Lullig

Daar is internet toch echt – ook voor de driekwart digibeet die ik ben – de ideale uitkomst voor: Dingen snel opzoeken. Letterlijk alles wat je wilt weten kun je op internet vinden. Zoals de man met de langste piemel, een Amerikaan met een penislengte van 34 centimeter. En natuurlijk die met de kortste: Dat is ook een Amerikaan die 1 centimeter reikwijdte tot zijn beschikking heeft. De langste man ter wereld meet 272 centimeter en de zwaarste mens, een vrouw, weegt 727 kilogram. Zo kan ik nog wel even doorgaan. Het staat allemaal op internet. Je tikt een woord in en je krijgt antwoord. Ook wat het langste Nederlandse ‘echte’ woord is: Kindercarnavalsoptochtvoorbereidingswerkzaamhedencomité. Telt 60 letters en de Dikke van Dale, ook op internet te vinden, heeft het officieel goedgekeurd als bestaand en niet-samengesteld woord. De langste Nederlandse straatnaam is Ir.Mr.Dr.van Waterschoot van den Grachtstraat – 48 leestekens – en die ligt in Heerlen. Zou je in de tijd dat de mail in de correspondentie nog niet regeerde daar een brief naar toe sturen, dan was je alleen met de juiste adressering al een kwartiertje bezig. Een straatnaam is overigens een gebruiksartikel. De post wordt er bezorgd, de ambulance weet je er te vinden, de pizzabezorger komt bij je deur. Een straatnaam moet daarom niet te kort, niet te lang maar vooral herkenbaar zijn. Je hebt buurten – zoals een bomenbuurt – waar straatnamen soms veel op elkaar lijken: Beukenlaan en Berkenlaan bijvoorbeeld. Dat kan verwarring scheppen. Een naam die je niet voortdurend hoeft te spellen en niet gemakkelijk verhaspeld kan worden, verdient de voorkeur, schrijft  straatnamendeskundige René Dings in zijn boek ‘Over straatnamen met name’ waarin hij ook uiteenzet hoe straatnamen tot stand komen en wat daarbij komt kijken. Dat is nog heel wat. Zo hanteren veel gemeenten de stelregel dat iemand minimaal tien jaar dood moet zijn voordat ie een ‘eigen’ straat krijgt. Dat geldt dan weer niet voor Koninklijke figuren en voor met Olympische eer begiftigde sporters. Enzovoorts. Je kunt het allemaal op internet vinden. Om in de begintrant van dit columpje te eindigen: De titel van de lulligste column kun je nog niet op internet vinden. Maar misschien na verschijning van dit stukje…

Henk Hendriks