Maria’s Mooie Mensen

Al jaren komt het onderwerp op tafel om er even snel weer vanaf te verdwijnen: een hond. Manlief en ik zijn beiden opgegroeid met dieren om ons heen. Van katten en honden, tot kippen, konijnen en vogels. Ook marmotten en cavia’s zagen we voorbij komen. Zelf hielden we het jarenlang bij een niet zo snuggere kat en de vogels in de tuin. Dat was ons meer dan genoeg, helemaal toen de kinderen nog klein waren we non-stop luiers verschoonden en flesjes konden geven. Toen volgde de fase van zeer knoeierig eten, ze geen moment alleen kunnen laten en daarna moesten we nog de potjes-fase door. Al met al waren het drukke jaren die we achter de rug hebben. En opeens hebben we het dan toch gehaald. Zelfs de kleintjes zijn vier geworden en zitten na alle corona-maatregelen opeens vijf dagen in de week op school. En dan begint het toch te kriebelen. Hoe fijn en gezellig zou het niet zijn nu de kinderen er minder zijn om dan een nieuw vriendje mee te kunnen nemen en om me heen te kunnen hebben. Helemáál nu we dit jaar niet op vakantie gaan. We hebben alle ruimte, alle tijd en alle rust voor een hondje en toen was de keus ook zo gemaakt. Een barre zoektocht volgde. Wij wilden niet koste wat het kost een hondje, maar een hondje die bij ons zou passen. We bleken echter niet de enige. De corona-maatregelen hebben blijkbaar wat hondenliefde losgemaakt in ons land. De keus leek achteraan sluiten bij honderden anderen die interesse hadden of de portemonnee heel, heel fors trekken. Het geluk was echter aan ons zijde. Ik zat doelloos rond te neuzen toen ik stuitte op een nestje zwarte puppy’s, een kruising van een moeder die boxer en herder in zich heeft en labrador vader. Een fantastische mix, een pracht van een plaatje en een nestje wat in huis opgroeide bij mensen die het gewoon leuk vonden dit eens te proberen. En dat alles op een uurtje rijden. Heel fijn, want elk hondje uit Brabant had ik manlief met het oog op de coronabesmettingen beslist ontzegd. We gingen kijken en dat werd natuurlijk kopen. De keus was simpel uit een nest van elf: eentje zocht oudste dochterlief direct en consequent op  – ‘en hij plaste over me heen’ – en dat werd onze Nero. Vier lange weken verheugden we ons op zijn komst. We kochten een riem, een mand, heel veel botjes, toch nog een andere riem en weer een mand voor op het werk. En toen konden we hem eindelijk in de armen sluiten. Als ware het een baby tilde ik hem de tuin uit bij zijn oude baasjes, hij likte me en ik was verliefd. Ook manlief was er weg van en ietwat onthutst zag ik mijn Nero op zijn voeten slapen, niet van zíjn zij wijken en voor de deur zitten te piepen om baasje. Onze kat Fien, absoluut mijn vriendin, moest me ook niet meer en bracht me grammieterig een muis zonder kop, twee baby-vogels en een mol die niet dood was en dus lekker ons grasveld ging omwroeten. Er volgden eenzame dagen, maar de liefde is opgebloeid. Elke ochtend word ik blij onthaald. Nero kruipt even bij mij op schoot en we knuffelen wat af. Waar mijn voeten zijn, zijn Nero om er bovenop te liggen. Vrienden voor het leven, zoveel is nu al zeker. Nu alleen nog even zien dat hij mijn glitterpantoffels met rust laat.