Maria’s Mooie Mensen

Het concept ‘wat doen mijn ouders’, is mijn kinderen niet helemaal helder. ‘Werken’ en of dat wat speciaals is en wat we precies doen, dat interesseert mijn jongste dochters ook totaal niet. Wij werken gewoon en doen wij dat niet altijd? Ons kantoor heet ‘papa’s huis’ en zij spelen daar net zo lief – en luidruchtig en rommelig – als in ons ‘echte’ huis. Ook daar plassen ze zonder problemen met de deur open, schuiven ze zonder pardon alle werknemers opzij en nemen nog nét niet de telefoon op. Maar wat wij daar allemaal aan het doen zijn? ‘Op de computer werken’, luidt hun simpele relaas en daarmee is voor hun de kous af. Oudste dochterlief is altijd meer geïnteresseerd geweest in wat wij deden. Ze kon al vroeg heel helder oplepelen dat wij kranten maken. Maar toen juf haar vertelde dat wij huizen verkochten, was ze zomaar om. Wat juf zegt, is immers waar, dus nam zij het zonder discussie aan. Thuis begon ze toch te twijfelen. ‘Mama. Ik heb op school gehoord dat jullie huizen verkopen. Waarom zeg jij dan dat jullie kranten maken?’ Ik heb er de volgende ochtend nog smakelijk om gelachen met juf nadat ik ons beroep toch maar even verduidelijkt heb. Dat kranten maken, dát zat er wel goed in vanaf toen, maar wij doen meer en dat vond oudste dochterlief weleens verwarrend. Hartstikke leuk was het dat papa de armbandjes van de avondvierdaagse had geregeld en ook heel leuk vindt ze het om ons logo op spandoeken of reclameborden voorbij te zien komen. Maar maakt papa die armbanden dan echt zelf? Staat hij de hele dag knutselen op het werk? En die spandoeken? Verft hij die dan? Al snel zag haar brein ook ongekende mogelijkheden in ons. Het songfestivalliedje; had papa dat ook gemaakt? En de verhalen die mama schrijft? Betekent dat dat alle boeken van haar hand zijn? Van het feit dat ze in mijn columns schittert, wist ze heel lang niks. Tót de buurvrouw ze fanatiek bleek te lezen en haar regelmatig aansprak op wat er te lezen was. ‘Hoe kan het nou dat de buurvrouw dat allemaal van mij weet?’ vroeg ze zich hardop aan de eettafel en manlief en ik verslikten ons bij kans in de nasi. Ik besloot haar enigszins voor te bereiden na de corona-lockdown op het blog wat ik online heb bijgehouden over ons leven. Zonder het veel gewicht te willen geven, heb ik gezegd dat het kan zijn dat mensen nu wat van haar weten, aan haar vragen of haar daarvan herkennen. ‘Ik ben beroemd!’ was haar conclusie. En nadat het haar eerst verlegen maakte, wentelt ze zich nu in de aandacht. Enige vraag in die richting wordt direct beaamd: ‘ja ik ben dat meisje en – zo is ze dan weer wel – dit zijn mijn zusjes waar je ook over gelezen hebt. Inmiddels is ze meer en meer in haar nopjes met ouders die in haar ogen zoveel voor elkaar krijgen. Ze kunnen alles maken, zijn wereldberoemd en hoewel wij het stellig ontkennen is ze nog altijd vast overtuigd dat dat winnende songfestivalliedje toch echt door ons geschreven is.