Kleintje Cultuur – Alie de Vries


“Als kind heb ik niets anders gehoord dan het Westerkwartiers”

NUIS – Alie de Vries uit Nuis is opgegroeid met het Westerkwartierse dialect en zet zich nog altijd voor de streektaal in. Sinds 2005 is ze docent Groninger taal, maar eigenlijk was ze ook daarvoor al bezig met het dialect. Het is daarom niet vreemd dat Alie ook actief betrokken is bij de Stichting Mien Westerkwartier, die zich inzet voor de Westerkwartierse cultuur. “Je kunt wel stellen dat ik een echte, trotse Westerkwartierder ben”, zegt de inwoner van Nuis. “Ik woon mijn hele leven al in deze streek en het Westerkwartiers is mijn eerste taal. Mijn ouders spraken het dialect en dat is dus ook hetgeen ik het eerst gehoord heb”.

Alie is geboren in Opende, maar woont sinds haar vierde in Nuis. Hier groeide ze op in een echt arbeidersgezin. Haar ouders spraken alleen het Westerkwartierse dialect, waardoor Alie dat vanaf haar eerste levensjaar meekreeg. “Als kind heb ik niets anders gehoord dan het Westerkwartiers”, vertelt ze. “Mijn ouders konden amper Nederlands. Zelf heb ik op de kleuterschool Nederlands geleerd, waardoor ik uiteindelijk tweetalig ben opgegroeid”. Met veel vrienden en bekenden sprak Alie altijd in het Westerkwartiers, zo ook toen ze haar partner leerde kennen. Ondanks dat het Westerkwartiers van zowel Alie als haar man de eerste taal was, besloten ze om hun kinderen in het Nederlands op te voeden. “Men zei destijds dat als je je kinderen in het dialect opvoedt, dat dat op latere leeftijd een handicap is. Zo zouden ze later problemen krijgen met schrijven. Inmiddels is bekend dat dat helemaal niet het geval is. Ik heb er ook wel spijt van dat ik mijn kinderen niet tweetalig heb opgevoed”.

Met haar kinderen sprak Alie dan wel geen Westerkwartiers, met veel anderen deed ze dat wel. Zo is ze jarenlang regisseur geweest bij een toneelgroep, waarmee ze verschillende stukken heeft opgevoerd in het Westerkwartiers. “Het bleek namelijk dat de toneelspelers hun emoties beter konden uitdrukken in het Westerkwartiers dan in het Nederlands”, vertelt ze. “Daarom besloten we om het in het dialect te doen. Voor zowel de spelers als het publiek maakte dat het alleen maar leuker”. In 2005 besloot Alie vervolgens een opleiding te doen voor docent Groninger taal. Sindsdien geeft ze diverse lessen en cursussen in de streek. “Maar je merkt wel dat er momenteel nog weinig vraag naar is. Het Westerkwartiers wordt steeds minder gesproken. Sommigen hebben er best wel belangstelling voor, maar men heeft een beetje schroom om het te spreken. Dat is eigenlijk heel erg jammer”.

Het Westerkwartiers is voor Alie zelf vooral de taal van de emotie. “Ik kan heel goed mijn emotie ermee uiten”, zegt ze. “Ik weet dat veel meer mensen dat hebben. Daarom wil ik ook graag dat het behouden blijft. Ik geniet heel veel van jongeren die het Gronings dialect spreken, zo ook van Tammo. Het lijkt misschien of die zomaar wat doet, maar ik heb erop gelet en taalkundig is het allemaal correct. Dat vind ik best knap”. Hoewel Tammo de Groninger taal goed beheerst, weet Alie dat er veel jongeren zijn die er mee worstelen. “Tegenwoordig worden nog weinig kinderen en jongeren met het dialect opgegroeid en dan willen ze met vrienden een beetje Gronings spreken. Het is dan wat halfbakken werk. Er zijn veel regels voor de taal en die maken het makkelijker om het Gronings te leren”.

Voor Mien Westerkwartier heeft Alie vele gedichten geschreven in het dialect en ook controleert ze alle teksten van de stichting die naar buiten worden gebracht. Zo controleert ze ook alle versies van de ‘Ik proat plat’, die wekelijks in deze krant te lezen is. Tevens heeft ze begin dit jaar de dichtbundel ‘Dicht bij Huus’ uitgebracht, voor haar moeders negentigste verjaardag. “Ik verkoop ze niet, maar ze zijn echt voor eigen gebruik”, zegt ze. “Mijn moeder wilde heel graag mijn gedichten gebundeld hebben. Vandaar dat ik dit voor haar gemaakt heb”. Alie heeft altijd ontzettend veel gedaan aan de Westerkwartierse taal. Momenteel is ze nog bezig met WoordWaark, dat de Groninger taal digitaliseert. “Ik hoop dat het dialect niet verloren gaat”, zegt ze. “Dat betekent dat men het vooral moet blijven spreken. Je kunt er ook zoveel mee”, aldus Alie.