Kannibalisme

Het zal misschien nog wel eens een enkele keer voorkomen dat de ene mens een ander opeet, maar ’officieel’ hebben we het tijdperk dat dit gebeurde al een tijdje achter de rug. Zelf associeer ik dit gebruik aan volkeren in Papoea Nieuw-Guinea en stammen in het binnenland van Zuid-Amerika. De enkele keer dat het nog wel gebeurt mag gerust als een extremiteit worden beschouwd, zoals die ene keer dat overlevenden van een vliegramp in het Andesgebergte in 1972 dit deden om zelf niet om te komen.

Van recenter datum, in 2002, is een geval bekend uit Duitsland waarbij een man zichzelf aanbood om geslachtofferd te worden. Via internet ontmoette hij iemand die zich bereid toonde ’dit klusje’ te klaren. Maar alvorens daartoe over te gaan stelde de uitvoerder voor eerst het geslachtsdeel van de bereidwillige af te snijden om die gezamenlijk op te eten (ik vermoed gebakken, met een snufje zout). Daarna werd hij gedood, in stukken gesneden, in de vriezer opgeborgen, waarna hij beetje bij beetje werd opgesoupeerd. Dat het slachtoffer een triest gevalletje was die de weg kwijt was moge duidelijk zijn, hetgeen in feite ook gold voor de dader. Afgezien van het bizarre verhaal kwam dit voorval ook uitgebreid in het nieuws, omdat ook de rechter die de zaak behandelde duidelijk ’van het padje af was’ door met een veel te lage straf te komen hetgeen tot veel ophef leidde. Dat werd later alsnog rechtgezet.

Ik kom op het onderwerp ’Kannibalisme’ na een discussie tijdens een inventarisatie van onze florawerkgroep afgelopen vrijdag in Roderwolde. Onze coördinator van de groep, Immy Boonstra, heeft de foto gemaakt die u hierboven ziet afgebeeld. Daarop ziet u dat een Platbuik (vr) een juffer, zo te zien een Azuurjuffer (m), naar binnen werkt. Een duidelijk geval van kannibalisme stelde zij. Daar was een ander het niet mee eens, want een juffer is geen libel werd gezegd. Fout, want juffers behoren wel degelijk tot de libellen, een orde die bestaat uit de onderordes libellen en juffers. Eigenlijk horen daar ook nog de oerlibellen bij, de voorlopers van de echte libellen die ca. 320 miljoen jaar geleden leefden en een spanwijdte hadden tot 60 cm. In het geologische tijdperk Perm, 20 miljoen jaar later, ontstonden de ’echte’ libellen. Daar waren joekels bij met een spanwijdte tot 75 cm, nog groter dan die van een Kauw. Zulke grote komen nu niet meer voor. De grootste, een reuzenjuffer uit Zuid- en Midden-Amerika, moet zich behelpen met slechts 19 cm. De kleinste libelle komt voor in Azië: 15 mm lang en een spanwijdte van 20 mm.

Verspreid over de hele wereld komen er 5858 verschillende soorten voor. Er kan intussen weer één zijn bijgekomen (nieuw beschreven), maar misschien is er ook één uitgestorven. Daar is weinig zicht op. Ze komen vooral voor in warmere streken. In Europa moeten we het doen met 150 soorten, waarvan er 71 in Nederland voorkomen. Libellen zijn echte carnivoren die allerlei andere insecten eten, zoals muggen, vliegen, vlinders en dus ook andere libellen. Spinnen zijn evenmin veilig. Eenmaal gelokaliseerd kunnen sommige ze behendig uit hun web plukken. Anderzijds kunnen libellen, maar vooral juffers, in het web van een spin verstrikt raken. Overigens zien libellen heel goed met hun ogen, bestaande uit 10.000 – tot 50.000 facetten. Met het bovenste deel ervan zien ze scherp op afstand en met het onderste dichtbij. Daarnaast beschikken ze nog over drie enkelvoudige ogen die als optisch evenwichtsorgaan functioneren. Tamelijk onopvallend zijn de kleine, vervormde antennes die hen in staat stellen de snelheid te meten. U zult libellen (en juffers) bijna altijd in de omgeving van water aantreffen. Daar zitten veel prooien en het is het milieu waar ze hun eitjes afzetten. De larven zijn even vraatzuchtig als de imago’s en dus geldt hier: Jong geleerd, oud gedaan.

 

Zeer ten onrechte zijn er mensen die blij zijn met de achteruitgang van insecten; ze ervaren alleen maar de hinder ervan. Soms ervaar ik die ook zoals afgelopen weekeinde toen ik in De Kleibosch was voor een vogelinventarisatie. Ik was mijn DEET vergeten en vooral als ik stilstond werd ik belaagd door horden bloeddorstige muggen. Het was zo erg dat ik mijn bezoek moest afbreken om het een dag later af te ronden…met DEET.