Maria’s Mooie Mensen 374

Terwijl ik ga zitten om dit te typen, ben ik op zoek naar het juiste woord om mijn gevoel te vangen. Mijn benen zijn zwaar, mijn hoofd doet zeer en mijn voeten verdragen de schoenen waar ik gister zoveel op stond, niet meer. Ik heb behoefte aan veel koppen warme thee, iets te snaaien en het liefst ging ik op de bank hangen. Het zit er niet in, want het huis lijkt wel nog ontploft en is de dag van gisteren nog niet te boven. Opeens weet ik het: ik voel me ronduit brak. Dat gevoel dat je over houdt aan een leuk feestje, een avondje uit je pan swingen, een drankje her en der. Behalve dat feestje, klopt er echter weinig aan deze opsomming. Gister was het zeker feestelijk, maar dan van een heel ander kaliber. Oudste dochterlief is net zes geworden en –zo vinden wij- dan hoort daar ook zo snel mogelijk een feestje bij. Dat we het onszelf daarmee wel vrij moeilijk maken, omdat dit de drukste week in het jaar voor de kranten is, nemen we voor lief. We hebben het onszelf sowieso niet makkelijk gemaakt door haar zes jaar geleden nou juist in deze week op de wereld te zetten. Vakkundig heb ik haar dit jaar het ‘unicorn-feest’ uit het hoofd gepraat en dus zaten hier gisteren opeens zes heksen. Deze zes, amper kleuter-af, vermaakten zich met heksenhoeden maken en heksenspelletjes. Good old spijkerpoepen werd omgedoopt tot spinnen poepen en een grote hit bleek het ‘moordenaar-detective-spel’ nu omgedoopt tot ‘wie is de heks?’. Terwijl eentje probeerde de heks te ontmaskeren, mocht de rest als ze een knipoog kregen van de heks in kwestie dood neervallen. Het bleek een waar hoogtepunt voor de kinderen. Ik liet ze met eieren beschilderd als ogen over de tafel, om de bank en onder de eettafel door racen. Ze voegden na de heksenbingo zelf nog Annemarie-heksen-koekoek aan mijn repertoire toe. Echte klapper was het slijm maken; dat had dochterlief in haar enthousiasme aan iedereen al verklapt en dus konden ze zich daar goed op verheugen. Uiteraard begon ik ietwat laat met het proefdraaien van mijn recept en moest ik slechts een dag van tevoren mijn jongste dochters nog drie verschillende varianten laten uittesten, waarbij de resultaten wisselden van zeer slecht tot veel te plakkerig en hopeloos. Op hoop van zegen zette ik de zes een dag later achter een bak met lijm, scheerschuim en wat lenzenvloeistof. Eén van de heren zuchtte vertwijfeld dat hij eerst zou kijken. Ook dit keer mocht het eindresultaat op zijn minst twijfelachtig worden genoemd, maar ik heb geen kind niet zien lachen. Ze kliederden zich rot, poetsten zich vervolgens een ongeluk en leefden zich nog even uit in de heuse griezeldisco. Inmiddels hees ik de witte vlag en kwam manlief me helpen ze weer naar huis rijden. Blije, maar vermoeide, kinderen zette ik één voor één met heksenhoed, glow-in-the-dark-armbanden, bak vol slijm en natuurlijk snoepzakje weer af. Boven hun hoofden gaf ik de ouders nog mee die slijm op slinkse wijze te laten verdwijnen later. Nu een dag later rest er een huis vol spinnen en heksen-glitters. En dus een zeer brak gevoel. Dat drankje ga ik vanavond alsnog maar nemen. Als het huis weer terug naar normaal is.