Maria’s Mooie Mensen

Als je maar één kind hebt, dan is het simpel. Die ene is de leukste, de liefste en de mooiste van de wereld. Maar als je er meer hebt, dan wringt zo’n uitspraak nogal eens. Als ik hier één dame een compliment geef, is de rest er vaak als de kippen bij. Maar ben ik ook niet lief, je allerbeste vriendin en hou je ook zoveel van mij? Voor je het weet wring je jezelf in allerlei lastige bochten om een vierjarige zo logisch mogelijk uit te leggen dat je van iedereen houdt, dat je dat niet telkens in drievoud verkondigt en dat het feit dat je tegen de ene dat zegt, niet betekent dat het voor de anderen niet geldt. Vooral bij een eeneiige tweeling is de grote valkuil ze over één kam te scheren. Voor ons was het woord tweeling taboe en vergelijken uit den boze. Voor omstanders was het juist bij tijden reuze interessant te weten of die twee op het oog identieke meisjes verder ook zoveel op elkaar lijken. Vragen als ‘wie vraagt de meeste aandacht’ of ‘wie hangt het meest aan je’ dwingen je uit het niets je dochters heel anders – en toch een stukje negatiever –  te bekijken. Zelf heb ik allang geleerd onze dames – die overigens haast voor een drieling door kunnen – te zien zoals ze zijn. Dat ze op elkaar lijken, vind ik bijkans moeilijk te zien, doordat ze zo ontzettend zichzelf zijn. De één staat nooit stil, de ander is ronduit atletisch en we hebben eentje die niet heel lekker beweegt. Ik zie één dame die altijd te dun is, eentje die perfect in het midden uitkomt en eentje bij wie elk koekje aanzet. De ene noemt me elke dag meerdere keren de liefste mama van de hele wereld, de andere kan zonder woorden heel duidelijk maken wat ze nodig heeft. Ik heb een oudste dochter die me altijd helpt met haar kleine zusjes, een middelste die alles ‘zelluf kan’ en een jongste die vaak niet eens probeert. De ene is een boef, de ander heeft een hart van goud en die eerste van ons is goud- en goud eerlijk. Eentje houdt van tutten, steelt stiekem mijn crèmes en draagt het liefst elke dag lippenstift. Eentje houdt van regenbogen, van alle kleuren en ziet de wereld veel mooier dan het mij meestal lukt. Eentje zoekt altijd fysiek contact, van knuffels tot een handje of lekker op schoot hangen, als ze maar dichtbij me kan zijn. De ene kan totaal niet uitslapen; de andere ligt het liefst elke dag tot negen uur in bed. De oudste wil alles leren en pakt het moeiteloos op; de jongste gelooft het allemaal wel en neemt in elk geval niks van ons aan. Wat er later van ze zal worden, is voor mij maar giswerk. Ik heb eigenlijk ook maar weinig wensen. Dat ze zichzelf mogen zijn; dat lijkt me al een heel groot goed. Ik kan oprecht zeggen: ze zijn me allemaal even lief. Allemaal zijn ze even bijzonder, slim en mooi. Maar, dat allemaal op hun eigen manier. En daarom weet ik ook: toen we er één hadden was dat sommetje simpel. Zij was gewoon de mooiste, de leukste en de liefste. Nu we er drie hebben, heb ik geleerd wát ze mooi maakt en hóe lief ze zijn.