“Laat kinderen alsjeblieft heel veel spelen”

norg kids casa mariette deiman

Peuterspeelzaal onmisbare voorziening volgens coördinator

NORG/NOORDENVELD – Is het hopeloos verouderd en niet meer van deze tijd? Wordt er tegenwoordig meer verwacht van ‘onze’ kinderen en is dat goed? Of moeten we terug naar de tijd dat we allemaal vanzelfsprekend naar de peuterspeelzaal gingen. Met een wijziging van wet- en regelgeving in het vooruitzicht is de toekomst van de peuterspeelzaal ongewis. Voor coördinator Mariëtte Deiman van SPiN (onderdeel van Kidscasa) is het echter geen punt van discussie. “Het zou mooi zijn als de peuterspeelzaal een basisvoorziening wordt.”

In de gemeente Noordenveld zijn er negen peuterspeelzalen te vinden welke vallen onder de Stichting Peuterspeelzalen in Noordenveld. Deze Stichting is weer onderdeel van Kidscasa, maar staat financieel volledig los van de organisatie. Mariëtte weet met 15 jaar ervaring als peuterleidster op zak zelf heel goed waar ze over praat. Het werken met kinderen in de leeftijd van twee tot vier jaar kan haar nog altijd boeien. “Ik kom nu niet meer zo vaak op locatie, maar het is nog elke keer weer verrassend te zien hoe verschillend kinderen zijn. De ene begroet je alsof ze je dagelijks zien terwijl een ander zich misschien eerst wat verlegen en afwachtend opstelt. Het leuke is dat kinderen op de peuterleeftijd ontzettend veel leren. Ze lijken zo klein, maar kunnen al zoveel.”

De bezetting van de peuterspeelzalen kan Mariëtte het beste uitbeelden door een op- en neergaande beweging te maken. “De laatste jaren was er een enorme piek, vooral omdat veel ouders hun werk verloren en hun kinderen niet meer naar de opvang brachten, maar weer voor de peuterspeelzaal kozen. Het laatste halfjaar neemt de vraag weer af. Ik ben benieuwd hoe het zich na de vakantie gaat verhouden. We zitten natuurlijk wel in een gemeente die vergrijst.”

Ze zag het werk in de loop der jaren veranderen. “Zaken als kinder-EHBO of BHV waren eerder totaal niet aan de orde. Ooit begon de peuterspeelzaal als speelgroepjes, maar er worden steeds meer regels aan gesteld. Zelf was ik eerst gewoon vrijwilligster en toen we een cao kregen was dat al heel wat. Ja, zaken als risico-inventarisaties zijn soms erg streng. Ik zeg ook wel: kijk buiten zitten boomwortels en daar kun je over vallen, maar als kinderen in de groep spelen kunnen ze ook over een been of fietsje struikelen. We kunnen niet al het gevaar wegnemen en kinderen moeten ook leren. Je moet het wel in verhouding blijven zien. Toch merk ik dat voor veel ouders het toch wel geruststellend is dat het erbij zit. Ik denk dat het belangrijk is dat je in contact blijft met elkaar. Heb je zorgen, geef het dan aan.”

Met de inzet van het rijk om de wet- en regelgeving rond kinderopvang en peuterspeelzaal vanaf 1 januari 2017 gelijk te trekken, lijkt de toekomst van de peuterspeelzaal ongewis. Het is aan de gemeente invulling te geven aan de kaders die het rijk stelt en daar wordt tot op heden heel verschillend op gereageerd. Een ontwikkeling die Mariëtte niet toejuicht. “Er zit wel verschil tussen beide, hoewel die verschillen steeds minder worden. Bij de kinderopvang proberen we zoveel mogelijk de thuissituatie na te bootsen. Een peuterspeelzaal is letterlijk een zaal om te spelen en kan gezien worden als voorbereiding op de basisschool. Het is een plek waar kinderen spelenderwijs in contact komen met andere volwassenen, andere kinderen en ander speelgoed. Er zijn natuurlijk regels en er is een ritme. Maar het is spelenderwijs en daar ben ik een groot voorstander van. Ik zie het absoluut niet als een school voor een school. Toch zijn er gemeentes die daar voor kiezen. Of dat een trend is die ingezet wordt? Dat kan. Nu de wet- en regelgeving gelijk getrokken wordt, gaat alles in elkaar vouwen. Er is landelijk veel minder geld voor peuters en de oplossingen daarvoor zijn helaas per gemeente heel verschillend. Er zijn gemeentes die kiezen voor een combinatie van school en peuterspeelzaal of kinderopvang en peuterspeelzaal. Maar weer anderen strepen de peuterspeelzaal helemaal weg.”

“Ik zou het allerliefste zien dat de peuterspeelzaal een basisvoorziening wordt”, vervolgt ze. “Als je mij zegt dat kinderen straks al met drie jaar naar de basisschool moeten, dan ga ik me zorgen maken.” De opmars van de CITO-toets wordt dan ook met argusogen gevolgd. “Het is er en het verlaagt elke keer weer. Eerder kwam CITO pas in de derde klas ter sprake, toen de eerste en nu soms ook al bij de peuters. Ik probeer het hier zolang mogelijk tegen te houden. Laat kinderen alsjeblieft zoveel mogelijk spelen. Ze moeten al zo vroeg, zo veel.”

Tot het 2017 is, zijn er nog genoeg uitdagingen aan te gaan. Eén van de grootste: de ouders. Wie herkent het niet: druk, druk, druk. “Het is moeilijk ouders bij onze bezigheden te betrekken. Ouderavonden worden slecht bezocht. We hebben een logeerbeer met een boekje in de tas. Om de beurt krijgt een kind de tas mee naar huis. De bedoeling is dat het boekje voorgelezen wordt. We maken mee dat ouders in die week geen tijd hebben om dat boekje voor te lezen. Jammer!” En het is 2015, maar we moeten ouders nog steeds stimuleren om voor te lezen. En de keuzes die ouders maken? “Of kinderen zonder peuterspeelzaal kunnen? Je moet uiteindelijk een keuze kunnen maken die bij je past. Maar ik denk wel dat het heel belangrijk dat kinderen in elk geval naar de opvang, peuterspeelzaal of beide gaan.” Haar toekomstbeeld? “Een soort van kindercentrum waarin alles ineen valt. Er is zoveel deskundigheid opgebouwd in al die jaren. Laten we in elk geval voorkomen dat dat verdwijnt. Het is belangrijk dat peuters kunnen spelen en in contact komen met andere kinderen en volwassenen. Op school ziet men duidelijk of een kind naar een peuterspeelzaal of kinderdagverblijf is geweest of niet.”