Maria’s Mooie Mensen 371

Soms doen de wonderlijkste verhalen de ronde. Een klasgenootje van oudste dochterlief heeft een vader die wel honderd jaar oud is. “En hij is nog niet dood hoor, mama”, vertelt ze gedreven in de auto. Regelmatig komt ze uit school met dit soort opschepperij. Waar zij meestal de eerlijkheid zelve is en ze al moeite heeft met een leugentje om bestwil, doen andere kinderen bij tijden íets te fanatiek hun best om indruk te maken op elkaar. De één heeft tien dagen achter elkaar aan patat gegeten, een ander groeide onlangs in een uur vijf centimeter. Ik wuif het weg, maar “het is echt waar hoor, mama”, probeert ze vaak ook nog. Onlangs echter kwam ze toch zelf met een spookverhaal. Tenminste; ze houdt nog altijd stellig voor dat het waar is. Volgens oudste dochterlief heeft de vorige oppas haar zusjes een keer helemaal alleen thuisgelaten. Het lijkt me stug, maar het is niet onmogelijk. Gelet op het feit dat mijn meisje niet kan liegen, zal dit toch ergens weg komen. Maar toen ze eraan toevoegde dat ik met haar thuiskwam en we de dames helemaal alleen aantroffen, kreeg ik toch wel ernstige twijfel. Ik kan me die keer dat deze oppas niet op kwam dagen namelijk nog glashelder herinneren. Van dat moment dat de twijfel toenam of ze wel zou komen tot aan het moment dat ik de kinderen vroeg hun handen even over hun oren te doen, omdat mama hele lelijke woorden ging zeggen. Ik zie ons nog in de gang staan; twee kleintjes in pyjama en een oudste die te laat op school ging komen. Destijds was ik vrij gallig, dus mocht ik ooit thuis zijn gekomen en de kinderen waren alleen thuis zonder oppas; nóu dan was ik zeker wel veel meer dan gallig geweest. Ook de kleintjes echter bevestigen dit verhaal van hun grote zus: de oppas heeft hun een keertje hé-le-maal alleen achter gelaten. “En dat was echt niet leuk mama”, laten ze mij met veel theater weten. Een dikke week later zijn ze een dagje bij oma geweest als mijn moeder me ’s avonds nog belt. “De meisjes hadden zo’n vreemd verhaal; ik ben er nogal van geschrokken”. Juist: ook hier is het oppas-verhaal uit de hoed getrokken. Ze hebben dit keer ook verkondigd dat ze willen dat deze oppas nooit weer komt. Voorzichtig pols ik nogmaals alle drie de dames afzonderlijk en het verhaal neemt geen andere wending. De oppas was vertrokken; de dames – nog maar drie jaar oud dus – helemaal alleen thuis. Hoe het ook zit, uit voorzorg dank ik God op mijn blote knieën dat ik onlangs afscheid genomen heb van deze oppas en een fantastische nieuwe heb gevonden. Klachten heb ik over haar nog niet ontvangen van mijn thuisfront. Oh ja, eentje: oudste dochterlief vond dat haar auto echt teveel naar hond stonk. De oppas gaf haar lik-op-stuk. Ze mocht ook wel lopend naar huis. Dán hadden we pas een wonderlijk verhaal gehad bij het avondeten.