Licht herstel

column-cees-boerenzwaluw

Er zullen best mensen zijn die niet direct weten welke vogel ze frontaal zien op de foto van natuurfotograaf Bertus van der Velde uit Eelde. Meestal zie je ze vliegend afgebeeld en dan valt het silhouet met de verlengde staartpennen op. En natuurlijk de kleuren van de vogel: de steenrode keel en voorhoofd en de zwarte bovenzijde met een blauwe metaalglans zijn kenmerkend. Misschien weet u nu wel dat het de Boerenzwaluw is waar ik het over heb.

Op de foto is tevens heel goed de brede snavelbasis te zien. Zwaluwen zijn zeer behendige vliegers die van insecten leven die ze in de vlucht vangen. Dan is het handig dat je een grote keelopening hebt. Ze kunnen heel wat vliegen, kevertjes en vooral muggen verstouwen, vooral in de tijd dat ze jongen hebben. Meestal zijn dat er 4 à 5. Echte hongerlappen zijn het die zelfs als ze al zijn uitgevlogen blijven bedelen om voedsel. Daar kun je je wel iets bij voorstellen, want hun jachttechniek is niet direct volmaakt. Dan is het mooi dat je af en toe nog iets van je ouders krijgt toegestopt. Ondanks dat overleven de meeste jonge Boerenzwaluwen hun eerste winter niet. Dat is trouwens een gegeven dat voor de meeste jonge dieren geldt.

De naam Boerenzwaluw duidt erop dat ze iets met mensen hebben. Het zijn in Europa cultuurvolgers die dus gebruik maken van bouwwerken om te broeden. Dat waren vooral boerderijen en de schuren/stallen (ligboxen) die er naast staan. Dat aandeel is echter drastisch afgenomen. Deels heeft het te maken met Europese regelgeving over veiligheid en hygiëne. Om te broeden hebben ze een beschutte plek nodig en als dat in gebouwen is moeten ze vrij entree hebben middels een openstaand raam of (boven)deur. Die worden echter steeds meer gesloten gehouden. Pakweg 20 jaar geleden broedden er bij meer dan 60% van de boerenbedrijven nog zwaluwen, maar ruim 10 jaar later was dat desastreus afgenomen tot nog maar 25%. Behalve met regelgeving heeft het te maken met de steeds grootschaliger geworden landbouw en de intensivering ervan. Dat heeft geleid tot een sterke afname van de kwaliteit van het foerageergebied. Ik heb hier wel vaker gesteld dat grote delen van het boerenland qua natuur vooral leeg land is.

Nou draagt dit stukje de kop ”Licht herstel” en dat betekent dat het iets beter gaat met de (broedvogel)stand van de Boerenzwaluw dan in een eerdere periode. In de tweede helft van de vorige eeuw nam het aantal broedparen met 50 – 75% af. Dat is wel een grove schatting, omdat de monitoring van de vogels niet perfect was. Maar dat ze toen in aantal sterk zijn achteruitgegaan staat vast. Door ze beter te volgen is men erachter gekomen dat de laatste jaren sprake is van een lichte stijging. Dan heb je het over iets van 1% per jaar. Boerenzwaluwen zijn veel meer (noodgedwongen) op andere plaatsen gaan broeden. Waar ze vooral steeds meer gebruik van hebben gemaakt zijn paardenstallen. De aantallen paartjes zijn er per gebouw toegenomen, terwijl die op boerenbedrijven navenant zijn afgenomen. Misschien is de lichte toename ook te danken aan het feit dat ze hier en daar zelfs bij mensen in dorpen broeden. In Roden zijn plekjes waar ze gewoon boven voordeuren van woningen broeden. Nou zijn het eigenlijk vogels die het liefst in groepen bijeen broeden, maar steeds meer zie je een enkel paartje op beschutte plekken nestelen. Dat geeft wel een beetje overlast, uitwerpselen, maar dat kun je makkelijk ondervangen door een plankje onder het nest te bevestigen.

Vanaf half maart komen Boerenzwaluwen groepsgewijs terug uit Afrika waar ze overwinteren. Dit jaar zag ik op 27 maart pas mijn eerste exemplaar in de Zuidermaden vliegen, een gevolg van het koude voorjaar. Ik had met ze te doen, want probeer dan maar aan de kost te komen. Misschien leidt dit slechte voorjaar wel tot een slecht broedresultaat, maar zo’n voorspelling is nattevingerwerk. De zwaluw die ik zag was trouwens een mannetje, te herkennen aan de veel langere staartpennen dan die van het vrouwtje. De dames hebben een voorkeur voor mannetjes met de langste staartpennen. Ze zijn wendbaarder en kunnen daardoor beter jagen wat de kansen voor het nageslacht verhoogt.