Maria’s Mooie Mensen 373

    Mijn man is  vrij handig. Met een soort van timmermansoog heeft hij nooit moeite om maten en verhoudingen in te schatten en redt hij zich zonder problemen met allerhande lego-bouwwerken. Maten, formaten, doseringen; voor mij is het allemaal lastig. Maillots, onderbroeken en sokken koop ik op zicht hoe dan ook te groot. En teveel, want op de één of andere manier moet het altijd iets meer zijn dan echt nuttig is. Gelukkig voor onze portemonnee heb ik een goede manier gevonden om dat bij de boodschappen te ondervangen. Kritisch – extra kritisch zelfs – bekijk ik het door mij gevulde online boodschappenmandje immer een keertje extra door om alles wat bij zo’n tweede blik overbodig lijkt er resoluut weer uit te gooien. Het kan niet voorkomen dat de vriezer wel vaak goed gevuld blijft met zeker wel een dag of twee extra aan eten, de bijkeuken vol staat met voorraad van extra crackers tot aan de zo geliefde tijgervlokken en de gootsteenkast laatst maar werd opgeruimd door de oppas die verbaasd meldde dat ik wel erg veel bleek op voorraad heb. Ietwat erfelijk belast mag je me hierin wel noemen, want ook mijn moeder is behept met dit probleem. Bij haar uitte dat zich in de aanschaf van teveel shampoo – ieder nieuwe variant en dat zijn er nogal wat, werd uitgeprobeerd vroeger – en ook qua wasmiddel en wasverzachter kon ze wel een eigen winkeltje beginnen. Het inschatten van de juiste hoeveelheid was en is ook niet haar sterkste kant. Standaard worden er voor mijn kinderen als die komen minimaal één bak aardbeien per kind aangeschaft – omdat ze die zo lekker vinden – waarna ze regelmatig misselijk thuis komen omdat een kindermaagje het toch niet zo goed doet op een hele bak aardbeien. Mijn moeder en ik zijn de nachtmerrie van alle ‘save the food’ en ‘waste no more’ fanatiekelingen, maar in hun strijd vergeten zij dat wij niet verspillen uit gemakzucht of desinteresse, maar puur omdat het ons niet anders lukt. Het moeilijkste in dit verhaal is voor mij de jaarlijkse traktatie. Hoewel de school ons regelmatig oproept snoepgoed en lekkers links te laten liggen, moet het hier in huize Wijnands toch elk jaar weer iets zoets zijn. Mijn dochters kiezen zelf en helaas voor mij is dat nooit die simpele zes van spek, maar passeerden al de aardbeienkwarktaart en de brownie maar dan in de vorm van een kerstboom (met ballen!) de revue. Beide keren kwamen de klasgenootjes ietwat groen weer naar buiten toen de bel ging – en in het geval van de brownie ook wat onder de chocoladesporen – , want het valt niet mee de juiste maat in te schatten. Dit jaar ging ze voor popcornhanden: doorschijnende handen gevuld met een mix van zout, zoet én caramel. Zo kreeg ik opgedragen en heb ik geregeld. De maat? Bij het ter perse gaan van deze krant tuig ik net naar school om te zien hoeveel lichtelijk groene kinderen er naar buiten komen. Ik hoor de moeders al klagen thuis als de volle bakjes fruit weer mee terug zijn gekomen. Manlief wierp vanochtend nog hoofschuddend een blik in de grote mand met onze noeste arbeid van meer dan anderhalf uur vingers en handpalmen vullen met nét iets te grote popcornstukjes. Ik vrees dat het weer iets te veel is.