Maria’s Mooie Mensen

Er zijn een aantal zaken die een vakantie écht vakantie maken voor kinderen. De hele dag in je pyjama lopen, in bad zitten tot je gerimpeld bent, voor de tv ontbijten en later opblijven. Uitslapen hoort er vanzelfsprekend bij, de hele dag met je moeder knutselen staat ook hoog hier op het lijstje. Tig keer verkleden is hier iets wat alleen op vrije dagen gebeurt, buitenspelen zonder eindtijd kan ook alleen in de zomervakantie. Oneindig doen waar je zelf zin in hebt zonder iets te moeten, is voor ieder kind een welkome afwisseling van de schoolweken bij tijden doorspekt met verplichtingen. Hoog op ieders vakantie-wensenlijstje hier staat met elkaar logeren. Al onze dochters hebben ooit een uitschuifbed gekregen, zodat het mogelijk is om bij elkaar in bed te duiken. Met zijn drieën betekent dan dat er ook nog iemand zijn matras op de grond ernaast gooit. Een zeer romantisch beeld voor iedere moeder; je drie dochters die heerlijk samen slapen. Zelf heb ik dan ook de illusie dat ze veel beter zullen slapen zo samen, maar de waarheid blijkt vaak anders. Gedreven door enig schuldgevoel dat ik het volledige niets moeten van mijn meisjes elke vakantie wel een paar keer moet doorbreken omdat ik wél moet werken, beloof ik ze meestal een rondje logeren. Zo werkt het hier thuis: zij zijn lief voor mij en gunnen me ruimte om te werken én gaan bij tijden mee naar kantoor; andersom zorg ik ervoor dat de tijd die over is ook echt voor hun is en dat enige wensen ingewilligd worden. Waarbij het logeren echt dé beloning der beloningen is. Wonderlijk genoeg is het idee van logeren vaak leuker dan het echte logeren zelf. Ze beginnen immer enthousiast. Gezellig naast elkaar in de pyjama’s, een hele berg knuffels mee en maar giebelen. Het wekkertje wordt gezet – oudste dochterlief heeft een kookwekker om aan te geven hoe lang ze normaal nog even mag lezen in haar bed – en ze kunnen los met hun pyjama party. Uiteraard houdt niemand zich aan het wekkertje en moeten wij toch nog eens boven checken wanneer de slaap het gaat winnen. De sfeer wordt hoe later hoe ongezelliger, want ze worden wél moe, maar opgeven doen ze niet. Er valt eens eentje uit bed, een ander blijkt het in een vreemde slaapkamer toch wel wat eng te vinden. En wij lopen maar heen en weer. Deze zomer nog trokken we om half tien het spul maar weer uit elkaar, nadat ze ook zelf concludeerden dat ze wellicht beter in hun eigen bed konden slapen. Vorige week nog vielen ze toch samen rond een uurtje of negen in slaap, maar wel nadat ze een half uur op elkaar liepen te mopperen. ‘Jij blijft niet stil liggen’, ‘jij maakt iedere keer weer lawaai’, en ‘jij mag niet meer lachen’. Zo’n avond is in elk geval goed voor de lijn, want ik kan nogal wat keertjes de trap op en af om te kijken of ze eindelijk de ogen dicht doen. Maar áls ze dan eindelijk allemaal slapen, is dat wel het meest zoete beeld van dit hele jaar. Daar kunnen we allemaal wel weer even op door.