Lesgeven in coronatijd: Rosalie Hingstman is blij dat ze voor de klas kan staan

‘Fysiek lesgeven blijft toch beter dan digitaal’

RODEN – Lesgeven in coronatijd vraagt wat van een school en haar personeel. Waar het in heel Nederland niet toegestaan is om in grote getalen samen te komen, blijven de scholen gewoon open. Dat is – zo af en toe – best spannend, geeft Rosalie Hingstman aan. De docent aardrijkskunde en mens en maatschappij op de Ronerborg, is desondanks blij dat de scholen weer open zijn. ‘Het voelt alweer normaal.’

Looplijnen op de grond, desinfecterende spray bij de ingang. Voor buitenstaanders is de Ronerborg anno 2020 even wennen. Voor scholieren en docenten is dit allang niet meer vreemd. Wie het gebouw inloopt doet zijn mondkapje op, om hem pas in de klas weer af te mogen zetten. Voor leraren geldt hetzelfde. Het schooljaar is alweer ruim twee maanden bezig en de maatregelen zijn gaan wennen. Nee, wanklanken zijn er niet. Althans: niet meer. Want natuurlijk moest de school in september even wennen aan de nieuwe manier van naar school gaan.

‘In het begin was het best even vervelend’, laat directeur Sjoerd Louwes weten. ‘Ik schat in dat een derde van het personeel zich de afgelopen tijd heeft laten testen. In september duurde het vaak nog een paar dagen voor je uitslag kreeg. Dat maakte het soms lastig. Daarnaast hadden we soms dagen dat zo’n tien tot vijftien procent van de leerlingen thuiszat, omdat ze bijvoorbeeld verkouden waren.’

Toch vindt Rosalie Hingstman de afwezigheid van docenten en leerlingen nog wel meevallen. ‘We hebben zelden klassen naar huis moeten sturen, omdat er geen leraar was. In dat opzicht gaat het wel goed.’ Bovendien, zo merkt de school, blijft de griepgolf nog uit. ‘Dat is misschien een resultaat van het vele handenwassen’, denkt Louwes hardop. ‘Dat is dan weer het voordeel.’

Hingstman is bezig aan haar vijfde jaar op de Ronerborg. Het meest bizarre jaar tot dusverre, concludeert ze. ‘Al is het de eerste twee jaar voor een leraar op een nieuwe school ook altijd wennen. Je moet toch je draai vinden.’ De docente geeft aardrijkskunde en mens en maatschappij, een vak voor de onderbouw van het vmbo waarin aardrijkskunde, geschiedenis en economie worden gecombineerd. Daarnaast is ze mentor van een brugklas.

De brugklassers, voor wie het eerste jaar op de middelbare toch al spannend is, geven bij Hingstman aan het jammer te vinden dat ze niet meer wisselen van lokaal. ‘Dat is één van de maatregelen. Om zoveel mogelijk het contact tussen leraren en leerlingen te voorkomen en ook de bewegingen te minimaliseren, is afgesproken dat leerlingen blijven zitten en alleen de leraren van lokaal wisselen. Pauzes worden ’s ochtends in het lokaal gehouden. De middagpauze is gesplitst in twee groepen’, zegt Louwes. Hingstman: ‘Eén van de dingen die brugklassers zo leuk vinden ten opzichte van de basisschool, is dat ze steeds in een nieuw lokaal zitten. Een nieuwe omgeving dus. Dat moeten ze even missen.’

Ondanks alle maatregelen, geeft Hingstman aan dat de schooldagen inmiddels haast vertrouwd aanvoelen. ‘Het went. Ik denk dat veel collega’s ook gewoon blij zijn dat we weer fysiek les kunnen geven. Online was niet altijd ideaal. Je moet toch je draai vinden. Vooral uitleg geven is digitaal lastig. En uitleg vragen vinden leerlingen niet altijd ideaal via zo’n digitale les. Dan krijg je soms nog een aparte chat van een leerling, die toch nog met een vraag zit.’ Op zich geen probleem, benadrukt Hingstman, maar het kwam voor dat ook ’s avonds de vragen nog binnenstroomden. ‘Iets wat voor de coronacrisis niet gebeurde, want dan stelden ze de vraag de volgende dag wel of na de les onder vier ogen. Je wil alle kinderen helpen, maar wat doe je als je om half tien nog een chatbericht krijgt met een vraag?’

Nog steeds wordt er digitaal lesgegeven. ‘Aan leerlingen die ziek thuis zitten of in afwachting zijn van een testuitslag. Zij volgen de lessen nog via Teams’, vertelt Hingstman. ‘Toch zijn de meeste leerlingen enorm blij dat ze weer naar school mogen. Ze zullen aan het begin van de coronacrisis misschien zoiets hebben gehad van “yes, vakantie”, maar al gauw bleek dat de leerlingen school toch wel gingen missen. Vooral omdat het geen vakantie betrof. Thuis moest er gewoon geleerd worden.’

Vanaf juni konden de leerlingen weer terecht op de Ronerborg. ‘Dat voelde raar, heel anders dan nu’, blikt Hingstman terug. ‘De examenleerlingen waren toen al klaar en wij konden niet met volle klassen werken. De helft bleef thuis, de andere helft zat op school. We hadden nog een maand school. Daarin zat ook nog een toetsweek. Het was een aparte afsluiting van het schooljaar.’

De leerlingen zelf houden zich over het algemeen goed aan het advies om mondkapjes te dragen. ‘Soms vergeet iemand het op de gang en dan herinneren we diegene eraan’, zegt Hingstman. Een enkeling heeft van huis uit principiële bezwaren tegen het dragen van het mondkapje. Wat daar tegen te doen is? ‘Niets’, zegt directeur Louwes. ‘Het gaat om een dringend advies en wij volgen dat advies op, door de leerlingen te vragen een mondkapje te dragen. Als ze dat absoluut niet willen, valt daar niets tegen te doen. De meeste leerlingen gebruiken wel een  mondkapje, maar moeten daar zo nu en dan nog even aan herinnerd worden. En dan komt dat ding toch zonder gemor tevoorschijn.’

Onveilig heeft Hingstman zich nog niet gevoeld. Ze is in blijde verwachting en dus extra voorzichtig, maar heeft er geen bezwaar tegen om dagelijks naar school te gaan. ‘Daarbij komt dat het een mogelijkheid is om, mocht ik mij als docent niet veilig voelen op school, weer vanuit huis te gaan werken. Niet ideaal, maar het kan wel.’

Buiten het werk om staat ze haar sociale leven op een laag pitje. ‘Ik blijf zoveel mogelijk thuis. Naar de supermarkt ga ik hooguit één keer per week. Ik wil nu echt niet ziek raken.’ Een enkele keer, zo geeft Hingstman toe, vond ze het even spannend op school. ‘Dat was toen iemands ouders positief waren getest, maar de leerling wel naar school kon. Daar schrok ik toch een beetje van. Maar voor de rest voel ik mij hier prima op mijn gemak.’

Nu de griepgolf uitblijft en ook leraren door middel van een voorrangsverklaring sneller getest kunnen worden, lijken de eerste hindernissen voor het schooljaar 2020-2021 overwonnen. Op de Ronerborg is de sfeer dan ook goed. ‘We zijn vooral blij dat we nog zo normaal mogelijk les kunnen geven’, benadrukt Hingstman nogmaals.