Licht in de duisternis

Ik rij ‘s ochtends rond 08:00 uur, in de schemering en met opkomende zon, naar mijn werk. Onderweg zie ik vaak groepen reeën in het veld grazen. ’s Avonds rij ik, rond de klok van vijf uur, in het donker weer naar huis. Dat wisselt natuurlijk met het seizoen. Nu is het officieel winter dus hebben we korte dagen en lange nachten.
Volgens meteorologen en klimatologen begon de winter al op de eerste dag van maand, dus 1 december. Maar, volgens de astronomische kalender is de winter pas op 21 december ingegaan. Dan staat de zon namelijk Loodrecht boven de Steenbokskeerkring. Leuk detail is dat deze datum varieert van 20 tot 22 december. Dat is onder andere afhankelijk van een schrikkeljaar.
Dit moment van de kortste dag of winterzonnewende, valt op of rond 21 december. Vroeger werd dat uitbundig gevierd met het midwinterfeest. Men vierde feest omdat de dagen weer langzaam langer werden. Men vierde de wedergeboorte van het licht.
Vroeger bepaalde het ritme van het licht grotendeels hoe je dag er uit zag. ’s Winters, als het vroeg donker werd kroop je bij elkaar rond een warm houtvuurtje en stak een kaars of olielamp aan voor het licht. Vervolgens ging je ‘met de kippen op stok’, dus vroeg op bed. Dat is nu wel anders. We verlengen de dag eenvoudig door op de lichtschakelaar te drukken en de thermostaat omhoog te draaien.
Toch reageren veel mensen onbewust wél op de verminderde hoeveelheid daglicht. Ze krijgen een winterdipje, de winterblues of ook wel winterdepressie genoemd. Dit wordt onder andere verklaard door de kortere dagen en het afnemen van de lichtsterkte van de zon. Hierdoor kan de biologische klok ontregeld raken. Een lichttherapie helpt veel mensen vervolgens uit die ‘dip’.
In de natuur is dat compleet anders. Hier wordt het ritme wel bepaald door het opkomen en ondergaan van de zon. Planten laten het blad vallen als het daglicht minder wordt en voor veel vogels is dat het signaal om naar zonniger oorden te vertrekken. Reeën komen tevoorschijn rond de ochtend- en avondschemering. Ze passen dus hun dagritme en voedingsschema gewoon aan op het seizoen. Andere eet- en rusttijden dus en ze eten ‘seizoensvoeding’, wat de pot schaft. Daar hebben wij mensen geen last van, want wij vinden het hele jaar door boontjes op de versafdeling in de supermarkt. Overigens komt er wel steeds meer aandacht voor koken met seizoensgroenten.
Voor een natuurfotograaf met een voorliefde voor reeën heeft zo’n seizoenswisseling best wel voordelen. Als ik ’s zomers reeën wil fotograferen moet ik namelijk vroeg, zo rond 04:00 uur, buiten staan om ze bij opkomende zon te observeren. Dat hoeft ‘s winters niet. Dan lopen ze vaak nog rond 08:00 uur in het veld. Ik draai me dan om 04:00 uur nog een keertje tevreden om in bed.