Maria’s Mooie Mensen

Ik heb van nature een nogal brave inborst. Het is absoluut niet zo dat ik nooit iets doe wat niet deugt, maar voor heel veel dingen moet ik wel echt even een drempeltje over. Het hele Corona-verhaal is me helder. Iemand van mijn leeftijd kan er heel prima door heen rollen, maar als ik pech zou hebben, dan verloopt het allemaal wat minder gunstig. Het lijkt me hoe dan ook beter om het niet uit te proberen. Dat betekent niet dat ik me als kluizenaar opsluit in huis, maar dat ik wel afweeg wat ik wel en niet onderneem. ‘Choose your battles’; een wijze les die ik over heb gehouden aan de peutertijd met mijn dochters, blijkt ook nu weer een goed motto. Dus ja, we kunnen best naar de winkel, heel prima weer naar school en we werken lekker door. Maar we houden het kringetje klein en bewegen ons niet door het hele land. Of dit dé manier is, ik zou het niet weten, maar voor ons voldoet het en geeft het toch een soort van grip op de situatie. Al met al heb ik familie die verder weg woont en beste vriendin hierdoor al tijden niet gezien. Immers: het kringetje zouden we klein houden en de afstanden beperkt. Daar vallen een broer in Arnhem en een beste vriendin op de Veluwe niet onder. Wonderlijk genoeg geven deze eigen regels genoeg houvast om het gemis te rechtvaardigen. En we weten waar we het voor doen: onze eigen gezondheid. In de zomer lukte het één keer om iedereen weer te zien. Buiten is het makkelijker afstand houden en het voelt nog altijd veel veiliger. Maar de daarna ingezette verjaardagsdate bij het dochtertje van beste vriendin kwam al niet meer van de grond. Zij pakten een verkoudheid, wij pakten een griepje en voor we het wisten was zelfs de verjaardag van haar zoon, een maandje later, ook alweer ver achter ons en besloot ik de cadeautjes dan toch maar per post te versturen. De besmettingen namen weer toe en lijdzaam besloten we het kringetje weer kleiner te houden. Voorlopig zouden we elkaar niet lijfelijk meer spreken. Maar zelfs de meest brave inborst zoals ik, heeft wel eens de behoefte de kont tegen de krib te gooien. Het kringetje om wie ik geef is maar klein en die zolang niet zien, is niks leuks aan. En opeens is dan dat punt bereikt: mijn geheel eigen ‘weg met Corona-moment’. Beste vriendin is jarig en alleen thuis met haar zoontje, we zijn beiden klachtenvrij en hebben ons goed gedragen. Uit het niets stap ik in de auto met één van mijn dames en rij dat hele pokkeneind – niks meer gewend als je het kringetje klein houdt – naar haar toe. Vlakbij haar huis slaat bijna de paniek toe, dan weer zitten de tranen hoog. Uiteindelijk blijkt er niks veranderd, op de knuffels en kussen na, want die slaan we wel over. We drinken sloten thee, eten zoete taart en kletsen als vanouds zo de uren vol. Opgelucht rij ik naar huis: we kunnen het nog. Voorlopig kan ik er weer tegen. Alhoewel ik er niet mijn hand voor in het vuur steek dat ik toch ook niet zomaar ineens mijn broer ga opzoeken.