Maria’s Mooie Mensen 359

De eerste schooldag werd in ons huishouden met gemengde gevoelens tegemoet gezien. Aan de ene kant begon de verveling ietwat toe te slaan en lonkten vriendjes en vriendinnetjes, terwijl er aan de andere kant een stukje spanning bij dit nieuwe begin kwam kijken. Mijn kleine dames gaan daar heel simpel mee om.  ‘Naar school? Ik niet. Ik blijf bij mama’. En daarmee was de kwestie uit. Maar bij oudste dochterlief begon de spanning zich te wreken. Ze werd wat nukkig, wilde opeens niet meer spelen, niet meer knutselen en was zó verveeld, totdat zondag toch het hoge woord eruit kwam: ‘ik vind het zo spannend’. Op haar wachtte dit schooljaar een overstap naar groep drie, van kleuter is ze opeens – ja wat eigenlijk? Want op die vraag van haar heb ik nog geen antwoord gevonden. Maar goed, weg is het opeens het speelgoed uit de klas en de ruimte om het grootste deel van de dag te doen wat je graag wilt. En als je dan vijf bent, klinkt dat opeens wel heel spartaans. Net als haar betrad ik die eerste maandag het schoolgebouw met een knoop in mijn maag. Als moeder hoop je toch maar één ding en dat is dat ze het naar haar zin heeft. Het is heerlijk als je kind zoals mijn oudste dochter goed mee kan komen, maar ze heeft er niks aan als ze vervolgens doodongelukkig zit te zijn in de klas. Alle zorgen bleken voor niks, want toen ik haar halverwege de dag ophaalde om een broodje te eten had ze al geconcludeerd dat het ‘de leukste schooldag ooit!’ was. Ze had een eigen etui met spullen, een eigen werkboek en een eigen tafel. ‘En’, deed ze mij uit de doeken, ‘wat jij niet weet over die tafel: ik heb mijn eigen vak!!’. Dag twee was opnieuw fantastisch, want ze leerde de letter – oh pardon schríjfletter zoals ze mij met nadruk vertelde – ‘k’ schrijven en die was ontzettend leuk om te maken. Dag drie werd opnieuw met enthousiasme afgesloten want: ‘ik heb muziekles!’ riep ze blij toen ze de school uit kwam stormen. Dat ze niet op de gedroomde gitaar mocht spelen was een kleine domper, maar er waren wel ‘tingeldingen om in de hand te houden’ en die konden er ook mee door. We gingen naar dag vier: de eerste echte gymles. Van tevoren volop instructies gegeven over het douchen: ‘maak nou niet die lange haren nat, want je gaat toch ’s avonds wel weer onder de douche’, maar opnieuw met een brede lach en ditmaal ook een nat bosje haar kwam ze de school weer uit. Gym was net als alles in groep drie geweldig; ze had nota bene met een basketbal gelopen én gehuppeld. ‘Dat kan ik al’, voegde ze er tevreden aan toe. Tja, ze is immers nu ook groep drie. Het zal niet verwonderlijk zijn, maar ook dag vijf week de glimlach niet van haar gezicht. Ditmaal liep ik niet meer mee ’s ochtends, want groep drie kan zichzelf wel redden. Daar ging mijn meisje zelf het grote plein op. Later vertelde ze hoe ze met grote kinderen had meegespeeld. Wie? Geen idee had ze, maar het leek haar leuk om mee te doen en dat kon wel. Zoals bekend: een goed begin is het halve werk. Het gaat wel goedkomen met haar in groep drie.