Maria’s Mooie Mensen 333

Van nature ben ik nogal zwart-wit ingesteld. Zaken halfbakken aanpakken ligt niet zo in mijn aard; als ik ergens aan begin doe ik het goed of ik begin er gewoon niet aan. Nu de meisjes zindelijk moeten worden, vraagt het ‘omgetrut’ met een plasje zo nu en dan op de pot en de stickers die we hiervoor sporadisch plakken, wel erg veel van mijn aanpassingsvermogen. Oudste dochterlief deelt over het algemeen mijn ‘alles of niets’-karakter en was makkelijk uit de luier te krijgen. Ze verkondigde ooit zelf dat de luier wel uit kon, zo geschiedde en mevrouw zette door. We hadden haar in drie dagen compleet droog en zonder ongelukjes en het leven ging weer verder. Maar gezien het karakter van mijn jongste dochters – de één wat lui en gemakkelijk, de ander overal voor in maar met weer veel minder focus – leek me een herhaling van zetten niet haalbaar. Ik besloot dus toch maar een stickervel van stal te halen met als ultieme beloning: een verrassings-ei. De buit kon binnengehaald worden bij een score van twintig stickers. Leek me een mooi doel gezien het grote aantal luiers dat ik elke dag de bak in gooide. Zo’n ei is bijna een heilige graal voor de kinderen en daar moet natuurlijk wel even voor gewerkt worden. De praktijk was weerbarstig. Onze van nature zeer gemakkelijke Georgia was er wel voor te porren en deed plas na plas op de pot, waar Rachel na haar blaasontsteking deze zomer nog altijd wel genezen was van de pot en er niks in wist te krijgen. En als je dan een tweelingzus hebt die sticker na sticker plakt en jij maar niet aan die eerste toekomt, werkt zo’n vel opeens heel demotiverend.  Tot overmaat van ramp besloot oma ook nog de dames eens goed te verwennen door voor allemaal een – u raadt het al – verrassings-ei klaar te leggen. Wég was ons doel, wég was de motivatie. Het onderwerp zindelijk worden werd even geparkeerd. Langzaamaan wisten we Rachel toch weer aan het plassen te krijgen en Georgia zag de bui al hangen en plaste liever weer in de luier. Zo verkondigde ze ook: ‘ik plas wel even in de luier’. En dan komt dat zwart-witte weer bovendrijven. Het is vast niet opvoedkundig verantwoord, aardig ongetwijfeld evenmin, maar ik dacht: ik trek die luier gewoon uit. De eerste dag was om te huilen: Rachel plaste over de bank, over ons nieuwe kleed en pakte de badmat nog even mee. Georgia deed het juist heel prima. Dag twee ging juist bij Rachel de knop om en warempel: ze bleef droog. Haar zus vond het toch wel veel werk en had er weinig zin meer in. Dag drie begon Rachel zelf te melden dat ze moest plassen en ja hoor, ook de grote boodschap ging opeens het potje in. Ook Georgia bleek dat prima op de pot te kunnen, maar dat plassen had ze weinig zin in. ‘Jahaa mama’, ‘doe ik wel’ en ‘kan ik wel’ klapte ze mij voor de kop als ik haar maande niet te vergeten te gaan plassen, zelf te zeggen als ze moest plassen en alles op het potje te gaan doen. Inmiddels komen we droog de dag door, alleen is dat bij Rachel omdat ze zich goed meldt, bij Georgia omdat we haar er dan ook vaak opzetten. Ik twijfel er niet aan of zij kan dit ook prima. En dus blijft de luier uit. Want grijs, daar doen we niet aan.