Leerlingenraad De Marke wil sneller een nieuwe school


Het is, als volger van de lokale politiek, vaak de moeite waard om even door de ‘Brieven aan de raad’ te neuzen. Eigenlijk staat er altijd wel iets interessants in. Of dat nu kritiek is vanuit Norg op het niet wijzigen van gevaarlijke verkeerssituaties of juist complimenten van Veenhuizen Boeit voor de garantstelling voor het Pauperparadijs. Ook deze week werd ik niet teleurgesteld door de ingekomen brieven en dat was aan de leerlingenraad van OBS de Marke te danken.
Het is verreweg de meest besproken school van de afgelopen periode. Althans: de meest besproken school binnen het verspreidingsgebied van De Krant. In Amsterdam staat namelijk een school die nóg vaker in het nieuws kwam. Hoe dan ook: De Marke dus. Het verhaal is bekend. Schoolgebouw onveilig, noodlocatie uit de grond gestampt, vertraging bij sloopwerkzaamheden wegens vleermuizen (verzin het maar eens), enzovoort.
Niet zo lang geleden bevond ik mij op de noodlocatie voor een gesprek met José Wolters. De directeur hield haar hoofd omhoog en probeerde vooral positief te zijn. Maar gaandeweg het gesprek liet ze zich ontvallen dat er toch iedere week ‘wel iets is’. Dat kan zijn een verstopte wc of een niet-functionerende airconditioning. Ook de leerlingenraad van De Marke valt dit op. Op vrijdag 10 januari viel in het schooljournaal van De Marke al te lezen dat de leerlingenraad een brief heeft gestuurd naar de raad. ‘Volgens kinderen van onze school moet de nieuwe school sneller gebouwd worden. Want veel kinderen vinden het schoolplein klein en saai. (…) Sommige kinderen voelen zich hier minder veilig dan op de ander school’, viel er onder meer te lezen in het schooljournaal. Het dringende verzoek vanuit de leerlingenraad richting ‘de grote mensenraad’ is dan ook: zorg ervoor dat er zo snel mogelijk kan worden gebouwd aan de nieuwe school op de oude locatie.
Jeugdig ongeduld? Wellicht. Maar het valt te begrijpen. Er zijn het afgelopen jaar zelfs leraren vroegtijdig naar huis gegaan, omdat de galm in lokalen hen hoofdpijn bezorgden. Dat is inmiddels opgelost, maar geeft wel aan dat het improviseren is op de noodlocatie. Het nieuwe gebouw kan wat zowel leerlingen als leraren betreft niet snel genoeg uit de grond worden gestampt.
Een andere brief die aan de raad is gestuurd, gaat over een vuurwerkverbod in de gemeente Weesp. Heel Nederland zal er aan moeten geloven, wat natuurlijk nogal wat kritiek met zich meebrengt. De roep dat ons steeds meer wordt afgepakt, klinkt steeds luider. ‘Symboolpolitiek’, ‘niet te handhaven’: het schoot allemaal door mijn hoofd afgelopen week. Niet dat ik zelf zo’n groot vuurwerkliefhebber ben, maar een groot voorstander van deze maatregel ben ik niet.
Dat zal bij burgemeester Klaas Smid wel anders liggen, vermoed ik. In Noordenveld valt het qua schades ieder jaar weer mee, maar burgemeesters staan over het algemeen welwillend tegenover een vuurwerkverbod. En daar valt – zeker in gemeenten waar het jaarlijks wél fout gaat – wat voor te zeggen. Symboolpolitiek of niet: als het vuurwerkverbod onze hulpverleners beschermt tegen agressie, dan juich ik het van harte toe. Maar ik betwijfel het ten zeerste.
Meepraten? Twitter: @MathijsRenkema