Maria’s Mooie Mensen

Als je vier bent, dan is het leven soms wel erg vermoeiend. Zo’n laatste week voor een schoolvakantie is traditiegetrouw het meest vermoeiend. Op de één of andere manier is het gevoel dat die vakantie opeens binnen handbereik is, genoeg om kleine kinderen te veranderen in stierlijk vervelende en oververmoeide schepsels. Opstaan gaat moeizamer, niks voldoet meer uit de kledingkast en ontbijt gaat er trager in. Sjokkend gaan ze naar en komen ze uit school, speeldates verlopen ronduit rampzalig. Er vloeien heel wat tranen in zulke weken en liggen ze dan eindelijk in bed, dan kunnen ze zich weer niet overgeven aan die vermoeidheid en kun je nog zes keer wéér een kus geven en de barbies instoppen. Manlief en ik hadden het fantastische idee om juist in zo’n week met zijn allen bij de paardrijles van oudste dochterlief te gaan kijken. Dat haar ene zusje bij het eten – extra vroeg omdat de les om 18.00 uur begint – al aan gaf ook wel naar bed te willen, sloegen we geheel onverstandig in de wind; de bleke kleur van haar tweelingzus deed ook geen alarmbellen rinkelen. We doorstonden de discussie wie voorin mocht in welke auto en vertrokken compleet – maar wel in twee auto’s zodat één van beide eerder weg kon met de kleine draken – richting manege. We hadden de kleintjes gepaaid met een lolly; leek ons heel handig om ze bij voorbaat om te kopen zodat ze lief mee zouden gaan. Maar we hadden amper een voet uit de auto of daar klonk het al: ‘mag ik nu mijn lolly?’. Ze vroeg het ook nog eens toen we oudste dochterlief haar cap opzette, toen de paarden de bak in gingen en nog drie keer voor we überhaupt een plekje langs de kant hadden gevonden. Nou hè, hè, het moment was dan toch daar. Oudste dochterlief hees zich op een paard, aan de kant vergaapten wij ons aan haar lef en doorzettingsvermogen – geen haar op mijn hoofd die eraan denkt op zo’n paard te klimmen – en de lolly’s kwamen tevoorschijn. Je zou denken dat de dames daar heel blij mee zijn, maar niks was minder waar. Hoewel ze toch echt thuis zelf een lolly hadden uitgekozen, bleek dat wij niet de goede mee hadden genomen. Ik probeerde het te redden door de schuld op manlief te schuiven: ‘jongens hè, lieverd, heeft papa het weer verkeerd begrepen?’ Manlief speelde heel onverstandig dit spel niet mee en bleef volhouden dat ze toch echt zelf had uitgezocht. Truc twee – dan eet ik hem wel op – had meer succes en de lolly ging toch nog die chagrijnige giechel in. De moeheid bleef zich wreken, mevrouw wilde op mijn schoot, dan weer niet, op de rand, dan weer niet, staan en dan weer zitten en zo ging het feest verder. En dat dus allemaal keer twee. Ik besloot het spul in de auto te zetten, maar nog in de manege weigerden ze weer mee te gaan, omdat ze allebei alléén bij hun vader voorin wilden zitten. Het kostte me nog eens tien minuten om ze aan het verstand te peuteren dat er toch echt maar één plek voorin was. Er ontsnapte me meer dan een zucht van verlichting toen iedereen uiteindelijk stil in bed lag. Klinkt er opeens een iel stemmetje achter de ene deur: “Mama? Jij bent de liefste mama van de wereld.”