Maria’s Mooie Mensen

Als moeder is er weinig erger dan je kinderen huilend bij school afleveren. Oudste dochterlief heeft gelukkig nooit een traan gelaten bij het afscheid. School vindt ze leuk, ze is veel te gedisciplineerd om een dagje over te willen slaan en veel te zelfstandig om te huilen om mij. Ze is nog maar zes, maar laten we maar zeggen dat ze uit bijzonder hout is gesneden. Mijn jongste dochters hebben meer moeite met afscheid nemen. Inmiddels zijn ze bijna berucht op school om die allereerste schooldag dat ze maar liefst twee uur lang om en om bleven huilen en met de moed der wanhoop zelfs hun grote zus opgetrommeld werd om ze stil te krijgen. Die mag thuis nog altijd graag vertellen over hoe ook zij niet begreep waarom haar zusjes zo gek deden, terwijl ze zelfs op de ipad mochten. Wonderlijk genoeg was het na die eerste ochtend bekeken en werd ik vanaf toen lachend uitgezwaaid. De start van dit nieuwe schooljaar zag ik desondanks wat huiverig tegemoet. Vooral onze jongste meisje is iemand die vrolijk lachend de auto in stapt, op weg naar school zelf keihard stelt dat ze écht niet gaat huilen, maar eenmaal terplekke niks anders kan doen dan zich om mijn benen klemmen. Ik besloot wat voorbereidingen te treffen en regelde voor iedereen een speciaal armbandje. Zo was ik altijd dichtbij. Ze namen knuffels mee – niet helemaal coronaproof, maar je moet wat – en warempel: het ging allemaal prima. Na twee dagen stelden ze zelfs dat ze het armbandje echt niet om hoefden te hebben, want ze mistten mij totaal niet. Bijna was ik degene die zakdoeken nodig had. Na een week besloot ik dat het tien minuten uitzwaaien ook wel wat minder kon. Elke ochtend moeten de dames buiten verzamelen bij juf en pas als het hele spul compleet is, vertrekken ze naar binnen. Aangezien ik meestal wat vroeg ben en de laatste van de klas vaak te laat, sta ik al snel tien à vijftien minuten trouw aan het hek te zwaaien. Mijn dames vinden dat prachtig en zwaaien ook de hele tijd stug terug. Met het mooie weer was dit nog wel te doen, maar toen de zomerstorm bakken met regen over ons uit stortte, besloot ik dat we ook wel zonder het zwaaien konden. Stom, stom, want mijn jongste kondigde al aan: ‘dan mis ik jou heeeeeel erg’ en inderdaad: de waterlanders kwamen weer tevoorschijn. En daar begon het feest weer. Eén dag wist ik ze te paaien met de afspraak dat manlief ze van school op zou halen en kon ik nog net een tranendal voorkomen: ‘papa haalt jou op, maar dan ga jij nu lachend naar school’. En gelachen dat ze heeft. Maar helaas, een dag later pakte ze weer mijn been, besloot die niet meer los te laten en zette het op een brullen. Het duurde maar even tot haar zus even hard mee deed. De juffen hebben ze losgetrokken en ik hoorde ze de hele weg naar de auto nog roepen. De rest van het jaar zal ik mijn armen uit het lijf zwaaien.