Maria’s Mooie Mensen 356

Ik zie ons nog staan daar met de voetjes in de zee. Om ons heen scharrelen onze dames, eentje druk met het uitleven van haar stenenliefde op de vloedlijn wat resulteert in een emmer vol met de prachtigste exemplaren. Oudste zus neemt ondertussen alle tijd de stapel te tellen, want daar is tijd genoeg voor op vakantie. Of alle 93 steentjes ook weer mee mogen naar huis? ‘Natuurlijk’ zeggen wij, want het is immers vakantie en alles is dan goed. We spreken af, manlief en ik, om thuis dit gevoel vast te houden. Om niet direct weer slaaf van de klok te worden, met bij tijden te weinig oog voor de kinderen en te weinig rust in het leven. Inmiddels zijn we weer twee weken thuis en hoe anders is het nu. Zoals we toen al wisten: dat gevoel hou je niet vast. De aftersun is weer ingewisseld voor gewone bodylotion, de croissantjes bij het ontbijt voor een bakje yoghurt en de Italiaanse tijden weer voor Hollandse. Nog twee dagen lagen de kinderen er rond half negen ’s avonds in totdat ze zelf aangaven eerder naar bed te willen en de bedtijd ongemerkt weer terug naar het vertrouwde zeven uur ging. In tegenstelling tot mijn goede voornemens ben ik alweer langzaamaan verzand in ons vertrouwde aardappels-groente-vlees-avondeten met als culinaire uitspatting een rondje burrito’s wat door de dames met walging werd ontvangen en niet kan tippen aan de verse Italiaanse pasta’s. Eenmaal per week probeer ik vis neer te zetten, niet vers uit de zee en afhankelijk van de dagvangst maar hetgeen wat Kapitein Iglo wist binnen te hengelen. En een wijntje bij het eten? Heerlijk in Italië als de zon schijnt, de tijd gewillig is en de wekker niet gezet hoeft te worden, maar hier in Nederland is er nog geen fles ontkurkt. Elke dag een ijsje lijkt alweer een droom, bruine benen worden langzaamaan wit. Is het allemaal malaise? Zeker niet. De kinderen hebben nog vrij en laten ons zien hoe je dat doet: het vakantiegevoel vasthouden. Ze slapen in hun ondergoed, lopen uren in onderbroek en hemd ’s ochtends, ze spelen dagenlang buiten, klimmen in bomen, rennen met blote voeten over het gras en bouwen de mooiste zandkastelen in de zandbak. Tevreden zie ik hoe ze oneindig met zijn drieën zijn, samen vadertje en moedertje spelen – en mij de rol van oma toebedelen die ik altijd weiger -, elkaar knuffelen en tegen elkaar aan op de bank hangen. En trouwe metgezel is nog altijd die emmer met die 93 steentjes, die meegaat als ze door de tuin fietsen, voor de schommel wordt gezet of op de rand van de trampoline. Een klein beetje Italië hebben we toch weten vast te houden.