Maria’s Mooie Mensen 346

Ik ben gek met mijn kat, altijd opgegroeid met dieren om me heen, maar om mezelf een enorme dierenliefhebber te noemen, gaat wat ver. Dierenleed echter, is iets waar ik totaal niet over kan. Jaren terug, toen ik nog trouw naar de sportschool ging, huilde ik eens tranen met tuiten om een rouwende kudde olifanten. In plaats van kilometers door te trappen op de hometrainer zat ik ademloos aan de tv gekluisterd en zag hoe de kudde oprecht verdrietig was om het overlijden van één van de jonkies. Toen mijn kat overleed, kon ik de dierenarts niet meer te woord staan en als ik een plat gereden vogel langs de weg zie, heb ik direct een brok in mijn keel. Mijn dochters lijken minder onder de indruk van al het leed van de wereld. Zij kijken namelijk trouw naar ‘Pieter Konijn’ en zitten vol van de ‘wortelwijsheid’ die de voedselketen heet. Want zo wordt er verteld in deze tv-serie: de groten jagen op de kleintjes. En dus wil meneer Vos altijd en immer Pieter opeten. ‘De voedselketen wordt nóóit verbroken’, zo laten mijn dochters regelmatig ernstig weten. Afgelopen week kregen wij een live-inkijkje in deze keten. De musjes vlogen uit en twee donzige, schattige, maar niet zo slimme baby-musjes belandden op ons terras. Terwijl wij aan ons Hemelvaartsontbijt zaten zagen we hoe vader en moeder vogel ook een ontbijtje voor hun kroost regelden. Druk kwetterend vlogen ze af en aan om de kleintjes te voederen. De vliegles lieten ze even voor wat het was en de paar pogingen die de kleintjes ondernamen strandden hopeloos weer op dezelfde plek op ons terras. Onze kat zat verlekkerd achter het raam te mauwen, maar geen haar op mijn hoofd die er over dacht haar los te laten. De kat van de buren echter, had deze twee lekkere hapjes wel gespot. En onnozel genoeg zaten wij de hele tijd aan het raam gekluisterd zonder aan dit grote gevaar te denken. Toen ons ontbijtje erop zat en ik druk de vaatwasser aan het inpakken was – daar heeft mama vogel dan geen last van – hoorde ik opeens een kreet. En ja hoor, de kat van de buren sloop naar de vogeltjes, die prachtige donzen baby’tjes en greep er één. Weg was het kleine snoetje, er dwarrelde slechts nog een donsveertje naar beneden. De ander bleef ietwat verbouwereerd achter. In paniek stuurde ik manlief naar buiten die het achtergebleven musje boven op ons houthok heeft gezet. Zelf sloeg ik aan het redderen met brood voor de arme musjes. Ik was compleet ontdaan en mopperde hardop over een emmer water voor die kat van de buren. Onze Zus kon het voorlopig wel even vergeten, reken maar niet dat die naar buiten mocht. De kinderen waren minder onder de indruk: ‘dit is de voedselketen mama’, werd me verteld. ‘De groten eten de kleintjes.’ Of het concept helemaal binnen gekomen is, daar twijfel ik nog wel een beetje aan. ‘We nemen gewoon een grote hond. Dan kan die mooi de kat van de buren opeten.’