Kornhorn

KORNHORN – Het dorp Kornhorn werd vroeger altijd bij Doezum gerekend en werd in die tijd Curringehorne genoemd. Pas in 1930 werd het dorp als zelfstandig beschouwd en hoefde het niet langer als het gehucht onder de jurisprudentie van Doezum door het leven. Tegenwoordig behoort Kornhorn tot de gemeente Grootegast en gaat het per 1 januari 2019 op in de gemeente Westerkwartier. In het dorp is basisschool ‘De Groene Borg’ gevestigd. Deze samenwerkingsschool is in 2014 ontstaan door de fusie van obs ‘Het Middelpunt’ uit Noordwijk met cbs ‘Maranatha’ uit Kornhorn. In de weekenden kan men terecht in dorpshuis het ‘Hornhuus’. Het dorp herbergt verder drie kerken.

Kornhorn – De Jas

Kornhorns Belang wilde aan het begin van 20e eeuw een begraafplaats. Na veel

geharrewar met naburige dorpen en de gemeente is er een begraafplaats gekomen.

Er kwam via een erfenis grond vrij, dat “Kornhorns Belang” niet kon kopen maar de

kerken wel. De grond is toen aangekocht door “Kornhorns Belang” samen met de

twee kerkgenootschappen.

 

Er  werd  een  begrafenisvereniging  opgericht.  Het  gezicht  naar  buiten  was  een

voorganger. Deze  werd  voortvarend  benoemd. Omdat het belangrijk was dat deze

functionaris door de dorpsgenoten ook als  zodanig herkend  moest worden, besloot

het bestuur om een jas te kopen.  Veel geld in kas was er zo direct na de oprichting

niet aanwezig. Het bestuur nam het besluit om een tweedehands jas te kopen.

De jas ziet er prima uit maar toch……. De, wat ijdele voorganger stapte op hoge

poten naar het bestuur en zei:  “Ien zo,n jas, die al meer dan halfsleets is,kin ik toch

niet met goed fatsoen veur een begoafenisstoet uut lopen? Dat is toch gien gezicht?”

 

Het bestuur was dit niet met hem eens: “Doe wiest zelf wel dat we host gien geld

hemmen en we kinnen de contributie ok niet verder omhoog gooien. Doe moest

t moar met dizze jas doen!”

De voorganger hield voet bij stuk en weigerde om “ien een jas van een aander” te

lopen bij begrafenissen. Het bestuur van de vereniging voelde zich door deze

weigering in het kruis getast en weigerde om in te gaan op de eisen van de

voorganger. De beide partijen bleven op hun strepen staan. Het bestuur was ten

einde raad. Hoe vaak ze overlegden, geen van beide partijen wilde ook maar een

duimbreed wijken. De zaak zat muurvast. Na veel gepraat en veel vergaderingen

was het bestuur slagvaardig en hakte de knoop door. Ze gaven de voorganger

ontslag en gingen ogenblikkelijk op zoek naar een andere kandidaat om de functie te

vervullen.

 

Een aantal leden van de dorpsvereniging pikte dit niet. Wel twintig personen vroegen

het bestuur om een buitengewone ledenvergadering uit te schrijven. Op deze

vergadering wilde men wel eens horen waarom het bestuur zo gehandeld had. Het

bestuur hield ook nu vast aan het eerder ingenomen standpunt over de tweedehands

jas. Ook veranderden ze niets aan de gevolgen voor de halsstarrige voorganger.

De zaak liep compleet uit de hand. Het werd een uitermate rumoerige vergadering.

Het kwam zelfs zo ver dat de “vertrouwenskwestie” gesteld werd. Na veel heen en

weer gepraat werd er uiteindelijk over gestemd. Het bestuur overleefde de motie van

wantrouwen glansrijk. Na telling van de stemmen bleken er maar 4 stemmen tegen

het bestuur te zijn. Pikant detail: De voorganger waar het allemaal om draaide

stemde niet eens tegen het bestuur. “Dit gezeur het al lang genog duurd” zei hij .

 

Uiteindelijk viel er een Salomonsoordeel waar iedereen het mee eens kon zijn: er

moest een jascommissie komen. Deze commissie moest geld inzamelen om een

nieuwe jas te kopen. Hiermee kon de vergadering het wel eens zijn. Bijkomend

voordeel: op deze manier konden alle aanwezigen met opgeheven hoofd en een

tevreden gevoel de vergadering verlaten.

Al snel was er een jascommissie van 4 leden benoemd. Ze gingen voortvarend aan

het werk, deden geweldig hun best en haalden binnen de kortste keren een bedrag

van ongeveer F.50.— op. Naar hun mening kon hier uitstekend een prima jas voor de

voorganger van gekocht worden.

Gelijk dook er een nieuw probleem op. De commissie was van mening dat zij de

aangewezen instantie was om de nieuwe jas te kopen. Had de commissie ook niet

het geld bij elkaar gesprokkeld? Nou dan. Maar dit schoot bij het bestuur helemaal in

het verkeerde keelgat. De commissie wist toch wel dat ze de opdracht hadden om

geld in te zamelen en niet om een jas te kopen. Omdat bestuur en commissie er

samen niet uitkwamen moest er een nieuwe vergadering worden belegd. Grote

meningsverschillen en verwijten. Zelfs bemiddelingspogingen mislukten. Uiteindelijk

moest er toch een beslissing worden genomen. Een volgende begrafenis naderde.

En die beslissing kwam natuurlijk van het bestuur. Maar of de nieuwe jas ooit met

voldoening is gedragen wordt niet vermeld.