Maria’s Mooie Mensen

In een tijd waar menigeen aan het ontspullen is, lijkt ons huis voller en voller te worden. De dames, maar zeker ook manlief en ik; we zijn er met zijn allen debet aan. In dit huis geldt iets te vaak het credo: ‘je hebt er nooit teveel van’. Nagellakken doen wij het liefst met vijf kleuren tegelijk die we kiezen uit de twintig varianten die onze collectie groot is. De kinderen hebben schoenen, laarzen, klompen en sandalen en slippers staan ook hoog op het lijstje. Aan de kapstok hangen zomer en winterjassen, bodywarmers en oude varianten van oudste dochterlief die de kleintjes weer op reserve dragen. Speelgoed is misschien wel ons grootste probleem. Met weemoed kijk ik naar het speelkeukentje. Voor manlief een bron van ergernis, voor mij een bron van vertedering. Het allereerste speelgoed van mijn oudste dochterlief en nog steeds is dit houten keukentje ook het mooiste speelgoeditem wat wij in huis hebben. Maar inmiddels bestaat de inventaris niet meer uit dat ene serviessetje. We hebben dat gecomplementeerd met een hamburgermenu, neptaart, en serviessetje twee en drie. Ach, en willen jullie mijn garde die ik toch dubbel heb? Geen probleem en zo lopen de kinderen onze échte keuken uit met weer een nieuw item voor de nep-keuken. Weer iets wat later rondslingert en waar we op een onbewaakt moment ons nek bijna over breken. Nou had ik deze garde toch dubbel, vergoeilijk ik het gemopper van manlief later vaak. En daar heb je het dus weer: ‘je hebt er nooit teveel van’. Ik koop niet vaak wat, maar als het gebeurt ben ik graag volledig. Dat ene Duplokasteel bijvoorbeeld, wat ik tweedehands op de kop tikte, smaakte naar meer. Ik kocht er nog één voor een schijntje, ditmaal om op de zaak neer te zetten. Maar toen we thuis kwamen te zitten in ons corona-isolement, bracht manlief de tweede bak vol ellende weer mee naar huis. ‘Hebben ze wat extra’s’, dat zeiden wij serieus in ons huis vol rommel tegen elkaar. Dus van een kasteel gingen we naar een dorp, ons koningspaar werd een leger en de twee Duplo-prinsen die zwaar ondervertegenwoordigd waren in beide setjes worden inmiddels horendol van de tien Duplo-dames die ze in toom moeten houden. De schamele pogingen van mij om de zolder in elk geval te legen, wachtten dit jaar allemaal een stille dood met dank aan de Corona. Nee, wij liepen dit virus niet op, maar een middagje op een kleedje op de vrijmarkt of een avondje achter een kraampje op de kledingbeurs: dit jaar was het allemaal van de baan. Dames blij, want de korte voorbereidingen werden al met argusogen gevolgd. ‘Ga je dat verkopen mama?’ Zelfs de oude kleren die ik online probeer te slijten worden kritisch bekeken en soms wordt me gesommeerd het vooral weer op zolder te leggen voor als ze er ooit toch nog iets mee willen. ‘Misschien krijg ik later wel heel veel dochters’, steunt oudste dochterlief dan dramatisch. Waar anderen deze periode aangrijpen om grondig op te ruimen, zien mijn dochters al die vrije tijd als een uitgelezen kans om alles door handen te laten gaan. De halve dag klinkt er: ‘Mamaaaaaa, waar ligt…’ Precies, dát dus.