Maria’s Mooie Mensen 361

In vier jaar tijd kan er veel gebeuren. Het was 2015 toen ik met nog maar één dochter de Struuntocht bijwoonde. Van die andere twee, die toen overigens toch net in mijn buik bleken te zitten, had ik nog geen weet; van het feit dat ze met zijn tweeën tegelijk zouden komen al helemaal niet. Ik zag slierten aan wandelaars door de weilanden sjouwen en voelde de feestelijke sfeer. De spanning ergens; of de tocht zou zijn wat iedereen toen nog hoopte. Schrijven deed ik toen nog veel meer. Daarna zou het snel op een lager pitje komen. Immers: er kwamen twee baby’s aan en bovendien kregen manlief en ik de kans dit prachtige bedrijf over te nemen en werd er wat anders van ons gevraagd dan bij de weg zijn met een notitieblok en pen. Die vier jaar geleden zag ik Piet Miedema volop genieten bij die Struuntocht. Het was de eerste editie waarvoor hij zijn voorzittershamer had overgedragen en na twaalf jaar van opbouwen en veel geregel kon hij eindelijk onbezorgd mee gaan lopen. Er was wat emotie, omdat het zo prachtig was zijn kindje nu eens van de andere kant te gaan bekijken. Maar in de vier jaar die volgden, was ik niet de enige die door het leven verrast werd. Voor Piet was de verrassing van een hele andere aard dan de tweeling die mijn leven verrijkte. En dus nu vier jaar later zijn we beiden onwennig op deze dag van de Struuntocht. Hoewel ik niet ‘in functie’ aanwezig ben zoals me gevraagd wordt al snel, kan ik niet ontbreken op een dag als deze. Het is een voorrecht om als journalist soms bijna onderdeel te worden van de onderwerpen waar je over schrijft. Je voelt je betrokken bij hetgeen je op papier zet, de ene keer sterker dan de andere. Maar als een dergelijk groot evenement als de Struuntocht – waar zoveel liefde en energie in gestopt wordt door zo ontzettend veel vrijwilligers – goed uitpakt, kunnen ook wij alleen maar tevreden toekijken. En ergens iets van trots voelen. En ik zie hetzelfde bij Piet. Wrang genoeg lukt de tocht lopen na die ene eerste keer vier jaar terug al niet meer. Het noodlot had een spierziekte in petto voor hem waardoor hij die vier jaar tussen de vorige Struuntocht en deze zijn leven een heel andere wending zag nemen. Maar naast die wrangheid is er ook die trots. Daar in Boerakker ziet hij en ook ik hoe in vier jaar veel kan veranderen, maar ook weer alles hetzelfde kan zijn. Opnieuw zien we oneindige slierten aan wandelaars door dit prachtige deel van Westerkwartier stappen; ze lachen, ze zingen, ze zien af, maar genieten. Vanaf de zijlijn voel ik me ditmaal zonder notitieblok en pen toch weer een klein beetje deel van dit alles. Mijn meisjes eten patat op de bankjes tussen de wandelaars, we zien het kindercircus en maken natuurlijk een foto bij onze eigen voorpagina. Eenmaal thuis lijkt het wandelgeweld ver weg en is het ergens jammer om zoveel minder te schrijven. De knuffels en kusjes die ervoor terug zijn gekomen, maken genoeg goed. En dan piept de telefoon. Net als vier jaar geleden stromen de foto’s binnen, want die zijn te mooi en ook fotograaf Erik heeft dat gevoel. Dat gevoel dat we stiekem toch van iets heel bijzonders deel uit mochten maken.