Maria’s Mooie Mensen

‘Jullie maken maar één soort kinderen’. Ik zie ons nog aan die kleine bedjes staan, alweer dik 5,5 jaar geleden. In de bedjes lagen onze jongste dochters; een eeneiige tweeling en dus qua uiterlijk één en dezelfde baby. Op mijn arm toen de oudste, nog geen tweeënhalve jaar, en een grotere versie van die twee in de bedjes. De opmerking kwam van één van de verpleegsters die droogjes constateerde dat onze drie dochters allemaal veel op elkaar lijken. ‘Als jullie nog een kind zouden krijgen, komt er gewoon weer zo’n meisje uit’, voegde ze er nog aan toe voor ze weer verder ging naar één van de andere baby’s onder haar hoede. Eenmaal thuis zocht ik babyfoto’s van oudste dochterlief erbij en die legde ik naast de foto’s die ik in het ziekenhuis van haar jongere zusjes had gemaakt. Inderdaad: als twee druppels water. Nog steeds vraag ik me bij tijden af wie nou de echte tweeling is. Zij die als eerste geboren werd, blijkt vaak een perfect onderdeel van die bijzondere band die de andere twee hebben. En die wonderlijke tweelingdingetjes lijken vaak niet tussen die twee te gebeuren, maar blijkt juist zíj deel van te zijn. Op precies hetzelfde moment een gat in je knie vallen bijvoorbeeld; daar is de oudste altijd eentje van. En als zij huilt, huilt de rest zeker weten mee. Hoewel onmiskenbaar zusjes, zijn mijn dochters uiteraard écht niet allemaal hetzelfde. Dit oudste meisje is degene die me alweer zeven jaar geleden voor het eerst moeder maakte. Totaal onvoorbereid zoals met alles kwam ze meer dan twee weken te vroeg op de wereld. Ik hou mezelf altijd voor dat het tijdgebrek is dat ik me nergens voor voorbereid, maar ergens denk ik dat ik ook een rotsvast vertrouwen in het verloop van zaken heb en me dus zelden te druk maak om iets. Zo ook met haar. Op vrijdag nog hoogzwanger hard gewerkt, op zaterdag nog met die dikke toeter een Kerstboom in huis gehaald. Die avond besloot ik nog twee weken ‘echt’ zwanger te gaan zijn; ik zou gaan niksen en wachten. Maar zij besloot anders en 24 uur later was ze er al. Ze verraste en dat is ze blijven doen. En dat is zo leuk aan haar; ze heeft zoveel wat je niet zou verwachten. Deze week is ze weer jarig; als állerlaatste van het jaar. Eigenlijk zou ze op Eerste Kerstdag geboren worden en dat voelde wel heel speciaal. Nu weet ik: zij heeft geen speciale dag nodig. Ze is wie ze is en ze heeft de wereld nog zoveel te brengen. Voor nu mag ik nog even van haar genieten, maar oh wat gaat de tijd snel. Ze neemt het leven met grote stappen, maar gelukkig nog genoeg kijkt ze om, kruipt ze nog even in mijn armen. Zeven; voor het eerst voel ik ‘dit is geen klein meisje meer’. Maar het geeft niet, want ze wordt elk jaar een stukje mooier.