Maria’s Mooie Mensen

Iemand vroeg me hoe mijn zomer tot nu toe was verlopen. Beestachtig; dat dekt de lading tot nu toe het allerbeste. Drie konijnen en een puppy waren we nog voor de vakantie begon rijker en de zomervakantie was slechts amper begonnen of de zorgvuldig uitgebroede eendeneieren begonnen open te breken en onder onze handen werd de één na de ander geboren. Vijf kwetterende donzige mini-eendjes praatten wij uit het ei; hoe harder we ze aanmoedigden, hoe meer de schaal opengebroken werd. Van eentje met oranje snavel en gele vacht tot een compleet donker eendje zagen we vijf totaal verschillende kuikentjes groot worden deze zomer. De grootste en meest bazige is van mij – wat zegt dat over mij? -, er was een duo die duidelijk de tweeling in het geheel was, een dapper doorzettertje hoorde bij oudste dochterlief en de allerlaatste die geboren werd, was vanaf het eerste moment verknocht aan manlief. Waar vijf eendjes eerst wat veel leken, kunnen we nu zes weken later geen moment meer zonder ze voorstellen. Met dit stel kwetterkonten wat we leerden zwemmen en langzaamaan het kwaken horen ontdekken, een puppy die probeerde zoveel mogelijk sandalen en slippers te jatten – en te verstoppen – en nog een onverwachte konijnenbevalling was onze zomer op dierengebied wel compleet, maar onze oudste kat zag dat anders. Zó deed mevrouw gewoon haar dingetje – wat eten, wat slapen, even voor standbeeld spelen in de tuin en weer wat eten en wat slapen – en zó bleef ze maar spugen en spugen. Wat verkeerds gegeten, redeneerden wij nuchter tót het leek of ze geen brokje meer binnen kon houden en ze achtereenvolgens ons bed, de bank en het kleed onder spuugde. Naar de dierenarts ermee waar ze deze heuse ‘houdini’  met drie man in een dwangbuis moesten stoppen eer ze bloed af konden nemen. Tot tweemaal toe zelfs, want de eerste keer lukte het haar alsnog te ontsnappen. Meestal zit er weinig leven in dit beestje, maar ze blijkt toch over genoeg pit te beschikken. Suikerziekte, leverproblemen of het niet meer functioneren van de nieren werd ons weinig rooskleurig als opties voorgespiegeld. Sombertjes wachtten wij de uitslagen af. Maar zul je altijd zien: niks. Daarna restte ons dure en ingewikkelde opties als kijkoperaties en echo’s onder narcose. Een ramp voor onze bankrekening en een straf voor deze zenuwpees. Uiteindelijk besloten we eerst maar eens te proberen wat we met ander voer zouden bereiken. Het neusje van de zalm haalden we voor haar op – niet echt, maar wel brokken waar alle katten een moord voor zouden doen. Schijnbaar. En inderdaad, onze andere kat haalde heel wat capriolen uit om dit bakje lekkers leeg te eten waar onze Zus in eerste instantie tóch haar neus voor ophaalde. Inmiddels vreet ze als een bouwvakker. ‘Gggggk, ggggk’ hoor ik de brokjes weer knarsen tussen haar tanden en spugen? Nooit weer gezien. Of ze nou een hele sterke comédiant is, of ze het brokjes kauwen verleerd was of wellicht gewoon toe was aan wat extra aandacht zullen we wel nooit weten. Gelukkig is het inmiddels weer wat eten, wat slapen en even voor standbeeld spelen in de tuin. En héél soms de hond een tikkie uitdelen met een venijnig kattennageltje en de eendjes even minzaam van afstand bekijken. Voor dit oude besje was al dat dierengeweld deze zomer misschien toch wat teveel.