Maria’s Mooie Mensen 337

Als student had ik een bijbaantje in een winkel tussen twee gezellige oudere dames. Eén daarvan drukte me elk jaar weer op het hart dat iedere verjaardag gekoesterd moest worden. Want, zo liet ze me bijna onheilspellend weten, het is niet zo’n vanzelfsprekendheid dat je weer een jaartje ouder bent geworden. Koester je leven, koester dat jaar wat achter je ligt en maak er weer wat van in het jaar wat voor je ligt. Als twintiger toen voelde ik me nog redelijk onsterfelijk en vond ik haar boodschap immer wat zwaar voor zo’n feestelijke dag. Maar nu de jaren voorbij gaan en het feestgevoel wat van de verjaardag af gaat, voel ik me toch verplicht haar woorden na te leven. En gelukkig is daar mijn oudste dochter die intens blij kan worden van dit soort dagen. Al weken leeft ze er naartoe alsof het haar eigen verjaardag is en ze knutselt het ene na het andere cadeau wat ze vervolgens met veel vertoon verstopt tussen haar onderbroeken of badpakken. De laatste dagen voor mijn verjaardag kon ze het over niks anders hebben. En zo was het op school ook al snel geen geheim meer dat ik zou gaan verjaren. Trots kwam ze thuis vertellen dat er een feesthoed voor me klaar zou liggen en dat de klas voor mij zou gaan zingen. Spaans benauwd herinnerde ik haar aan het ontbijt op bed dat ze zou gaan maken en dat daarom haar vader haar op mijn verjaardag naar school zou brengen. Een smoes die ze accepteerde en het feestkoor werd gelukkig geannuleerd. De laatste dag voor mijn verjaardag kwam ze vermoeid uit school sjokken. ‘Ik heb het zó druk gehad’, verzuchtte ze, ‘dat ik niet eens buiten kon spelen. Ik moest als enige binnen blijven om af te maken waar ik mee bezig was.’ Ik sprong natuurlijk bijna uit mijn vel en was al in staat om te keren en de juf te vragen waar dit op sloeg, toen ze ook de rest van het verhaal uit de doeken deed: ‘ik was voor jouw verjaardag aan het knutselen en het móest wel af, want morgen is het zover. Gelukkig kon de stagiaire bij me binnen blijven, zodat ik lekker door kon’. En weer werd er tussen de onderbroeken een knutselwerk verstopt. Op de dag zelf werd ik uiteraard overladen met al deze knutselwerken: een hartjesslinger, een heus boekwerk vol tekeningen en woorden – zeug, geit, koe want ze hadden het over de boerderij op school – en stapels tekeningen. Er volgden knuffels en kusjes en ze had samen met haar vader cadeaus gekocht: een zeer kritisch gekeurd geurtje en waxinelichtjes die ze zelf uitgekozen had. In haar eigen feestjurk en op haar nieuwe schoenen ging ze naar school. Het was helder: er werd in elk geval genoten van mijn verjaardag. Zelf vond ik deze 35e editie wel een aparte. Z’n leeftijd doet je weer beseffen hoe snel het leven gaat. Gelukkig is het niet aan me af te zien. Maar toen ik dochterlief van school ging halen, kwam de juf al snel naar me toe: ‘Gefeliciteerd met je víjfendértigste verjaardag’. Dat was wel erg goed gegokt. Of zou ik er dan toch waarheidsgetrouw uit zien? ‘Je dochter heeft het me direct verteld vanochtend. En ook alle andere ouders van de klas’.