Kikkers in de kruiwagen

Onlangs volgde ik een bijeenkomst over verandercultuur binnen bedrijven. Best boeiend maar voor mij te technisch en zakelijk en te weinig mensgericht. Dat laatste is meer de richting waarin ik geloof. Maar goed, op gegeven moment zegt de inleider dat de manager ervoor moet zorgen dat hij zijn kikkers in de kruiwagen moet zien te houden. Daar moest ik even langer over nadenken. Kikkers in de kruiwagen? Wat is dat eigenlijk voor vreemde uitdrukking en waar komt deze vandaan?

Het antwoord heb ik niet kunnen vinden. Het zou mogelijk om een oud Fries volksverhaal gaan maar daarvan kon ik de waarheid niet achterhalen. De betekenis van dit gezegde is dat een manager moeite moet doen en investeren om goed personeel binnen het bedrijf te houden.

Maar kikkers zitten helemaal niet in kruiwagens. Ze zitten in sloten en vijvers. Ik heb er meerdere in mijn kleine tuinvijver. Groene en bruine kikkers. Door de droogte dreigt mijn vijver uit te drogen en de kikkers te verdwijnen. Ik ben dus een soort tuinvijvermanager die moet proberen om de kikkers in zijn tuinvijver te houden.

In mijn vijver zitten twee soorten kikkers. Bruine en groene. We kennen in Nederland zes inheemse kikkersoorten. De Bruine kikker, de Heikikker, de Boomkikker, de Meerkikker, de Poelkikker en de Bastaardkikker. De laatste drie vallen onder de groene kikkers. De Meerkikker en de Poelkikker kunnen ‘het met elkaar doen’. Daaruit ontstaat dan de Bastaardkikker, een kruising tussen beide soorten. Op de Boomkikker na zijn het algemene soorten in Nederland. De Boomkikker is zeldzaam en komt in Drenthe onder andere voor bij het Fochtelooerveen en de Reest.

De felgroene boomkikker is best bijzonder. Hij heeft zuignapjes aan het eind van de tenen in plaats van zwemvliezen en kan daarmee goed klimmen. Je vindt ze bijvoorbeeld in bramenstruiken en soms hoog in de bomen. En dan hebben nog een apart geval. De heikikker. Niet zeldzaam maar wel bijzonder. Ik heb er al vaker over verteld. De hitsige mannetjes kleuren gedurende de paartijd enkele dagen blauw. De rest van het jaar zijn de kikkers bruin. Heel apart om te zien als je in een Drentse poel een blauwe kikker ziet.

De grootste lawaaimaker is meestal de groene kikker. Dat doet hij voornamelijk in de paartijd. Dan zie je ‘ballonnen’, zogenaamde kwaakblazen, aan de zijkant van de kop ontstaan, waarna een prachtige harde ‘kwaak’ de lucht in wordt geslingerd. Kwaakblazen bestaan uit met spieren bedekt dun slijmvlies. De blazen worden via de openingen in de mondholte met lucht gevuld. Groene kikkers hebben twee uitwendige kwaakblazen. Mannetjes van de bruine kikker hebben twee inwendige kwaakblazen met een dikkere huid. Ze maken een veel zachter geluid. Daar komt bij dat bruine kikkers vaak onder water kwaken. Door het kwaken laten de mannetjes hun aanwezigheid blijken en proberen zo indruk te maken op de vrouwtjes. Hoe meer mannetjes in de vijver, hoe harder er wordt gekwaakt. Ze reageren op elkaar en het lijkt erop dat de ene man niet voor de ander onder wil doen. Dus gaat de volumeknop omhoog.

Voor sommige mensen is zo’n kwaakconcert erg storend. Stel je zit na een lange vermoeide werkdag eindelijk met een heerlijk glas koud drinken te genieten van de rust en de zwoele zomeravond. Beginnen plotseling de kikkers in de vijver van de buren luidruchtig te kwaken. En hitsige kikkers houden zelfs mensen uit hun slaap met nachtelijke kikkerconcerten. Bij de een klinkt het gekwaak als muziek in de oren en de ander raakt er danig van gefrustreerd. Er schijnen zelfs heftige burenruzies uit voort te komen las ik op internet.

Daar hebben wij geen last van. Dus stort ik me eerst maar eens op mijn tuinvijvermanagement taken. Vijver bijvullen zodat de kikkers niet naar de buren overlopen.

Andre Brasse, juli 2002 Puur Natuur nr. 76