Maria’s Mooie Mensen

Wie mijn columns regelmatig leest, zal al wel uitgevogeld hebben dat ik geen fan ben van het huishouden. Het lappen van de ramen doe ik het liefst zo min mogelijk, stoffen is niet aan mij besteed alhoewel ik wél eens de stofzuiger over een kastje haal, dweilen komt mijn neus uit sinds de tweeling ging eten en ik zeker twee keer per dag de dweil erover kon trekken en de was: een ‘never ending story’. Ik heb van die fases waarin alles onder controle lijkt. Dat de witte keuken ook echt smetteloos wit staat te zijn, dat de ramen verstoken lijken van vette handjes en je hier zonder problemen – lees: zandsporen – op blote voeten rondtrippelt. Maar zo’n fase zit ik nu overduidelijk niet in. Die periode dat ik dagelijks wel een klusje wegpak en daardoor nooit om een blinkende badkamer verlegen zit; dat is niet nu. Het huishouden en ik zijn in een constante wedloop verwikkeld, een krachtmeting waarin zij toont ongenadig veel werk met zich mee te brengen en waarin ik hopeloos achter de feiten aan loop. Laatst kreeg ik de vraag: ben jij van het laagje stof of van de van glassex blinkende oppervlakten? Nou doe mij dat laatste maar, maar dan wel in mijn dromen. Ooit had ook ik wel een werkster, met wisselend succes. De ene had meer interesse in mijn koffie dan in mijn vieze huis en liet het na een half jaar viezer achter dan voor ze kwam; de ander was een topper die ramen kon lappen als de beste, alle was wegstreek, fluitend de hele bovenverdieping poetste en zonder problemen tussendoor ook nog eens mijn meisjes vermaakte. Maar hoe ouder de kinderen werden, hoe meer opties om de centen aan te besteden en hoe makkelijker het werd om zelf het huis te poetsen. Inmiddels vraag ik me af hóe ik dat voor ogen had. Doordeweeks is er werk, rij ik als taxi voor de kinderen, verzorg ik speeldates of doe ik gewoon wat leuks met de dames. De was niet alleen draaien, maar ook vouwen en schoon de kasten in krijgen, lukt dan nog wel. Wat zinnigs op tafel zetten, gaat meestal ook wel aardig – mijn kookkunsten niet meegerekend. Maar een badkamer bij langs, na de stofzuiger een dweil erdoor of de ramen lappen: mij niet gezien. In het weekend moet het gebeuren, maar dat vind ik zo zonde dat ik op vrijdag als een malle een voorsprong wil creëren, wat er op neerkomt dat ik uiteindelijk wél vier wasjes draai, maar dan zo druk ben hiermee, dat de rest blijft liggen. Sinds kort heb ik hulp uit onverwachte hoek. Mijn dames blijken maar wat graag de konijnen te voeren, het hok eens leeg te scheppen of een stofzuiger door het huis te trekken. De reden? Simpel: centen. Zakgeld krijgen ze zonder tegenprestatie, máár wie meehelpt in huis kan dit verdubbelen. En in deze tijd waarin ze elke reclame zeker zes keer iets zien waar ze blij van worden en fanatiek roepen: mamá, mag ik dit?, steken ze maar wat graag de handen uit de mouwen. Vele handen maken licht werk; zolang je tenminste niet op het eindresultaat kijkt als een vierjarige de woonkamer voor je zuigt.