‘Kinderen vinden het eigenlijk altijd fantastisch’

image

Sietze de Vries, organist Roder Jongenskoor

RODEN – Een buitenkansje, noemt vakorganist (van het Roder Jongens en Meisjeskoor) Sietze de Vries uit Niezijl de woning waar hij met zijn vrouw Sonja en hun vier maanden oude dochtertje woont. Het kerkbestuur van de voormalige kerk van Niezijl benaderde hem iets meer dan zes jaar geleden met de vraag of hij ook belangstelling had om in het kerkgebouw te wonen. Veel te duur, dacht De Vries, maar het kerkbestuur wist hem te overtuigen. Hen interesseerde het geld niet, zij vonden het belangrijker dat het gebouw een goede nieuwe bestemming zou krijgen.

De organist uit Niezijl, vaste organist dus bij het Roder Jongenskoor en het Roder Meisjeskoor, reist de hele wereld over voor zijn concerten en om les te geven. In oktober van 2014 was hij voor het eerst in Australië, om lessen te geven in Sydney. Hij kwam veel in Amerika en Canada, en speelde inmiddels in bijna alle landen die in Europa te vinden zijn. ‘Ik denk dat ik jaarlijks wel twee of drie maand van huis ben om in het buitenland op te treden en les te geven. Daar verdien ik een groot deel van mijn inkomen mee. Het is een heel vrij bestaan, waarin geen week er hetzelfde uitziet. Ik vergelijk het wel eens met topsport. Er zijn periodes waarin ik heel veel repeteer en studeer, in andere periodes treed ik heel veel op. Zo gaat het ook met topsporters. Zij trainen veel, en moeten in andere periodes vooral presteren. Je kan niet op een gegeven moment denken dat je alles wel kan. Je moet altijd jezelf blijven ontwikkelen.’

Waar De Vries zich erg sterk voor maakt is de strijd tegen de wat hij noemt ‘slechte kerkmuziek’. ‘In Nederland is het vaak zo dat iedereen maar plaats kan nemen achter een kerkorgel. Bij veel gemeentes wordt er echt ontzettend slecht gespeeld. Doordat er veel mensen op die manier orgel spelen denkt het publiek dat kerkorgelmuziek zo hoort te klinken. Dat is natuurlijk geen goede reclame voor orgelmuziek en het kerkorgel. Door die slechte muziek heeft de orgelmuziek een hele slechte naam gekregen. In het buitenland is dat vaak beter geregeld. In Duitsland moet je bijvoorbeeld een diploma hebben om achter het kerkorgel plaats te mogen nemen. Gelukkig zijn er in Nederland ook veel goede organisten. Het is alleen zo jammer dat er zo weinig kwaliteit op het gebied van kerkmuziek te vinden is. Het orgelspel bij Nederland Zingt van de EO vind ik bijvoorbeeld vaak een verschrikking. Ik wil mensen graag laten horen hoe het ook kan’.

Waar De Vries wereldwijd bekend om staat is zijn specialisme in improviseren. Hij pleit ervoor om bij het aanleren van het orgelspel net zo te werken als hoe een kind een taal leert. ‘Eerst leren luisteren, muziek leren maken en spelen en dán pas noten leren lezen. Net zoals dat een kind eerst geluiden leert maken, dan pas woorden leert maken en later nog eens leert lezen. Die volgorde zou men in het muziekonderwijs veel meer aan moeten houden. Eigenlijk zijn de lesmethodes van nu hartstikke krom.’

Sietze de Vries ziet zichzelf als een ambassadeur voor de Groninger kerkorgels. ‘Groningen heeft de grootste dichtheid in kerkorgels ten opzichte van het aantal bewoners. Er zijn honderden kerkorgels, waarvan er zeker veertig uniek zijn te noemen’, vertelt De Vries. Een paar jaar geleden werden negentien van deze kerkorgels in het multimediapakket ‘Pronkjuwelen in Stad en Ommeland’ verzameld waarbij De Vries naast een boek voor een vijftal CD’s en een DVD zorgde rondom deze orgels. ‘Het unieke aan deze orgels is dat zij soms dateren van uit de Barok, de Renaissance en soms zelfs de Middeleeuwen. In Friesland was in de 19e eeuw veel meer geld, waardoor veel oude orgels toen werden gesloopt en er nieuwe voor in de plaats kwamen. Daardoor zie je in Friesland een heleboel orgels uit de 19e eeuw. In Groningen was men veel armer waardoor orgels niet vervangen konden worden. Daardoor zie je in Groningen veel meer oude orgels dan elders.’ De Vries organiseert om die reden ook veel excursies voor studenten van verschillende conservatoria van over de hele wereld. Japanse, Canadese, Duitse; menig student heeft inmiddels de Groninger kerkorgels kunnen bewonderen dankzij De Vries.

De Vries probeert ook kinderen enthousiast te maken voor orgelmuziek. ‘Kinderen krijgen tegenwoordig vaak niet meer van jongs af aan te maken met het orgel. Toen ik klein was stond er bij ons in huis een klein traporgeltje en gingen we op zondag naar de kerk. Dat hebben kinderen tegenwoordig vaak niet meer. Eén of meerdere muziekinstrumenten in huis is lang niet altijd meer vanzelfsprekend. Ook in de kerk komen kinderen minder. Tel daar het suffe imago van de slechte kerkmuziek bij op en kinderen zijn niet snel meer geneigd orgel te leren spelen. Daarvoor heb ik het project ‘Pijpen zoeken met Piet Prestant’ bedacht wat ik momenteel zo’n vijf tot tien keer per jaar uitvoer. Schoolklassen worden dan uitgenodigd in een mooi oud kerkgebouw met een mooi orgel, waar ze door middel van een sprookje van alles wordt verteld over het orgel. Ik heb zelf een klein orgeltje laten bouwen waarin je de techniek van het orgel goed kunt bekijken. Kinderen vinden het eigenlijk altijd fantastisch. Het orgel is het grootste instrument wat er bestaat, en maakt eigenlijk altijd indruk op de kinderen. Of kinderen er echt van op orgelles gaan durf ik niet te zeggen, dat valt natuurlijk niet te meten. Ik probeer het te zien als een zaadje dat geplant wordt.’

Dromen heeft De Vries niet. Praktisch alle orgels waar hij ooit op heeft willen spelen en de meeste locaties die op zijn verlanglijstje stonden heeft hij al van dit lijstje af kunnen strepen. ‘En één van de mooiste orgels ter wereld staat om de hoek: dat van de Martinikerk in Groningen!’ Maar bang voor sleur in zijn werk is hij niet. ‘Ik heb nog geen idee hoe het komende jaar er uit komt te zien. Ik heb al wel een aantal hele leuke uitnodigingen gekregen, onder andere in Noorwegen, Polen en Duitsland, maar hoe de rest van het jaar er uit komt te zien dat vult zich nog in. Ik verveel me in ieder geval nooit!’