Landlopers, weeskinderen en de ‘terror-Oehoe’

Landlopersdag in Veenhuizen

VEENHUIZEN – Koud en kil. Dat was het woensdagochtend toen de poorten van het Gevangenismuseum in Veenhuizen open gingen. Het deerde tenminste vierduizend mensen echter niets, zij gingen – weer of geen weer- naar de elfde editie van de Landlopersdag. Een dagje terug in de tijd. Met landlopers en weeskinderen en een heel ‘gevaarlijke’ vogel.

De veldwachter kijkt streng en spreekt mensen bestraffend toe. Of ze wel even op het voetpad willen lopen. ‘Veenhuizen is een gewoon dorp, weet u. Hier rijden ook gewoon auto’s’, zei de veldwachter, in prachtig, oud pak gestoken. Het hoorde allemaal bij het spel. Bij de Landlopersdag, iets van een levende documentaire van hoe het eens was. Terug naar toen. Bij die ingang werden met name de kinderen meteen bijgepraat. En eenmaal op de binnenplaats was het genieten van straattheater, muziek, optredens, marktkraampjes en eten en drinken, want ook dat was er in ruime mate en dat deed men vroeger ook gewoon. En altijd stonden ze centraal, de landlopers, de oorspronkelijke bewoners van Veenhuizen. De elfde editie van de dag stond dus met name in het teken van weeskinderen. Er was een speciale tentoonstelling over dit onderwerp ingericht en zoals gezegd werden jonge bezoekers ontvangen door regenten, precies zoals de weeskinderen tweehonderd jaar geleden ontvangen werden. Wil Schackmann vertelde bovendien over haar onlangs verschenen boek ‘de Kinderkolonie’. Ook rondom het museum was van alles te zien en te beleven, de Boevenbus reed af en aan. Bijzonder aan deze editie was wel het feit dat een aantal gedetineerden uit PI Esserheem mee hadden gewerkt aan de opbouw en zelfs tijdens de dag zelf actief waren. Ze vielen niet op tussen het bonte gezelschap mensen op de binnenplaats.

Bijzonder was zeker ook de ‘stand’ met uilen. Echte uilen. En valken, gerangschikt van heel groot naar kleiner. Reinier mag ze houden en is – zo laat hij meteen weten- ook jager. Met name de Oehoe valt op. Zeldzaam in Nederland en recent negatief in het nieuws. U weet het vast nog wel: de terror Oehoe. De enorme vogel – want dat is het- die zomaar mensen aanviel. Reinier heeft er een plausibele verklaring voor. ‘Die zogenaamde terror Oehoe heeft vijf jaar bij mensen geleefd. Toen waren die er echter zat van en hebben hem laten vliegen. Dat ging eerst nog goed, tot de Oehoe aan de bloemetjes en bijtjes begon te denken. En als ie iets wil en verliefd wordt, waar zou hij aan denken? Inderdaad, mensen. Daar groeide hij immers mee op. En dan die verhalen van de aangevallen mensen. Wat een onzin. Ik weet dat als ze mensen benaderen, ze de vleugels om je heen slaan en je over de rug ‘aaien’. Meer niet. Een meneer vertelde de klauwen op zijn hoofd te hebben gevoeld. Lachwekkend, want als hij dat daadwerkelijk had gevoeld, had hij het niet kunnen navertellen. Deze Oehoe is gevaarlijk. Een labrador? Hij lacht er om. Die klauwen hè.’ Gevaarlijk of niet, naar deze Oehoe kon je uren kijken, en dat deden mensen dan ook. Wát een prachtig beest. De link met Veenhuizen? ‘Euh, nou ja, de jacht hè, en het houden van vogels. Is van alle tijden’, zei Reinier.

De Oehoe zat gelukkig goed vast, zoals de broodjes voor kinderen ook goed bevestigd waren aan stokken en zo bruin gebakken werden. Prachtige dag in Veenhuizen. En goed dat weer stilgestaan wordt bij de eerste bewoners van het dorp, want veel mensen weten wel van de nominatie voor de Werelderfgoedlijst maar niet wat er vroeger nou eigenlijk in Veenhuizen gebeurde.