Maria’s Mooie Mensen

Vroeger was ik niet heel sportief. Geen balgevoel, geen snelheid en zeker geen souplesse. Lenig: mwoah. Handig? Zeker niet. Ik was zo iemand die je bij gym liever niet uitkoos voor in je team. Deerde mij dat? Totaal niet. Want dat was wellicht ook wel een dingetje; écht gemotiveerd was ik ook niet bepaald. Maar vooral en al was en ben ik behept met een totaal onsportief lichaam. Lange benen die snel groeiden, een matige motoriek en ook geen lef. Sportte ik helemaal niet? Nou, echt wel juist. Ik heb van alles uitgeprobeerd. Van hockey waar de vlag uitging toen ik na een kennismakingscursus besloot te stoppen – zo slecht was ik – tot aan klassiek ballet waarvoor ik ongeschikte knieën bleek te hebben. Ik hield het wel twee jaar vol. Ook deed ik een blauwe maandag een paar lessen volleybal, een lange tijd aan jazzdans, heb ik tussendoor gesquasht, deed ik steps en in de middelbare schooltijd waagde ik me wel aan tennis waarbij ik mijn service steevast allemaal verpestte en meer ballen over het net sloeg dan ooit eerder iemand gelukt was. En zo’n net is best hoog, dus ook dat is wel een prestatie. Mijn oudste dochter is helaas voor haar behept met mijn motoriek, mijn bouw en mijn snelheid. Ze is gelukkig meestal wel gemotiveerd. Met enige moeite haalde ze haar zwemdiploma. Ook de zwemjuf zag wel: zij moet het niet van haar sterke gestel hebben, maar moet het echt zien te halen op inzet. Geen punt: manlief ging elke week trouw met haar oefenen en als mevrouw één keer ergens voor gaat, kan ze veel. Na het behalen van de zwemdiploma’s was het aan haar: wat voor sport moest het worden? Voetbal leek haar mooi, dus hup: afgelopen winter kon ze mooi meedoen aan kennismaken in de zaal. Ze vond het prachtig, rende drie middagen lang van hot naar her door die zaal, trapte tegen – en ook over- ballen en het leek beklonken. Totdat mevrouw zelf wat opving over hoe het verder zou kunnen gaan en besloot dat het klaar was. Verbaasd polste ik wat er mis was met voetbal waar ze zo van genoten had. ‘Je denkt toch niet dat ik in de regen ga voetballen?’ vertelde ze me en zo werd het hoofdstuk voetbal afgesloten. Daarna wilde ze alleen nog maar op turnen en paardrijden. Sporten waar ik niet wild van werd. Turnen leek me een absolute ‘nee’. Mevrouw worstelde urenlang met een simpele koprol op de rekstok – bij mij was het vroeger niet anders – dus dit ging hem niet worden. Paardrijden: tja. Een paardenmeisje: tja. Paarden: liever niet. Gezien het feit dat ik zelf niet bij deze dieren in de buurt durf te komen, leek de keus gemaakt. Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Mijn dochter heeft dan veel van mij; ze ís niet mij. Ze is gek op dieren, totaal niet bang voor paarden en wilde niks liever dan gaan rijden. Inmiddels sta ik elke week in de manege. En ja het stinkt, het is prijzig en het is erg spannend; vind ik. Maar zij geniet. Ze straalt, ze zet door. Dit is haar sport.