Lachen om te imponeren

Afgelopen week zat ik in quarantaine met de gebruikelijke corona klachten zoals keelpijn, hoesten, lichte verhoging en snotneus. Daar sliep ik slecht van. Op een ochtend, ik dreigde eindelijk in slaap te vallen, werd ik gewekt door de aanstekelijke, opgewekte lach van een groene specht. Die lach toverde een grimas op mijn mond want het is een prachtig, positief geluid en was vast en zeker bedoeld om mij op te vrolijken.

Het is lente en dat voelen de vogels. Er verandert iets in hun hormoonhuishouding doordat de dagen langer worden. Dat is tevens het signaal voor de vogelmannen dat ze ‘aan de bak’ moeten. Nesten bouwen, zorgen voor een prachtig verenpak en de longen uit je lijf zingen. Ze gooien al hun kluskwaliteiten, charmes en versiertrucs in de strijd om de vrouwen te imponeren. Liefst al ’s ochtends vroeg.

De merel gaat echt ‘vroeg uit de veren’. Hij is een van de eerste vogels die je ’s ochtends hoort fluiten, gevolgd door de zanglijster. Complete, prachtige fluitconcerten komen voorbij. Overigens, de roodborst kan er ook wat van maar die is niet zo van de tijd. Deze kleine dappere flierefluiters hoor je het hele jaar door en dag en nacht. Niet alleen in het broedseizoen.

Het merendeel van alle vogels behoort tot de zangvogels. Meer dan 5000 soorten lees ik, met elk hun eigen klanken en deuntjes. Een deel hiervan is erfelijk en een deel bestaat uit het improvisatie- en imitatievermogen van de vogel. Vogelaars herkennen vogels aan het erfelijke deel van de zang, al voordat ze de vogel zien. Leuk is om te vermelden dat er lokaal ook ‘dialecten’ ontstaan en dat sommige vogels andere vogels nabootsen. Spreeuwen zijn bijvoorbeeld goede imitators.

Zangvogels hebben hiervoor een orgaan (de syrinx), dat in verbinding staat met de luchtpijp. Dit orgaan is bij zangvogels beter ontwikkeld dan bij andere vogels. Hiermee produceren ze die ingewikkelde klanken en melodieën.

Maar de ene fluittoon is de andere niet. Vogels gebruiken lokroepen, alarmroepen, contactroepen en ook bedelroepen. Allemaal andere tonen, melodieën en geluiden. Daarnaast communiceren vogels ook ‘non-verbaal’. Denk daarbij aan de gekleurde veren die ze inzetten bij de balts, het gedrag bij paringsdansen, (alarm/dreig)houdingen die ze aannemen bij gevaar of het klepperen van de ooievaar en het roffelen door een specht.

Vogels communiceren onderling wat af. Naar soortgenoten maar ook naar andere vogels. Onderzoeken in Australië toonden aan dat vogels onderling taken verdelen door met elkaar te communiceren. Er wordt volgens de onderzoekers zelfs onderhandeld. Wat is er eigenlijk nog weinig bekend over dierencommunicatie.

Terug naar de groene specht. Hij maakt het voor mij wel wat verwarrend, want hij doet niets anders dan lachen. Zowel richting rivalen als naar de vrouwen. Daar komt het Hollandse gezegde bij: ‘Als de specht lacht, wordt regen verwacht’. Maar afgelopen week heeft het niet geregend. Communicatie is best ingewikkeld en de interpretatie ervan ook. Zowel bij dieren als mensen. Lach je tegen iemand, dan kan dat vriendelijk, verleidelijk maar ook bedreigend overkomen. Hoe dan ook, de groene specht heeft zich de afgelopen week niet meer laten horen. Wellicht heeft hij inmiddels een vrouwtje gevonden. En ik ben weer coronavrij. Dat doet me gelijk denken aan een ander Nederlands spreekwoord “wie het laatst lacht, lacht het best’

Andre Brasse – Puur Natuur nr. maart 2022