Maria’s Mooie Mensen 369

En ja hoor, opeens is het weer zover: november. Voor je het weet, zijn de kinderen hyper, onhandelbaar en overprikkeld. De eerste horde om te nemen: het lampionlopen. Dit jaar wel een dingetje, want het Sinterklaasjournaal bleek op dezelfde avond af te trappen en dat wilde oudste dochterlief ook áb-so-luut niet missen. Ze is toch al niet zo van de snoep en vaak na zes deuren liedjes zingen wel uitgekeken, dus het werd opeens een reële optie de avond van die eerste Sint te annuleren. Ze besloot wel te gaan natuurlijk – ze vindt het ook veel te mooi om overal haar moment in de spotlight te pakken – maar had wel één voorwaarde. Zij en het buurjongetje wilden geschminkt. Als een zwarte kat, want dat hoorde zo. Dat dat alleen bij Halloween aan de orde is, kreeg ik er niet bij dit duo niet in. En ach, als zij als zwarte kat willen, moeten ze dat maar lekker doen. Geheel toepasselijk bleken ze een heuse kaas compleet met muizen als lampion te maken, dus dat was natuurlijk koren op hun molen. De kleine meisjes schuifelden wat achter het stel aan en besloten net als een jaar eerder niet teveel van zich te laten horen. Het is allemaal wel wat spannend en moeten we nou Sint Maarten of Sinterklaas zingen? Er wachtte mij een hele discussie welk liedje aan de deur gezongen moest worden en terwijl ik probeerde te winnen van dit bondje van driejarigen, besloot oudste dochterlief het langste Sint Maarten liedje ooit à twee coupletten volledig aan elke deur te laten horen. Achter een bak snoep volgde dan toch ook nog dat Sinterklaasjournaal en zo gingen we moeiteloos over van het ene kinderfestijn in het andere. Oudste dochterlief begint wat achterdocht te krijgen richting de Goedheiligman en vroeg zich niet voor de eerste keer af waarom deze als enige in het land zo oud kan worden. Voor mijn kleine meisjes boeit de beste man niet zo, maar de piet des te meer. Dagelijks komen ze in pietenpak verkleed de trap af, het liefst in een combi van pietenjurk met daaronder ook zo’n foute pofbroek. Als moeder heb je stalen zenuwen nodig in ons gekkenhuis. Ondertussen smokkel ik in het diepste geheim cadeaus het huis binnen en verstop deze in boodschappentassen en achter stapels onderbroeken. De jutezak is alvast opgedoken en in mijn kofferbak liggen acht rollen inpakpapier alvast klaar. Als het komende weken regent, moeten we het maar even zonder paraplu stellen, want de herkomst van deze stapel inpakpapier tussen de plu’s verklaren, wordt wel een hele lastige. Het lijkt erop dat we ook dit jaar geen gekke capriolen hoeven uit te halen als het de cadeaus betreft. Met stip op één stond bij Georgia een plastic Mac-Menu met een heus nep-milkshake en hamburgerdoos. Voor vijf euro had ik deze snel op de kop getikt. Rachel is zo bescheiden dat nog altijd zeer gelukkig is met haar ‘baby-huilen’ die ze vorig jaar kreeg en inmiddels wel al beenloos is. Olivia heeft tot op heden ook maar één innige wens: een dagboek met een pen die wel schrijft, maar je kunt het niet zien zonder uv-lampje. ‘Voor al mijn geheimen’, vertelde ze genoegzaam. Ze moest eens weten van die van ons.