Maria’s Mooie Mensen

In principe zou ik van mezelf zeggen dat ik goed tegen warmte kan. Hier in huize Wijnands zijn wij absoluut van het mooie weer, zeggen we hoe warmer hoe beter en werken we graag aan een lekker kleurtje. Elk jaar spenderen we twee weken vooraan op het strand in Italië waar we compleet aan onze trekken komen qua zonuren. De laatste twee jaren bleek het juist in die weken in Nederland ook fantastisch weer. Vorig jaar presteerde ons kikkerlandje het zelfs hogere temperaturen te boeken dan wij daar vooraan op het strand. En waarom iedereen hier zuchtte en steunde onder dat weer, begrepen wij in ons verfrissende zeebriesje helemaal niks van. Geluksvogels vonden wij die klagerige Nederlanders, ons kon het met een verkoelende duik binnen handbereik niet snel te warm. En veel liever zagen we het in Nederland het weer bar en boos; dat viert nou eenmaal extra lekker vakantie als je ver weg bent. Maar nee, thuis was het telkens verzengend warm en zodra wij terugkwamen, lichtte die hitte zijn hielen en konden wij met matig zomerweer de rest van de vakantie uitzingen. Dat iedereen om ons heen dan opgelucht ademhaalde was voor ons dan totaal onbegrijpelijk; wij wilden liever ons kleurtje behouden en dat lukte geen jaar. Dit jaar bleven we dus thuis. We vierden twee verregende weken vakantie in voornamelijk onze woonkamer en dus zagen we met gejuich de afgelopen weken een hittegolf naderen. Een heuse warmtebom, hoge temperaturen, kans om het zwembadje in te duiken en wellicht zelfs wat kleur op te doen. We namen wat extra vrij en ik zag mezelf al bakken, even poedelen in het badje, buiten eten en genieten van de warmte. Het bleek een illusie. Hitte was ook echt HITTE, zweet gutste overal en niet alleen buiten, maar ook binnen gingen we vol over de dertig graden. Allerijl moesten we konijnen redden en verkoeling bieden en de kinderen deden amper een oog dicht. In de zon liggen bleek geen doen en buiten eten was alleen weggelegd voor de avonden dat we besloten na zevenen en dus zonder zon in de tuin te eten. Met vermoeide en verhitte kinderen is dit echter wel de tijd dat het niet het meest gezellig is aan tafel. Toen we ook nog eens een hoestje oppikten kregen we het pas echt benauwd – letterlijk en figuurlijk. Na een rondje teststraat bleken we in elk geval corona-vrij, maar van de juichstemming die we ooit voelden toen de hittegolf zich aandiende, was weinig meer over. Inmiddels vraag ik me sterk af of ik nou ook zo’n op het weer klagende Nederlander ben verworden of dat ik blijkbaar het wisselvallige weer meer ben gaan waarderen. Ik vrees echter dat zodra de eerste regenbuien zich weer aandienen, mijn klaagzang toch nog wel eens de andere kant weer op zal gaan. Eén ding zal ik onthouden: die hittegolf hoeft niet zo nodig in Nederland. Mocht ik volgend jaar weer gewoon vooraan op dat Italiaanse strand liggen terwijl in Nederland opnieuw extreme temperaturen ons aftroeven, dan zal ik voortaan gewoon medelijden hebben met de achterblijvers.