Langelo opgenomen in Gronings schadeprotocol

‘Een doorbraak natuurlijk,  maar we zijn er nog niet’

RODEN – De ondergrondse gasopslag bij Langelo wordt tóch opgenomen in het Groningse schadeprotocol. Dat heeft minister Henk Kamp vorige week toegezegd tijdens het debat in de Tweede Kamer over schadeafwikkeling door gaswinning in Groningen. “Een absolute doorbraak”, zegt wethouder Henk Kosters. Om direct te vervolgen met: “Maar we zijn er nog niet. Sowieso niet omdat wij nog geen bevestiging er van hebben en omdat het nog doorgeschoven kan worden naar het nieuwe kabinet. Er zijn nog steeds onduidelijkheden rond het opslagplan van de NAM.”

“Natuurlijk ben ik blij. Dit is de eerste stap. De inspanningen van de raad en college hebben wat opgeleverd. Anders hadden we niets. Het is ook heel logisch dat Langelo is opgenomen in het schadeprotocol. De gasopslag in Langelo zou er niet zijn zonder de Groningse gasbel. Dan is het vreemd dat er andere regels gelden voor schadegevallen. De NAM erkende de schades niet als gevolg van gaswinning. Dat kan toch niet waar zijn, dachten wij als gemeente. Dat is zo krom als wat. Dit is ook het standpunt van CDA-kamerlid Agnes Mulder, die hier persoonlijk is komen kijken.” Mulder wilde vorige week een motie indienen (die kon rekenen op een meerderheid op een meerderheid van de Tweede Kamer) over de ongelijke behandeling van schadegevallen door de NAM. Zover kwam het niet. Ministerkamp vroeg Mulder nog even te wachten omdat het de bedoeling was dat Langelo deel gaat uitmaken van dat protocol, zo zei hij.

“Dit is stap één, stap twee moet ook nog genomen worden”, vervolgt Kosters. “Er zijn nog steeds onduidelijkheden over het opslagplan van de NAM.” De NAM heeft in 2015 de opslagcapaciteit in Langelo met toestemming van minister Kamp en het Staatstoezicht op de Mijnen uitgebreid. Uitbreiding zou noodzakelijk zijn om ook op piekmomenten of bij onverwachte vraag voldoende gas op voorraad te hebben. De onafhankelijke Technische Commissie Bodembeweging (TCBB) had grote twijfels over de mogelijke gevaren van de uitbreiding. De TCBB adviseerde eerst een proef te doen voor een jaar.  Er zou te weinig tijd zijn geweest om zich goed te verdiepen in de gevolgen van drukverandering die het gevolg is van extra gasopslag. Ook wilde de onafhankelijke commissie dat de snelheid van het gas werd vastgelegd bij het vullen en leeghalen van de opslag. Als laatste adviseerde de TCBB om geofoons (microfoons die trillingen opvangen) voor alarmering te plaatsen, op twee tot drie kilometer diepte. Adviezen waar niets mee gedaan is. Volgens de NAM, EZ en Staatstoezicht op de Mijnen kan drukverhoging geen kwaad in Langelo. Het gasveld zou dik genoeg zijn en bovendien een dikke toplaag van vloeibaar zout bevatten, verklaarden zij. De Raad van State tikte EZ hierover op de vingers en drong aan op extra onderzoek. Wat nu precies de status is van dat onderzoek en het gasopslagplan is niet duidelijk bij de gemeente. “Misschien moeten we ons op nieuw richting Raad van State wenden”, zegt Kosters. “De NAM rept nu over een zogenaamd nieuw, tweede plan. Wat dat inhoud weten we niet. En we willen weten of ze ondanks de bezwaren van de RvS zomaar door kunnen gaan met het eerste opslagplan.”

Of opname van Langelo in het schadeprotocol ook goed nieuws betekent voor de schadegevallen van inwoners van Steenbergen, weet Kosters niet. “Ik ga ervan uit dat het protocol ook geldt voor de schadegevallen om Langelo heen, maar zeker ben ik er niet van. Er moet eerst meer duidelijk worden over de inhoud van het protocol en wat dat voor de inwoners betekent. In ieder geval zal Groningen ons vanaf nu bij de gesprekken over schadeafhandeling moeten betrekken. Dus ja, ik ben blij met deze doorbraak, maar we zijn er nog niet. Op naar de volgende stap”, aldus Kosters.

 

Het verzoek van NAM om meer gas te mogen opslaan in de gasopslag bij Norg dateert uit 2014, volgens een brief van 9 november 2015 van het ministerie van Economische Zaken  aan de voorzitter van de Tweede Kamer. EZ is op 26 juni 2014 ingestemd met een wijziging van het opslagplan voor Norg, waarbij het maximale werkvolume is uitgebreid van 3 miljard Nm³ naar 7 miljard Nm³ waarbij aanvullende voorwaarden en beperkingen zijn opgelegd. De beperkingen vinden hun oorsprong in de beoordeling van het seismisch risico. Het opleggen van uniforme beperkingen leidt voor compartiment 2, waarin de meeste injectie- en productieputten zich bevinden, tot een reductie van de mogelijke inzet van de ondergrondse gasopslag. Deze reductie wordt vermeden bij een differentiatie van de beperkingen voor de individuele compartimenten. Het seismisch risico verandert met deze aanpassing volgens Staatstoezicht op de Mijnen niet. Toch is er naar aanleiding van advies van de Technische commissie bodembeweging (Tcbb) voor gekozen om na een jaar een moment in te bouwen om op basis van metingen het seismisch risico opnieuw te evalueren.