‘Leiding geven? Dat kun je of dat kun je niet’

Marinus van der Wal: ‘baas’ van Noordenveld

RODEN – Het blijft verbazingwekkend hoe twee mensen in één en dezelfde profielschets passen. Nadat Anne Doornbos vanwege leeftijd stopte als gemeentesecretaris van Noordenveld, bleek de alom geprezen Inge Bakker aan de profielschets te voldoen. Bakker stapte echter op, en sinds september is Marinus van der Wal ‘baas’ van de gemeente Noordenveld. Het contrast kan haast niet groter. Bakker, de ingetogen, zachte en soms zelfs onzichtbare vrouw en Van der Wal als ruwe bolster, blanke pit. De man met de harde stem. De man die van duidelijkheid houdt en als het moet met de vuist op tafel staat. De man die zegt dat leidinggeven een kwestie is van kunnen of niet kunnen. Maar ook zegt: personeel is in zijn ogen het grootste kapitaal van het bedrijf, en dus ook voor de gemeente Noordenveld. Kennismaking met een bijzondere ‘Noorderling’.
Noorderling ja, want zo omschrijft Van der Wal zichzelf. Zestig jaar geleden werd hij geboren in Winschoten. Toen hij twintig jaar later zijn huidige vrouw tegen het lijf liep, bouwde hij een huis in Oude Pekela. Daar woont hij nu nog, met dezelfde vrouw. Van der wal is loyaal, trouw. Maar ook onrustig. Dat blijkt wel uit zijn CV. Die is indrukwekkend, maar doorgaans blijft hij een jaar of vijf op zijn post om weer elders aan de slag te gaan. ‘Ik moet me niet gaan vervelen. Ik ben van het opbouwen, iets neerzetten. Staat dat er, dan ben ik vervolgens geen type om alleen maar op de winkel te gaan passen’, zegt hij.

Van der Wal dus. Kaal hoofd, zware stem. Oost Groninger. Mensen die doorgaans geen drie woorden gebruiken als ze het in twee woorden kunnen zeggen. ‘Ik voel me meer Noorderling dan Pekelder of Oost Groninger. Het gaat helemaal niet goed in Oost Groningen. Verre van zelfs. Ik merk dat helemaal nu ik hier werkzaam ben. De mensen hier zijn veel meer ontspannen. Rustiger. Mooi voorbeeld is wel de Rodermarkt. Ik maakte dat dus onlangs voor het eerst mee en ben elke dag geweest. Ik ken ondertussen half Roden en heb me geen moment ongemakkelijk gevoeld. In Winschoten is dat anders. Als ik daar loop tijdens de Nacht van Winschoten, dan gebeurt op elke hoek van de straat wel iets. Je moet steeds op je hoede zijn. De situatie in Oost Groningen is in mijn optiek voor een groot deel veroorzaakt door de politiek. Men heeft daar zoveel kansen laten liggen. Werkloosheid is nog steeds aan de orde van de dag. Mensen beginnen het normaal te vinden.’

En dus rijdt Van der Wal elke dag met veel plezier naar Roden. ‘Ik ben verliefd geworden op deze gemeente. Toen ik aangenomen werd, hebben mijn vrouw en ik de caravan gepakt en hebben we drie weken vakantie gevierd op de Norgerberg. We maakten elke dag fietstochten door de gemeente. Na drie weken dachten we alles wel gezien te hebben. Een misrekening. Nog steeds ontdek ik Noordenveld. Wát een schitterende omgeving, wat een mooie gemeente en wat gebeurt er veel. Wat ik hier op het gemeentehuis aantrof? Een ambitieus college vooral. Een mooie mix van jong en ervaren.’ Inhoudelijk wil Van der Wal nog niet zoveel kwijt. Ales wat hij zou zeggen, zou als een aanklacht tegen zijn voorganger opgevat kunnen worden. En dat wil hij niet. Bijzonder: Van der Wal studeerde aan de ALO. Hij deed er door een ernstige armblessure zes jaar over. ‘ De ALO is achteraf gezien toch een opleiding geweest waar ik veel aan heb gehad. Nog steeds. Behalve het maken van een solide koprol krijg je er te maken met leiding geven, met psychologie en pedagogie. Heel nuttige zaken. Later heb ik uiteraard opleidingen, trainingen en cursussen gevormd. Dat samen maakt van mij een bestuurder die weet wat hij wil. Ik ben van de duidelijkheid. Ik ben van samenwerken en ik wil iemand zijn die er altijd staat: ook in slechte tijden. Oké, als ik dan toch iets moet zeggen over wat we wellicht anders kunnen doen, dan noem ik dat we meer naar buiten moeten treden. Meer laten weten wat we doen, vertellen waar we mee bezig zijn. Ook als het gaat om slecht nieuws. Je moet je niet verstoppen. Wees duidelijk. Communiceer. Daar houd ik van.’

Toen Van der Wal in Roden begon, gooide hij een rapport op tafel. Onderwerp: Marinus van der Wal. ‘Tijdens de sollicitatieprocedure is er een rapport van mij gemaakt. Ik heb iedereen de kans gegeven het rapport te lezen, zodat ze konden lezen hoe ik was en waar de eventuele valkuilen kunnen liggen. Ja, ik ben open. Een open boek. Ik ben bovendien een mensen-mens. Ik heb in de loop der jaren een soort van antenne ontwikkeld voor ‘goede’ mensen. Ik pik ze er zo uit. Ik weet zo wie wie is en wat iemand doet, zonder dat ik overigens heel goed ben in het onthouden van namen. Dat is een goeie denk ik wel eens, terwijl ik nog nooit een woord met hem of haar gewisseld heb. Gevoel en ervaring, denk ik.’
Van der Wal werkte als sportambtenaar in Pekela, was werkzaam in Kampen en Urk en was directeur in De Marne. Hij begon een eigen bedrijf en verrichtte interim klussen. De vacature Noordenveld sprak hem meteen aan, nadat hij na drie jaar klaar was met zijn werk bij de Friese RUD. ‘Ik wilde weer iets voor langere tijd. Bij Noordenveld dacht ik meteen aan Roden, Peize, Norg. Aan Veenhuizen en aan natuur. Ik had er meteen een goed gevoel bij. Ik heb gebeld en gezegd dat ze konden stoppen met zoeken naar een directeur, en dat ik maandag zou beginnen. Uiteindelijk ben ik het geworden, en daar ben ik echt heel blij mee. Ik geniet. Elke dag. En natuurlijk komen er straks ook minder leuke zaken voorbij, daar ontkom je niet aan. Samen gaan we keihard aan de slag om van Noordenveld een nog mooiere gemeente te maken.’

De secretaresse komt binnen. Het volgende bezoek wacht. ‘Zullen we tenminste eens per jaar afspreken? Even bijpraten, met de voeten op het bureau? Ik hoor graag hoe de media tegen ons aankijken. En als ik zelf iets van jullie vindt, dan meld ik me ook.’ Marinus van der Wal hecht aan duidelijk. Hij lijkt dé ideale man om ambtelijk Noordenveld weer op het goede spoor te zetten.