Maria’s Mooie Mensen

Ik heb een matig weekje achter de rug. Een ouder euvel aan mijn enkel stak opeens de kop op en dan voel je je best wel onthand – of ‘ontvoet’. Blij zag ik de laatste weken de afstanden op mijn stappenteller juist toenemen. Met dank aan de hond kwam ik opeens aan aantallen stappen waar ik eerder alleen van kon dromen. En het leuke is: hij is nog maar een puppy en we mogen dus nog niet eens serieuze meters maken. Maar opeens is er niks meer over van die duizenden stappen en mag ik blij zijn als ik de zestig tot achter in de tuin waar kan maken. De dromen over een bikini-figuurtje om u tegen te zeggen heb ik maar weer in de ijskast gezet; eerst maar eens zien dat ik weer enigszins normaal kan bewegen. Dit euvel heeft een bijzondere basis. Ooit tijdens onze eerste vakantie samen, waren manlief en ik nog van het ‘alles eruit halen’. We wilden niet alleen poepiebruin worden, alle smaken ijs proeven en tig boeken uitlezen, maar wilden ook wat van het land zien, door alle stadjes in de buurt struinen en de omgeving uitkammen. U raadt het al: dat was in elk geval nog ver voordat wij kinderen meenamen op vakantie. Sinds wij drie dochters op de wereld hebben gezet, zijn wij intens tevreden met een ligbedje op het strand en drie maal daags een wandeling langs het buffet. Alle avontuurlijkheid die ik in me had – en dat was al niet heel veel – lijkt tegelijk met onze dochters op de wereld gezet. Maar goed, twaalf jaar geleden alweer, toen besloten wij dat een beetje avontuur niet kon ontbreken in onze vakantie. We wilden een grot in en ik moet zeggen dat manlief daar al enthousiaster over was dan ik. Eenmaal binnen had ik spijt – échte spijt. De weg bleek spekglad en de stalagmieten heb je na één keer ook wel gezien. De gids dacht daar duidelijk anders over en nam onze groep zeker driekwartier op sleeptouw. Driekwartier waarin ik vooral bezig was met overleven en de rest zich ondertussen vergaapte aan de binnenkant van moeder aarde. Er is maar één blije foto van mij en dat was toen het daglicht weer zichtbaar werd. Meer dan opgelucht denderde ik het trapje in de buitenlucht af. Zonder kleerscheuren was ik eruit gekomen; de rest van deze vakantie zou ik op mijn zonnebedje spenderen. En dat bleek waarheid te worden, want de allerlaatste trede richting de auto, zette ik mijn voet niet goed neer en klapte de enkel dubbel. Inderdaad: het zonnebedje ben ik niet meer afgekomen, want enigszins normaal bewegen zat er niet meer in. De enkel werd dikker en pijnlijker tot ik ’s nachts manlief wakker maakte: we gaan naar huis. Geen haar op mijn hoofd die eraan dacht me in een Italiaans ziekenhuis te melden, dus als dit verkeerd ging, dan beter in Nederland. Uiteindelijk kwam het met rust weer goed, maar de enkel blijft een gevoelige plek. En avontuurlijk zijn tijdens de vakantie? Manlief wacht maar tot één van zijn dochters zo ver is. Ik hou het bij een bedje en een buffetje.