wonen. Voor hen zijn we deze kant weer even op gegaan.’ Het verblijf in Norg vindt hij prima, maar liever gaat hij samen met zijn partner en kinderen naar het buitenland. ‘We hadden een vakantie naar Italië geboekt, maar dat kon niet doorgaan. Toen zijn we hier heen gegaan. Voor de kinderen is het heerlijk. Die kunnen mooi zwemmen en zo. Maar zelf ben ik meer van de actieve vakanties. Dat mis ik hier toch een beetje’, geeft Henk eerlijk toe.

Toch heeft hij de omgeving al mooi verkend de laatste twee weken. ‘We zijn gaan wadlopen en hebben het Blotevoetenpad in Opende gedaan’, zegt hij, terwijl zijn zoons Lasse en Viggo erbij komen staan. ‘Nu gaan we weer lekker terug naar Eindhoven. Daar heb ik ook best zin in.’ Nog even een paar uurtjes opruimen. Dat gaat relaxed, al is er ook enige haast geboden. ‘Er is nog regen voorspeld. Voor die tijd willen we alles hebben ingepakt.’