Maria’s Mooie Mensen 372

Het leven van een hulp-Sint gaat niet altijd over rozen. Elk jaar weer is dit een periode waar ik me maandenlang op voorbereid. In de zomer mag ik van mezelf nog niet eraan denken, maar zodra september weer voor de deur staat, begin ik al langzaamaan in mijn hoofd af te tellen. Sinds ik drie dochters heb – die dus alle drie van poppen, barbies en knutselen houden en toch allemaal graag een eigen en het liefst uniek cadeautje krijgen -, is deze tijd van het jaar de gezelligste, maar ook de meest gespannen tijd van het jaar. En een voorbereiding van twee maanden is niks, is al gebleken. Langzaamaan smokkel ik de eerste cadeaus eind september dan ook het huis in. Vorig jaar toen mijn kleine dames nog maar twee waren, liet ik ze nog wel eens zelf iets uitkiezen om dat vervolgens maanden te verstoppen en op 5 december uit de zak van de Goedheiligman weer tevoorschijn te toveren. Dat durf ik dit jaar niet meer aan. Wél lukte het me onder hun neus tussen de verjaardagscadeaus voor een ander ook een schoencadeau mee te smokkelen. Zo wijzen ze het aan als iets wat ze héél graag willen en zo verdwijnt het onder een stapel tassen in de kofferbak om uiteindelijk ergens een plekje in mijn kledingkast te veroveren. Gelukkig voor de dames heb ik een geheugen als een koe, fotografisch en wel, dus alles wat in deze tijd van het jaar voorbijkomt als ó zo gewenst cadeau, wordt opgeslagen in dit geheugen en later opgescharreld. Het eerste stapeltje aan stiekeme cadeaus achter mijn sokken, wordt nu zo vlak voor ‘d-day’ al vergezeld door een volle doos onderin mijn hangkast, rollen pakpapier die ik achter mijn truien heb verstopt, nog meer cadeaus die achter mijn broeken een plekje vonden en de jute zak van Sinterklaas. In de kast van manlief ligt snoepgoed voor in de schoen en worden alle tekeningen die ze daarin stoppen gauw weer weggestopt. Gelukkig hebben wij dit schoen zetten beperkt tot één keer per week – onder het mom dat de beste Sint echt niet elke avond ons dorp aan kan doen, waarbij we billenknijpend hopen dat het buurjongetje nou niet opeens elke ochtend een volle schoen vindt -, want het is elke week weer spannend om dat te vullen. Te vroeg brengt het risico dat er onverhoopt nog iemand uit zijn bed komt met zich mee en als we te lang wachten is er het risico dat manlief en ik compleet vergeten de schoenen te vullen voor we gaan slapen. En als het dan gelukt is de bak water voor het paard weer leeg te gooien, de wortel te verstoppen en de pepernoten om de schoenen te strooien, blijkt onze kitten Fien ook gek op deze lekkernij en is er ’s ochtends opeens een stuk minder te verdelen voor de dames. Gelukkig voor deze hulp-Sint gaan alle leugens er ook dit jaar als zoete (taaitaai)koek in. Een klop op het raam tijdens het zingen en ja hoor: prompt zíen ze allemaal zwarte piet door de tuin weglopen. En uiteraard horen ze elke nacht de Goedheiligman op het dak. ‘Mama! Sinterklaas weet precies mijn maat’, roept oudste dochterlief verrukt als ze ’s ochtends prinsessenschoenen vindt. De kleine dames constateren tevree dat deze kleppertjes met hakken ook op hun lijstje stonden. Tja, die Sint toch. Dat heeft hij weer goed gedaan.