Kleine goudplevier

column-cees-kleine-goudplevier

Door de vogelwerkgroep van IVN Roden worden tal van activiteiten op de kalender gezet. Op werkgroepavonden en lezingen na vinden die uiteraard buiten plaats. Iets waarop je daarbij geen vat hebt is het weer. Je bent dan aan de weergoden overgeleverd. Vaak valt het mee, maar soms valt het tegen. Afgelopen zaterdag viel het ietwat tegen.

Een enkele keer komt het voor dat een geplande activiteit vanwege de weersvoorspelling wordt afgelast. Dat gebeurt vooral wanneer er veel regen wordt verwacht. Dan is naar vogels kijken gewoon niet leuk, omdat de kijkers, telescopen (en brillen) beslaan en bovendien zijn vogels dan minder actief. Zelf houd ik daarmee rekening. In deze tijd, al vanaf half maart tot begin juli, trek ik er wekelijks gemiddeld twee keer op uit om vogels te inventariseren. Omdat je al een uur voor zonsopgang in het veld moet zijn wil je dat natuurlijk wel met geschikt weer doen. Nou kan ik een telling op vrijdag doen, maar als het niet past kan het best een dag worden uitgesteld en desnoods nog eens en nog eens. Die vrijheid heb ik wel, maar bij een excursie van een werkgroep is het wel of niet doorgaan. Zaterdag viel het slechts een beetje tegen en dan gaat het dus door.

De excursie sloot aan op een lezing die Madeleine Postma van de Stichting Werkgroep Grauwe Kiekendief in maart voor IVN Roden verzorgde. Het is bekend dat het werk van deze werkgroep, en vooral ook dankzij de medewerking van talloze Oost-Groninger akkerbouwers, daar heeft geleid tot een gezonde populatie van de Grauwe kiekendief. Dat wilden we wel eens met eigen ogen aanschouwen en dus togen we zaterdag naar het weidse landschap boven Finsterwolde. Even voorbij Hongerige Wolf kregen we in de Reiderwolderpolder de eerste exemplaren te zien en nadien, vooral in de Carel Coenraadpolder, volgden er nog veel meer. Een enkele keer zat er zelfs een paartje voor ons op de weg! Vanwege het koude, soms miezerige weer waren ze niet al te actief en konden we ze een paar keer van zeer dichtbij bewonderen. Prachtige, sierlijke dieren zijn het. De mannetjes hebben een mooi geschakeerd verenkleed en bij de vrouwtjes vallen de met een lichte rand omgeven ogen op, waardoor ze een enigszins uilachtige uitstraling hebben. We hadden het wel een beetje te doen met de beestjes, want van Madeleine hoorden we dat het met de eerst rijke muizenstand bergafwaarts was gegaan. Dat zal beslist nadelige gevolgen hebben voor het broedresultaat! Slechts één keer zagen we een vogel met een prooi.

Naast veel Grauwe kiekendieven zagen we in de polders heel geregeld Gele kwikstaarten en daarnaast nog een stuk of 70 andere vogelsoorten. De meest bijzondere scoorden we op speciale wijze nadat we de Punt van Reide hadden bezocht. Omdat het ronduit slecht weer was geworden twijfelden we er nog even aan om naar de dichtbij gelegen vogelkijkhut te gaan, waar vanuit je uitkijkt over de Breebaartpolder, een plas-drasgebied. Dat hebben we toch maar gedaan, want je zit er in ieder geval droog. Dat leverde nog soorten op als de Groenpootruiter, Zwarte ruiter, Zilverplevier en Temmincks strandloper. Net toen we er een punt achter wilden zetten kwam een grote groep vogelaars met veel tumult binnenvallen. Het werd dringen geblazen, waarbij een dame in ons gezelschap door een bijna even brede als lange beer van een kerel bijkans van haar zitplaats werd geschoven. Hij verontschuldigde zich nog wel op originele wijze: ”Ik probeer me zo klein mogelijk te maken”. Er werd druk getelefoneerd met iemand die verderop zicht had op een bijzondere vogel. Dat bleek een Amerikaanse goudplevier te zijn, een zeldzame (dwaal)gast in Nederland die een stuk of veertig keer eerder werd waargenomen. Even later bleek dat de vogel pal voor de kijkhut was neergestreken. Vol ongeloof werd gereageerd: ”Is dat hem echt?” Veel verschilt hij niet van onze eigen Goudplevier op wat subtiele kleurverschillen na. Daarnaast is hij, samen met de iets meer voorkomende Aziatische goudplevier, iets kleiner van stuk. Samen werden ze vroeger op één hoop gegooid en Kleine goudplevier genoemd. Thuis las ik later dat de kleur van de poten ook verschilt, maar dat zie je niet terug op mijn provisorisch gemaakte ’(bewijs)foto’.