Maria’s Mooie Mensen

Onze hond is alweer bijna twee maanden bij ons. Een leuke moment om de balans eens op te maken. ‘Jij had het nog niet druk genoeg?’, hoor ik al weken om me heen. Inderdaad, een hond erbij nét nu de kinderen allemaal naar school gingen, ons bedrijf weer volop draait en ik meer werk dan ooit, is wellicht niet helemaal lekker gepland. Wat ik overigens ook hoor: ‘jij doet het ook allemaal maar zo’, en ook dat valt te beamen: het valt allemaal best wel mee. Tuurlijk een hond opvoeden kost tijd, maar het is een kwestie van investeren en dan is het eigenlijk niet zoveel moeite. Sommige dagen – en dan vooral de schoolochtenden – vraag ik me echt wel eens af waar ik aan begonnen ben. Als ik met het zweet op het hoofd probeerde de zes brood- en fruitbakjes voor school te vullen, de kinderen snel moest aankleden en alle tanden gepoetst en meneer tussendoor achtereenvolgens Duplo-poppetjes jat, ergens sokken te pakken krijgt en dan weer één van mijn schoenen wil verstoppen, vervloek ik onze dierenliefde écht wel even. Je hebt van die ochtenden dat je drie keer voor niks buiten een rondje loopt en de hond vervolgens midden in de kamer zijn plas doet. Hij is gek op de wuivende rokjes van mijn meisjes en hapt in een poging die te pakken te krijgen nog wel eens in iemands billen. Er ligt al een stapeltje kleren met gaten erin, er is al een slipper vervreten en helemaal zindelijk is hij ook nu nog niet. Maar hij kan wel zitten op commando, luistert –meestal- naar los en komt zo goed als altijd als we roepen. Voor een blokje kaas, doet hij sowieso alles. Elke ochtend weer is hij door het dolle heen om ons te zien, hij vindt het altijd leuk om mee te gaan en gedraagt zich overal keurig of het nou aan het schoolplein is of op kantoor. De hele clou van dit opvoeden is consequent zijn. Niet één van mijn beste kwaliteiten. Túúrlijk, ook met drie dochters moet je vasthouden aan je principes. Maar om heel eerlijk te zijn ben ik best te overtuigen met goede argumenten en weten ook mijn dochters dat een ‘nee’ soms best wel een ‘ja’ kan worden bij mama. Het is net als met de katten. Ik zie ons nog onderweg om die dames – onze allereerste huisdieren – op te halen. Onderweg spraken we af niet door te slaan in de dierenartskosten. Wíj zouden niet tot het uiterste gaan als er wat mis was met de beestjes. Nog geen twee weken later hadden we een halve zonvakantie aan de beestjes besteed die een darminfectie bleken te hebben. Goede voornemens op dit vlak hebben we bij de hond al niet meer gemaakt. De paar regels die we wel hebben, houden redelijk stand. Hij krijgt niks van tafel, slaapt in zijn bench en mag niet op de katten jagen. Alleen niet op de bank liggen; dát bleek een brug te ver. Elke keer als hij bovenop de meisjes klimt voor een knuffel of tussen hun in gaat liggen slapen, smelt ik. Te lief, te schattig én bijkomend voordeel: als hij daar ligt, is hij in elk geval niet bezig speelgoed te jatten of slippers op te eten.