Kleintje cultuur – Alfred Oosterman

‘Mensen willen altijd een bijzonder leven, terwijl er zoveel schoonheid zit in eenvoud’

PEIZE – In 2016 begon fotograaf Alfred Oosterman met het maken van straatbeelden voor zijn blog, waar Marjolein Scherphuis teksten bij schreef. Dat leidde uiteindelijk tot de publicatie van het boek Had kunnen zijn. Zeer korte verhalen bij beeld van de straat, dat onlangs verscheen bij uitgeverij Kleine Uil in Groningen.

Al op zijn zeventiende wilde Oosterman fotograaf worden, maar hij besloot eerst een praktische beroepskeuze te maken. Hij werd opticien en contactlensspecialist om later pas naar de fotoacademie te gaan. ‘Het heeft ook een voordeel om later met iets te beginnen, doordat je dan meer levenservaring hebt,’ aldus Oosterman. ‘Als je iets heel graag wil kun je nog steeds veel bereiken, ook al begin je later.’ Sinds 2001 werkt hij als fulltime fotograaf, eerst in Tolbert en tegenwoordig vanuit zijn studio in Peize. Daarbij richt hij zich vooral op portretten en de zakelijke markt.

De straatbeelden in Had kunnen zijn maakt Oosterman in zijn vrije tijd. ‘Ik fotografeer al lang straatbeelden, ook op vakantie,’ vertelt Oosterman. ‘Soms schaam ik mij er wel een beetje voor dat ik in Frankrijk anderen fotografeer en niet mijn eigen familie, maar het dagelijks leven heeft zoveel charme. Mensen willen altijd een bijzonder leven, terwijl er zoveel schoonheid zit in eenvoud.’ Alle foto’s in het boek zijn zwart-wit en hebben één of twee duidelijke hoofdpersonen. ‘Door het beeld zwart-wit te maken haal je informatie weg. Dat geeft veel ruimte voor interpretatie,’ aldus Oosterman. Met de teksten heeft hij zich zo weinig mogelijk bemoeid. Die zijn ontsproten aan de fantasie van Scherphuis. Oosterman: ‘Voor de samenhang in het boek zijn alle verhalen wel opnieuw geschreven of geredigeerd, want de verhalen uit het begin waren ook veel meer geschreven vanuit de fotograaf. Nu gaan zij over wat er te zien is op de foto.’

De foto’s zijn gemaakt op verschillende plaatsen, van Oslo tot Frankrijk en van Maastricht tot Groningen. Hoewel het lijkt alsof Oosterman de foto’s per toeval heeft gemaakt, is hij er meestal wel voor op pad gegaan. ‘Ik heb wel vaak mijn camera bij mij, ook als ik naar de stad ga,’ geeft Oosterman aan. ‘Je weet van tevoren niet wat er kan gaan gebeuren. Snelheid is essentieel. Het kost teveel tijd als ik eerst mijn camera moet pakken en instellen. Dan is het moment alweer voorbij.’ Wel kan Oosterman soms dingen aan zien komen, waarvan hij denkt dat het mooi beeld zal opleveren. Hij toont een foto van een sneeuwlandschap. ‘Daar moest nog iemand bij op, om er wat leven in te brengen,’ vertelt hij. ‘Toen zag ik in de verte een fietser aankomen. Daar wacht ik dan even op voor de foto.’

Voorkeuren voor locaties heeft Oosterman, maar hij heeft wel een paar favoriete foto’s in het boek. Eén daarvan is de laatste foto in het boek, waarop een jonge vrouw zit te lezen op een bankje in het park. ‘Dat geeft een bepaalde vrijheid weer,’ aldus Oosterman. ‘Zij heeft de rust om dat te kunnen doen. Dat vind ik mooi.’

Of hij meer boeken gaat maken weet Oosterman nog niet. ‘Dit project is eigenlijk per toeval ontstaan,’ zegt hij. ‘Het was aanvankelijk niet de bedoeling om een boek te maken.’ Wel wil hij meer met zijn vrije werk doen. ‘Ik zou het heel fijn vinden als dat een extra onderdeel van mijn bedrijf wordt. Zo ga ik ook exposities inrichten waar ik mijn vrije werk kan laten zien, maar op dit moment zijn de plannen op dat vlak nog niet heel concreet. Ik vind het vooral heerlijk om hiermee bezig te zijn en dat het zo wordt gewaardeerd.’